ECLI:NL:RBAMS:2025:9751

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
11687209 \ CV EXPL 25-6878
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 7:400 lid 1 BWArt. 7:401 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding na overlijden hond na spa-behandeling wegens ontbreken causaal verband

Eiseres bracht haar hond in mei 2023 naar de hondensalon van gedaagde voor een spa-behandeling waarbij de hond werd gewassen in een hondenbadje. Drie dagen later overleed de hond. Eiseres stelt dat het overlijden het gevolg is van het inslikken van water tijdens de behandeling en vordert schadevergoeding.

De kantonrechter beoordeelde de medische stukken, waaronder een pathologisch rapport en verklaringen van dierenartsen. Uit deze stukken blijkt dat het overlijden is veroorzaakt door een combinatie van hartfalen en het dichtvallen van de luchtpijp, wat leidde tot zuurstoftekort en acute longveranderingen. Er is geen bewijs dat het overlijden het gevolg is van water in de longen door de behandeling.

Eiseres kon het noodzakelijke causaal verband niet aantonen, waardoor gedaagde niet aansprakelijk is. Ook slaagt het beroep op een toezegging tot vergoeding van dierenartskosten niet, omdat deze afhankelijk was gesteld van het vaststellen van het causale verband. De vordering wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband tussen behandeling en overlijden van de hond.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11687209 \ CV EXPL 25-6878
Vonnis van 12 december 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. I.E. Boissevain,
tegen
[gedaagde] (H.O.D.N. ''DOG SPA & PAWDICURE''),
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. C. van de Ven.

1.De zaak in het kort

1.1.
[eiseres] heeft haar hond [naam hond] in mei 2023 naar [gedaagde] gebracht voor een spa-behandeling. Bij deze behandeling is [naam hond] gewassen in een hondenbadje. Drie dagen hierna is [naam hond] overleden. Volgens [eiseres] heeft [naam hond] tijdens de spa-behandeling water in haar longen gekregen waardoor [naam hond] is overleden. [eiseres] wil dat [gedaagde] haar schade vergoed.
1.2.
De kantonrechter wijst de vordering af, omdat uit de medische stukken niet kan worden afgeleid dat [naam hond] is overleden door de spa-behandeling. Hierna wordt dit oordeel nader uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 april 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 18 juli 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het e-mailbericht van mr. Van de Ven van 23 oktober 2025, met een aanvullende productie,
- de mondelinge behandeling van 18 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden.
2.2.
De kantonrechter heeft bepaald dat zij vandaag haar beslissing geeft.

3.De achtergrond

3.1.
[eiseres] was eigenaar van twee honden van het ras chihuahua, waarvan er één [naam hond] heette.
3.2.
[gedaagde] exploiteerde een hondensalon voor spa-behandelingen.
3.3.
Op 4 mei 2023 heeft [eiseres] haar twee honden naar [gedaagde] gebracht voor een spa-behandeling (hierna: de behandeling). De honden zijn daarbij samen in een hondenbadje gewassen. [eiseres] heeft hiervoor in totaal € 150,- betaald.
3.4.
Op 5 mei 2023, een dag later, constateerde [eiseres] dat [naam hond] ademhalingsproblemen had en kortademig leek. [eiseres] is vervolgens met [naam hond] langs de dierenarts gegaan. Stadion Dierenkliniek heeft [naam hond] toen onderzocht.
3.5.
Op 7 mei 2023 is [naam hond] overleden.
3.6.
[eiseres] heeft een pathologisch onderzoek laten uitvoeren door het Veterinair Pathologisch Diagnostisch Centrum van de Universiteit Utrecht naar het stoffelijk overschot van [naam hond] en hiervan is een rapport opgesteld, dat dateert van 6 juni 2023 (hierna: het sectierapport).
3.7.
Op 20 september 2023 heeft [eiseres] [gedaagde] onder andere aansprakelijk gesteld voor de kosten die zij heeft gemaakt voor de dierenarts en de kosten om [naam hond] te laten cremeren.

