ECLI:NL:RBAMS:2025:9722

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
11862553 \ EA VERZ 25-1006
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens het verstrekken van valse informatie in integriteitsverklaring

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 9 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een verzoeker zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en TMF GROUP SERVICES II B.V. Het geschil betreft een ontslag op staande voet van de verzoeker, die werd ontslagen omdat hij bewust valse informatie had verstrekt bij het invullen van een integriteitsverklaring. De verzoeker had gesolliciteerd naar de functie van Senior D365 F&O Consultant en was aangenomen, maar had verzuimd om zijn strafrechtelijk verleden in Zweden te melden. Na een onderzoek door TMF, waarbij bleek dat de verzoeker meerdere veroordelingen had, werd hij op staande voet ontslagen. De verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het ontslag en vorderde onder andere vernietiging van het ontslag, schadevergoeding en een verbod voor TMF om onrechtmatige mededelingen te doen. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig was, omdat de verzoeker niet had voldaan aan zijn verplichtingen en de redenen voor het ontslag als dringende reden kwalificeerden. De verzoeken van de verzoeker werden afgewezen, en TMF werd in het gelijk gesteld in haar tegenverzoeken, waaronder de verplichting voor de verzoeker om bedrijfseigendommen te retourneren en een boete te betalen voor het niet retourneren van deze eigendommen. De proceskosten werden ook aan de verzoeker opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
fno: 33623
Zaaknummer / rekestnummer: 11862553 \ EA VERZ 25-1006
Beschikking van 9 december 2025
in de zaak van
[verzoeker],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TMF GROUP SERVICES II B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster,
hierna te noemen: TMF,
gemachtigden: mrs. T.L.C.W. Noordoven en L. van der Werf.

