Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.
Rechtbank Amsterdam
De stichting Woningstichting Rochdale vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een sociale huurwoning die door [gedaagde], een alleenstaande moeder met drie minderjarige kinderen, wordt gehuurd. Er is een huurachterstand van 11 maanden ontstaan. De bewindvoerder van [gedaagde] stelt dat sinds het bewind de huur weer tijdig wordt betaald en verzoekt om een betalingsregeling van €100 per maand. Rochdale staat open voor een regeling maar wil een onderbouwing van het aflossingsbedrag.
De kantonrechter stelt vast dat Rochdale heeft voldaan aan haar vroegsignaleringsplicht en toetst de huurovereenkomst op oneerlijke bedingen. Het huurprijsbeding is transparant en niet oneerlijk, het servicekostenbeding is niet transparant maar ook niet oneerlijk. De huurachterstand inclusief servicekosten bedraagt €8.470,68 tot oktober 2025 en is onbetwist.
De kantonrechter oordeelt dat een huurachterstand van 11 maanden ontbinding rechtvaardigt, maar dat een belangenafweging moet plaatsvinden vanwege de minderjarige kinderen. De belangen van de kinderen zijn niet doorslaggevend en de afwezigheid van adequate vervangende huisvesting weegt zwaar. Omdat de bewindvoerder en [gedaagde] niet verschenen zijn, kan niet worden vastgesteld of er adequate huisvesting is. Rochdale is bereid tot een betalingsregeling, maar zonder onderbouwing van het aflossingsbedrag valt de belangenafweging in haar voordeel uit.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, ontruiming binnen vier weken bevolen, en de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, huurtermijnen vanaf februari 2025, schadevergoeding vanaf ontbinding en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming bevolen ondanks minderjarige kinderen vanwege een huurachterstand van 11 maanden.