Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
“ U heeft juridische en feitelijke handelingen verricht waarmee u de woning zonder vergunning, tot twee of meer zelfstandige woonruimten heeft verbouwd of in die verbouwde staat heeft gehouden.”
“Ik deel mijn kamer en mijn voorzieningen met niemand”. “De andere bewoners hebben hun eigen voorzieningen”.