1.De procedure

Bij beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 27 augustus 2025 is de zaak verwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam. Daarna zijn de volgende stukken door partijen ingediend:
- het verweerschrift van TMF, met (voorwaardelijke) tegenverzoeken en producties,
- de e-mail van [verzoeker] van 10 november 2025,
- de aanvullende productie van TMF, toegezonden bij e-mail van 17 november 2025,
- de e-mail van [verzoeker] van 18 november 2025.
Op 18 november 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. [verzoeker] heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld en is niet verschenen. Namens TMF zijn [naam 1] en [naam 2] verschenen, bijgestaan door de gemachtigden. Van de mondelinge behandeling zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. TMF heeft haar standpunt op de zitting toegelicht.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
In september 2024 heeft [verzoeker] gesolliciteerd naar de functie van Senior D365 F&O Consultant bij TMF (verder: de functie). De sollicitatieprocedure bestond uit de beoordeling van zijn cv en motivatiebrief, meerdere gespreksrondes en een antecedentenonderzoek.
2.2.
Na het doorlopen van de gespreksrondes heeft [verzoeker] een aanbod voor de functie met startdatum 14 oktober 2024 ontvangen en aanvaard. Het salaris bedraagt € 85.000,- per jaar, exclusief emolumenten. In de aanbiedingsbrief stond verder:
“Please note that a pre-employments screening will commence upon receiving your acceptance of the offer. The agreement can be nullified on grounds of the outcome of the screening”
2.3.
Eind september / begin oktober hebben partijen de arbeidsovereenkomst opgesteld en ondertekend. In de arbeidsovereenkomst staat onder meer het volgende:
“9.3 All company property, including correspondence, notes etc. relating to the Employer and/or its associated companies, their clients and business must be immediately returned by the Employee to the Employer when the Employment Agreement comes to an end.
(…)
12.2
In the event of an act in violation of the obligations contained in clauses 9 (…) of this Employment Agreement, the Employee shall immediately and without further notice of default or judicial intervention forfeit to the Employer an immediate payable penalty of 2% of the last gross annual salary per violation, to be increased by EUR 500 for each day on which such violation continues. (…)”
2.4.
Op 7 oktober 2024 is op naam van [verzoeker] een screeningsverklaringsformulier ingediend via het digitale portaal van TMF genaamd Validatasysteem, waarin wordt verklaard dat kennis is genomen van het screeningsproces en uitsluitend waarheidsgetrouwe informatie zal worden verstrekt. Op 8 oktober 2024 is op naam van [verzoeker] een integriteitsverklaring afgelegd, waarbij telkens ‘no’ is geantwoord op de volgende vragen:
“ - Have you ever been suspended or fired from your job at any of your previous employers, or other positions, because of (alleged) irregularities or has your employment contract ever been terminated by the (district) court?
- Have you ever been convicted of any crime or economic offense?
- Are you currently involved as a suspect in a criminal proceeding in respect of any crime or economic offense?
- Have there, in addition to the above questions, been circumstances in the past that could give rise to doubts regarding your reliability, expertise and integrity?”
Op de vraag “
Do you understand that if the outcome of this statement of integrity, at the discretion of the employer or hirer is negative, this may have consequences for a possible (future) employment with the employer or contract with the hirer?” is geantwoord met ‘yes’.
2.5.
[verzoeker] diende een verklaring omtrent gedrag (VOG) te overleggen. Omdat [verzoeker] maanden na zijn indiensttreding nog steeds geen VOG had overgelegd, is TMF een onderzoek naar [verzoeker] gestart. Daarbij is geconstateerd dat [verzoeker] strafrechtelijk was veroordeeld in Zweden. Met behulp van een Zweedse advocaat heeft TMF op 31 juli 2025 beschikking gekregen over deze vonnissen. Uit de vonnissen blijkt dat [verzoeker] twee keer in 2014 en vier keer in 2022 door de Zweedse strafrechter in eerste aanleg en in hoger beroep is veroordeeld. Het gaat om fraude met verzwarende omstandigheden, waaronder valsheid in geschrifte, onwettige vervolging, onwettige bedreiging en mishandeling, fraude, onwettige identiteitsvervalsing en poging tot fraude. De straffen die [verzoeker] waren opgelegd varieerden van financiële compensatie tot een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.
2.6.
[verzoeker] is op 31 juli 2025 geïnformeerd over de bevindingen van TMF en uitgenodigd voor een digitaal gesprek op 1 augustus 2025. [verzoeker] heeft daarop aangegeven dat hij pas op 5 augustus 2025 beschikbaar is voor een gesprek. [verzoeker] is niet verschenen op het gesprek van 1 augustus 2025.
2.7.
TMF heef [verzoeker] op 1 augustus 2025 geschorst en zijn toegang tot alle TMF-systemen geblokkeerd. TMF heeft [verzoeker] hiervan op de hoogte gebracht en hem opnieuw uitgenodigd voor een digitaal gesprek op 5 augustus 2025.
2.8.
Op 3 augustus 2025 heeft [verzoeker] zich ziek gemeld.
2.9.
