ECLI:NL:RBAMS:2025:9845
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- M.R. Jöbsis
- R.D. Lok
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht van de bank bij internationale betalingen en de gevolgen van oplichting
In deze bodemzaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 10 december 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen een eiser en de ING Bank N.V. De eiser, die een bankrekening aanhield bij de ING Bank, had op 30 augustus 2019 een bedrag van € 47.500 overgemaakt naar een Ierse bankrekening, die later bleek te zijn gebruikt door een oplichter. Na het vermoeden van oplichting heeft de eiser de ING Bank gebeld, maar de bank kon de betaling niet meer tegenhouden. De eiser vorderde een schadevergoeding van de bank, stellende dat deze haar zorgplicht had geschonden door niet tijdig actie te ondernemen. De ING Bank betwistte dit en stelde dat de betaling op vrijdag 30 augustus direct was uitgevoerd en dat zij op zaterdag 31 augustus geen mogelijkheid had om de betaling te blokkeren. De rechtbank oordeelde dat de ING Bank niet in gebreke was gebleven, omdat de betaling al naar de clearinginstelling was verzonden en de bank geen beschikkingsmacht meer had over het geld. De vordering van de eiser werd afgewezen, en hij werd veroordeeld in de proceskosten van de ING Bank, die in totaal € 5.601,00 bedroegen. De rechtbank concludeerde dat de ING Bank op het moment van de oproep van de eiser niet meer in staat was om de betaling te blokkeren, en dat de uitkomst niet anders zou zijn geweest, zelfs als de bank eerder had gereageerd.