ECLI:NL:RBAMS:2025:9738

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
13/320328-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting van de ISD-maatregel in het kader van recidivepreventie en maatschappelijke veiligheid

Op 26 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam de voortzetting van de ISD-maatregel voor een veroordeelde besproken. De maatregel was eerder opgelegd op 29 januari 2025 voor de duur van twee jaar. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende stukken, waaronder een verzoek van de veroordeelde en zijn raadsman om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel. De ISD-maatregel is bedoeld voor stelselmatige daders en heeft als doel de maatschappij te beveiligen en recidive te voorkomen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de omstandigheden waaronder de maatregel is opgelegd onveranderd zijn gebleven. De deskundige heeft bevestigd dat de veroordeelde nog niet is geplaatst in een geschikte kliniek, wat de kans op recidive vergroot. De officier van justitie heeft gepleit voor voortzetting van de maatregel, en de raadsman heeft zorgen geuit over de voortgang van de behandeling van de veroordeelde. De rechtbank heeft geoordeeld dat beëindiging van de ISD-maatregel zou leiden tot onveiligheid en ernstige drugsoverlast. Daarom is besloten de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel voort te zetten, met de hoop dat de veroordeelde binnen een jaar geplaatst kan worden in een geschikte kliniek.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/320328-24
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 januari 2025 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans verblijvende in het [P.I.] .

1.Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 29 januari 2025;
  • het verzoek ex artikel 6:6:14 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering van de veroordeelde en zijn raadsman mr. M.I. L’Ghadas van 04 september 2025 om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel;
  • een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 15 oktober 2025;
  • het adviesrapport Tussentijdse Toetsing van 13 november 2025, opgesteld door [naam 1] (senior casemanager ISD [P.I.] ) en gezien en ondertekend door [naam 2] (plv vestigingsdirecteur [P.I.] ) en [naam 3] (plv vestigingsdirecteur [P.I.] ).
De rechtbank heeft op 26 november 2025 de officier van justitie mr. M.S. Bond, veroordeelde, zijn raadsman mr. M.I. L’Ghadas, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige dhr.
[naam 1] , verbonden aan [P.I.] (hierna: [P.I.] ), op de openbare terechtzitting gehoord.

2.Beoordeling

Verloop van het ISD-traject
Uit het adviesrapport van [P.I.] blijkt dat de ISD-maatregel op 13 februari 2025 is aangevangen. Op 20 mei 2025 is veroordeelde aangemeld bij een kliniek voor een klinisch traject. Op 9 juli 2025 komt FPK Inforsa echter tot een afwijzing, omdat het delictgedrag van veroordeelde niet voorkomt uit zijn stoornis, maar met name vanuit zijn verslavingsproblematiek. Veroordeelde is vervolgens aangemeld bij [kliniek 1] en is daar op 5 augustus 2025 geaccepteerd. Hij staat op de wachtlijst van [kliniek 1] en kan –op het moment dat hij daar geplaatst is – vanuit daar werken aan zijn verslavingsproblematiek en structuur in zijn dagelijkse leven. Ook staat veroordeelde op de wachtlijst van
[kliniek 2]te Beilen. Gedurende de ISD-maatregel kan veroordeelde daar niet heen, omdat de zorg aldaar niet door het Ministerie van Justitie en Veiligheid is ingekocht. Na afloop van de ISD-maatregel kan veroordeelde daar met een WLZ-indicatie mogelijk wel naar toe, dus veroordeelde blijft op de wachtlijst staan.
Het advies van [P.I.] is om de ISD-maatregel voort te zetten. Indien de ISD-maatregel nu wordt opgeheven valt veroordeelde tussen wal en schip omdat er nu (nog) geen verblijfplek bekend is waar veroordeelde heen kan. De kans op recidive is daarom op dit moment nog erg hoog.
De deskundige Van der Moot heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd. Daarnaast heeft de deskundige aangevuld dat hij zich inspant en blijft inspannen om veroordeelde zo snel mogelijk in de [kliniek 1] te kunnen plaatsen. Hij kan geen garanties geven maar hoopt dat veroordeelde binnen anderhalf à twee maanden geplaatst kan worden. Verder heeft de deskundige aangegeven dat het nog onduidelijk is of veroordeelde na afloop bij
[kliniek 2]te Beilen terecht kan, omdat hij daarvoor een WLZ-indicatie nodig heeft en die recentelijk is afgewezen. De focus ligt nu op de plaatsing bij [kliniek 1] , aldus de deskundige.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat de ISD-maatregel niet beëindigd dient te worden omdat er nog te veel zorgen over veroordeelde bestaan. Het is tot op heden niet gelukt om veroordeelde aan te melden bij een voor hem geschikte plek voor na de ISD-maatregel. De raadsman maakt zich zorgen over de voortgang van het vervolg en ziet graag zo snel mogelijk iets veranderen zodat veroordeelde behandeld kan worden voor zijn verslavingsproblematiek.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel omdat het momenteel niet zinvol is om deze te beëindigen aangezien veroordeelde nog niet geplaatst is bij [kliniek 1] .
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte. Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde op de openbare terechtzitting stelt de rechtbank vast dat de omstandigheden waaronder veroordeelde in januari 2025 de ISD-maatregel opgelegd heeft gekregen nog onveranderd zijn. Naar het oordeel van de rechtbank zal beëindiging van de ISD-maatregel naar verwachting leiden tot onveiligheid, ernstige drugsoverlast en verloedering van het publieke domein. De rechtbank is daarom van oordeel dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel vereist is.
De rechtbank heeft in haar vonnis van 29 januari 2025 bepaald dat er na één jaar ISD-maatregel een tussentijdse toets dient te komen. Het is te hopen dat veroordeelde dan geplaatst is bij [kliniek 1] en er dan meer bekend is over een verblijfplek voor veroordeelde na afloop van de ISD-maatregel.
Aan de voorwaarden voor voortzetting van de ISD-maatregel is voldaan.
Daarom wordt als volgt beslist.
Gezien artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering.

3.Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.A.E. Somsen, voorzitter,
mrs. M. Vaandrager en D.G. Bertsch, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. van den Berg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 november 2025.