Op 4 augustus heeft [verzoeker] aangegeven dat hij niet aanwezig zal zijn bij het gesprek op 5 augustus 2025. Verder heeft hij aangegeven dat hij er niet van op de hoogte was dat zijn strafrechtelijk verleden zou worden onderzocht, dat hem vooraf niet was medegedeeld dat een VOG moest worden aangeleverd en dat hij redenen had om de VOG-aanvraag uit te stellen. Daarnaast heeft hij aangegeven dat de Zweedse veroordelingen nog aanhangig zouden zijn bij zowel de Zweedse Hoge Raad als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Tot slot stelde [verzoeker] dat hij de integriteitsverklaring zo had geïnterpreteerd dat deze uitsluitend betrekking had op Nederlandse veroordelingen.
2.10.
[verzoeker] is niet verschenen op het gesprek van 5 augustus 2025.
2.11.
TMF heeft [verzoeker] op 5 augustus 2025 op staande voet ontslagen. Als ontslagreden heeft TMF gemeld dat [verzoeker] bewust valse informatie heeft verstrekt bij het invullen van de integriteitsverklaring. Door deze informatie bewust achter te houden en een onjuiste verklaring af te leggen heeft [verzoeker] TMF opzettelijk misleid en de uitkomst van de sollicitatieprocedure gemanipuleerd. [verzoeker] had kunnen en moeten weten dat deze informatie voor TMF van belang is. TMF hecht als internationaal opererend bedrijf in de financiële dienstverlening groot belang aan integriteit, betrouwbaarheid en transparantie. Met zijn handelswijze heeft [verzoeker] fundamentele grenzen van TMF overschreden waarvan hij zich gelet op de expliciete integriteitsverklaring bewust had moeten zijn en dit handelen vormt een ernstige schending in het in hem gestelde vertrouwen. Daarbij komt dat [verzoeker] vervolgens geweigerd heeft om daarover in gesprek te gaan hoewel hij daartoe meerdere malen in staat is gesteld. Deze feiten zijn, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang gezien, dusdanig ernstig dat TMF tot ontslag mocht overgaan, waarbij zij ook rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [verzoeker] .
2.12.
TMF heeft een eindafrekening opgesteld, waarbij zij een gefixeerde schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:677 leden 2 en 3 onder a BW van € 7.724,75 bij [verzoeker] in rekening brengt. Na verrekening met de aan [verzoeker] toekomende bedragen op de eindafrekening resteert nog een bedrag van € 3.356,50 aan gefixeerde schadevergoeding.
2.13.
[verzoeker] heeft bezwaar gemaakt tegen het ontslag. Verder heeft [verzoeker] op 5, 6 en 7 augustus 2025 mails gestuurd aan verschillende medewerkers van TMF, waaronder de CEO, waarin onder meer het volgende staat:
- “It seems we are about to take a nasty turn.”
- “I am giving TMF until Friday to resolve this matter (…). If this is not done, I will proceed with all available legal and public actions, including informing relevant clients and partners of the situation. (…) You are messing with the wrong person!”
- “Mate, your company had fucked many! It’s payback time!”
- “This little mother fucker thinks I am playing around. You fucking butt nugget! I will show you tomorrow! YOU OLD FUCKER!! LEAVE TMF! OLD MOTHER FUCKER WILL SHOW YOU TOMORROW!! I also have all of your DNS, and motherfucker I have all the balances for all legal entities. YOU RAT OF A FUCKING ASS! I WILL SHOW YOU TOMORROW! You really want to play around with your DADDY! Ass NUGGET!! I WILL FUCK TMF UPP SO HARD! FUCKING CUNT!! (…) You don’t know how to run a company for SHITS! FUCKING OLD BLOKES MATE! (…)”
- “HEY FUCK FACE! BETTER GO EXPLAIN TO THE BOARD, [verzoeker] IS AFTER YOUR COMPANY! HAHAHA MOTHER FUCKER!”
- “Either you will continue to pay my Salary for 12 months, of I will make sure I call/email every single client from Customer accounting starting tomorrow morning! (…) Either you confirm, you all your partners employees and client will be getting calls email + i will report all for tax fraud!”
- “This time, You mother fuckers messed with the WRONG GUY!”
2.14.
Op 11 augustus 2025 heeft [verzoeker] de advocaat en de directie van TMF het volgende gemaild:
“Yes, I am still in possession of TMF’s computer. Naturally, due to the way personal and professional network is configured, all files I access through my devices are automatically backed up. (…) Any document, email attachment, or system data I accessed in the normal course of my work would have been replicated to my local environment.”
2.15.
Op 11 augustus 2025 heeft [verzoeker] ook meerdere e-mails verzonden aan medewerkers van TMF met vergelijkbare strekking als hiervoor onder 2.13 weergegeven. Aansluitend heeft [verzoeker] aan de advocaat van TMF een e-mail gestuurd waarin hij opnieuw aangeeft de bedrijfseigendommen van TMF, waaronder een laptop en ‘all associated files’, niet te retourneren zolang het geschil tussen partijen niet is opgelost.
2.16.
Bij e-mail van 12 augustus 2025 heeft de advocaat van TMF [verzoeker] erop gewezen dat hij op grond van de arbeidsovereenkomst tussen partijen verplicht is de laptop te retourneren en dat overtreding hiervan leidt tot het verbeuren van boetes.
2.17.
Op 13 augustus 2025 heeft TMF aangifte gedaan tegen [verzoeker] wegens afdreiging, computervredebreuk en verduistering uit hoofde van zijn dienstbetrekking.
2.18.
In de daaropvolgende weken blijft [verzoeker] e-mails sturen aan TMF en haar advocaat. Ook heeft [verzoeker] op 30 september 2025 anoniem opgebeld naar zijn voormalige leidinggevende. In het telefoongesprek heeft [verzoeker] zich bediend van grof taalgebruik en noemt hij zijn voormalig leidinggevende onder andere een ‘fucking whore’ en een ‘fucking bitch’.