4.De beoordeling

De kant van [eiseres]
4.1.
vordert een vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van een tekortschieten van [gedaagde] tijdens de behandeling van [naam hond] , waardoor [naam hond] is komen te overlijden. Ter onderbouwing van haar standpunt wijst zij op de bevindingen van Stadion Dierenkliniek en het sectierapport van het pathologisch onderzoek. Zij betoogt dat hieruit volgt dat [naam hond] is komen te overlijden door vocht van buitenaf (een externe oorzaak) en dat dit vocht tijdens de behandeling in de longen van [naam hond] moet zijn gekomen.
De kant van [gedaagde]
4.2.
[gedaagde] betwist dat [naam hond] is overleden door de behandeling. Zij voert daarvoor aan dat uit het sectierapport niet kan worden afgeleid dat [naam hond] is overleden door een verslikpneunomie door inname van badwater. In het rapport wordt een andere oorzaak voor het overlijden van [naam hond] gegeven, namelijk hartfalen in combinatie met het dichtvallen van de afgeplatte luchtpijp, waardoor een zuurstoftekort is ontstaan, dat vervolgens longoedeem (vocht in de longen) heeft veroorzaakt. Daarnaast wijst zij erop dat [naam hond] elf jaar oud was en dat [naam hond] vlak voor de behandeling uit de taxi is gevallen. Volgens [gedaagde] kan niet worden uitgesloten dat de ouderdom van [naam hond] en de val uit de taxi (mede) een oorzaak van het overlijden zijn geweest.
Het oordeel van de kantonrechter
4.3.
Voorop staat dat het verdrietig is dat de hond [naam hond] is overleden. De vraag die nu echter voorligt is of [gedaagde] aansprakelijk kan worden gesteld voor dit overlijden. Dat is pas het geval als [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van haar werkzaamheden tijdens de behandeling van [naam hond] en [naam hond] daardoor is komen te overlijden. [1] De kantonrechter komt tot het oordeel dat dit laatste, het causale verband, niet is komen vast te staan en legt hierna uit waarom.
De stelplicht en bewijslast rust op [eiseres]
4.4.
Niet in geschil is dat sprake is geweest van een overeenkomst van opdracht zoals bedoeld in artikel 7:400 lid 1 BW Pro. Op grond van deze overeenkomst heeft [gedaagde] werkzaamheden verricht voor [eiseres] , die bestonden uit het geven van een behandeling aan onder andere [naam hond] . Daarbij moet [gedaagde] de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. [2] Volgens [eiseres] heeft zij dit niet, althans onvoldoende, gedaan. [gedaagde] betwist dit.
4.5.
Omdat [eiseres] zich beroept op het rechtsgevolg van schadevergoeding wegens toerekenbaar tekortschieten door [gedaagde] tijdens de behandeling, rust de stelplicht en, bij voldoende betwisting, de bewijslast dat [naam hond] door de behandeling is komen te overlijden, op [eiseres] . Daarin is zij niet geslaagd, zoals blijkt uit het navolgende.
Het causaal verband tussen de behandeling en het overlijden van [naam hond] is niet komen vast te staan
4.6.
Partijen verschillen van mening over wat de oorzaak van het overlijden van [naam hond] is geweest. Niet in geschil is dat [naam hond] op het moment van overlijden ruim elf jaar oud was en voorafgaand aan de behandeling uit een taxi is gevallen. Volgens [eiseres] is dit echter niet de oorzaak van het overlijden, maar heeft [naam hond] tijdens de behandeling water in haar longen gekregen. Zij stelt dat het causaal verband tussen het tekortschieten van [gedaagde] en het overlijden van [naam hond] volgt uit de patiëntinformatie van [naam hond] zoals opgesteld door Stadion Dierenkliniek en uit het sectierapport. In de patiëntinformatie staan de volgende bevindingen:
05-05-2023
(…) Dens (wit) longveld in verlengde van trachea/hoofdbronchus, rest longveld normaal beeld: verslikpneunomie ontstaan in verticale houding. Eigenares toont foto van twee hondjes in bad bij trimmer. Dit kan goed het verslikmoment zijn. (…)
06-05-2023
Ik heb i.o.m. [naam] gezegd: dat de arts heeft geconstateerd dat [naam hond] een verslikpneunomie heeft (vocht achter/in de longen en een longontsteking heeft) en dit KAN zijn gekomen tijdens het trimmen of andere oorzaak waarbij het hoofd ondergedompeld in water is geweest. (…)
19-07-2023
Uit sectie blijkt dat er acute longveranderingen zijn. Helaas is dan eventueel vocht in longen als oorzaak niet meer aan te tonen. Tijdens consult waren crepitatie en borrelende geluiden te horen vanuit de longen; dit betekent dat er vocht in de bronchiën van de longen zit. Op de röntgenfoto is een scherp omschreven longkwab te zien, gevuld met vocht. Dit past bij aspiratie van vocht in verticale houding. (…)
In het sectierapport van 6 juni 2023 staat de volgende conclusie:
“Beeld passend bij diffuse acute schade aan alveolaire structuren met bloedingen en oedeem in alveolaire lumina. Het hart vertoonde vrij forse myxomateuze degeneratie van atrioventriculaire kleppen die, gezien de aanwijzingen voor langduriger longstuwing, waarschijnlijk heeft geleid tot insufficiëntie van de kleppen. De klepafwijking kan in combinatie met de macroscopisch gevonden trachea collaps hebben geleid tot hypoxie waardoor er acute long veranderingen zijn opgetreden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor een onderliggende infectieoorzaak en tevens geen aanwijzingen voor sepsis. (…)”
