De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 december 2025 een verzoek tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de arrondissementsrechtbank Oldenburg, Duitsland. De opgeëiste persoon, een Nederlander, werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en was veroordeeld tot een vrijheidsstraf van vijf jaar en acht maanden.
De rechtbank beoordeelde of de overlevering kon worden geweigerd op grond van artikel 6a van de Overleveringswet (OLW), dat bepaalt dat overlevering van een Nederlander kan worden geweigerd indien de straf in Nederland kan worden overgenomen. De Duitse autoriteiten gaven toestemming voor strafovername en de feiten zijn strafbaar volgens Nederlands recht.
De rechtbank concludeerde dat de opgeëiste persoon voldoende banden met Nederland heeft en dat de overname van de strafuitvoering bijdraagt aan zijn maatschappelijke re-integratie. Daarom werd de overlevering geweigerd en werd de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf in Nederland bevolen. Tevens werd de gevangenhouding tot aan de tenuitvoerlegging bevolen.
De uitspraak is onherroepelijk en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.