4.7.
[gedaagde] heeft in het kader van haar betwisting een aantal verklaringen van verschillende dierenartsen overgelegd die een nadere toelichting geven op de conclusie uit het sectierapport. Op de vraag wat hierin in begrijpelijke taal staat vermeld heeft dierenarts [naam dierenarts 1] het volgende geantwoord:
“De hond had ernstige schade aan de longblaasjes met vocht en bloed in de longen. Het hart had duidelijke schade aan de hartkleppen, waarschijnlijk door langdurige druk op de longen. De hartproblemen en een instorting van de luchtpijp hebben geleid tot zuurstoftekort, wat op zijn beurt ernstige schade aan de longen heeft veroorzaakt. Er zijn geen tekenen van een infectie of vergiftiging gevonden. Ook zijn er geen veranderingen in de nieren, maar het is onduidelijk of die belangrijk zijn.”
Op diezelfde vraag heeft dierenarts [naam dierenarts 2] geantwoord:
“De conclusie van Utrecht is een combinatie van hartproblemen met de collaps (/dichtvallen) van de luchtpijp waardoor er zuurstoftekort ontstond. Ik lees dus niets over een verslikpneumonie. Gezien beide aandoeningen in een zin genoemd worden denk ik dat ze denken dat het een combinatie was van hartfalen en de collaps van de luchtpijp.”
4.8.
De kantonrechter overweegt als volgt. Weliswaar volgt uit de eerste bevindingen van Stadion Dierenkliniek dat er bij [naam hond] in verticale houding een verslikpneunomie is ontstaan, maar dit wordt niet bevestigd in het sectierapport. Uit het sectierapport, in combinatie met de verklaringen van de dierenartsen, volgt dat de oorzaak van het overlijden van [naam hond] een combinatie is geweest van hartfalen en een dichtvallen van de afgeplatte luchtpijp, wat heeft geleid tot een zuurstoftekort, waardoor er acute longveranderingen zijn ontstaan. Over extern vocht (waaronder vocht afkomstig van het inslikken of inademen van (bad)water) staat niets in het sectierapport. Bij die stand van zaken komt niet vast te staan dat [naam hond] is komen te overlijden doordat zij water in de longen heeft gekregen tijdens het hondenbadje, en ontbreekt dus een oorzakelijk verband met de behandeling. Dat [naam hond] volgens [eiseres] jaarlijks is onderzocht door de dierenarts en steeds gezond is bevonden, maakt dit niet anders. Het is begrijpelijk dat het overlijden van [naam hond] enkele dagen na de behandeling vragen oproept, maar een dier kan nu eenmaal plotseling ziek worden, of er kunnen onverwacht acute problemen ontstaan. Nu een causaal verband tussen de behandeling en het overlijden van [naam hond] niet is komen vast te staan, hoeft [gedaagde] geen schadevergoeding te betalen aan [eiseres] .
Het beroep van [eiseres] op een door [gedaagde] gedane toezegging slaagt niet
4.9.
[eiseres] baseert haar vordering daarnaast ook op een toezegging. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] toegezegd dat zij de kosten van de dierenarts en de behandeling zou vergoeden. Daarbij verwijst zij naar WhatsApp-correspondentie tussen partijen. [gedaagde] voert aan dat zij alleen heeft toegezegd dat zij deze kosten zou vergoeden als zou komen vast te staan dat het inslikken van het badwater de oorzaak was van het overlijden van [naam hond] . Dat blijkt ook uit het WhatsApp-bericht van [gedaagde] aan [eiseres] van 5 mei 2023, waarin zij aangeeft dat zij contact zal opnemen met de dierenarts en als zijn bevindingen zwart op wit staan, dat zij dan de dierenartskosten zal vergoeden. [eiseres] heeft hiertegenover haar stelling dat [gedaagde] een onvoorwaardelijke toezegging heeft gedaan, dat wil zeggen een toezegging zonder voorwaarde of beperking, onvoldoende onderbouwd. Dat brengt mee dat niet is komen vast te staan dat [eiseres] om die reden een vordering op [gedaagde] heeft.
Conclusie
4.10.
Uit het voorgaande volgt dat een causaal verband tussen de door [gedaagde] uitgevoerde behandeling en het overlijden van [naam hond] niet is komen vast te staan. Dat is wel nodig om aanspraak te kunnen maken op een schadevergoeding. Daarnaast is niet komen vast te staan dat [gedaagde] heeft toegezegd dat zij bepaalde kosten zou vergoeden. De vorderingen van [eiseres] worden dan ook afgewezen. De overige stellingen van partijen behoeven verder geen bespreking.
Proceskosten
4.11.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
813,00
Uitvoerbaar bij voorraad
4.12.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordeling ook moeten worden uitgevoerd als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld en zolang daarop niet anders is beslist.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij ook de kosten van betekening betalen,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C.J. Klaver, rechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.

Voetnoten

1.Zie artikel 6:74 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Zie artikel 7:401 BW Pro.