3.De verzoeken van [verzoeker] en het verweer van TMF

3.1.
Het meest recente stuk waarin [verzoeker] zijn verzoeken heeft geformuleerd, betreft de e-mail van 10 november 2025. De kantonrechter neemt het petitum in dit stuk dan ook als uitgangspunt. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter:
I. het ontslag op staande voet te vernietigen,
II. TMF te veroordelen tot betaling van € 346.000,- aan schadevergoeding,
III. te verklaren dat TMF onrechtmatig heeft gehandeld door gegevens te delen met derden,
IV. TMF te verbieden nog verdere lasterlijke of privacy-schendende mededelingen te doen,
V. de vervalste producties 21-28, 31-39 en 40-44 buiten beschouwing te laten,
VI. de zaak op basis van de schriftelijke stukken te behandelen,
VII. TMF te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
In de e-mail van 18 november 2025 heeft [verzoeker] verder nog verzocht TMF te veroordelen tot het vergoeden van alle door [verzoeker] voor TMF gewerkte uren tegen een tarief van € 200,- per uur.
3.3.
Aan de verzoeken heeft [verzoeker] – kort en samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd. Het ontslag op staande voet is door TMF niet onverwijld gegeven. De redenen die TMF aan het ontslag ten grondslag heeft gelegd, waren haar al bekend in januari 2025. Verder ontbreekt volgens [verzoeker] een dringende reden voor het ontslag. TMF baseert zich volgens [verzoeker] op verzonnen beschuldigingen en buitenlandse documenten uit Zweden, die niet relevant zijn voor het werk bij TMF. Uit de door TMF verstrekte documentatie blijkt ook dat zij alleen een buitenlands strafblad opvragen als een kandidaat niet in Nederland staat ingeschreven. [verzoeker] is wel in Nederland ingeschreven. [verzoeker] is in Nederland nooit veroordeeld voor enig strafbaar feit. De beschuldigingen van TMF hebben ernstige reputatieschade voor [verzoeker] veroorzaakt. [verzoeker] betoogt verder dat hij het Validata-formulier (de integriteitsverklaring) niet heeft ondertekend en dat hierin slechts naar Nederlandse veroordelingen werd gevraagd. [verzoeker] beroept zich verder op zijn ziekmelding en op klokkenluiders- en privacykwesties.
3.4.
TMF verzet zich tegen toewijzing van de verzoeken.

4.De (voorwaardelijke) tegenverzoeken van TMF en het verweer van [verzoeker]

4.1.
TMF verzoekt de kantonrechter:
I. te bepalen dat [verzoeker] verplicht is om alle bedrijfseigendommen van TMF die hij thans onder zich houdt, binnen één week na deze beschikking aan TMF te retourneren, en om alle bedrijfsgevoelige gegevens van TMF en/of aan haar gelieerde entiteiten die hij in zijn persoonlijke digitale omgeving zou hebben opgeslagen, eveneens binnen één week na deze beschikking volledig te verwijderen, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat hij nalaat aan deze verplichtingen te voldoen,
II. te bepalen dat [verzoeker] zich onthoudt van ieder contact, op welke wijze dan ook, met werknemers van TMF en/of aan haar gelieerde entiteiten, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere keer dat [verzoeker] in strijd met dit verbod contact opneemt met een medewerker van TMF en/of aan haar gelieerde entiteiten,
III. [verzoeker] te veroordelen tot betaling van de door hem verbeurde boete van € 54.200,- vermeerderd met € 500,- voor iedere dag dat de overtreding na de datum van de mondelinge behandeling voortduurt, te voldoen binnen veertien dagen na deze beschikking en indien betaling binnen deze termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de beschikking tot de dag van volledige voldoening,
IV. te verklaren voor recht dat [verzoeker] het restant van de gefixeerde schadevergoeding van € 3.356,50 aan TMF verschuldigd is en [verzoeker] te veroordelen tot betaling van dit bedrag binnen veertien dagen na deze beschikking en indien betaling binnen deze termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de beschikking tot de dag van volledige voldoening,
V. [verzoeker] te veroordelen in de proceskosten, te voldoen binnen veertien dagen na deze beschikking en indien betaling binnen deze termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de beschikking tot de dag van volledige voldoening.
4.2.
TMF verzoekt voorwaardelijk, voor het geval het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van het ontslag op staande voet zal worden toegewezen, om de arbeidsovereenkomst tegen de eerst mogelijke datum te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 sub a jo. 7:669 lid 3 sub e, g of i BW zonder toekenning van enige vergoeding.
4.3.
[verzoeker] verzet zich tegen toewijzing van de (voorwaardelijke) tegenverzoeken.

5.De beoordeling

Het ontslag op staande voet
5.1.
De kantonrechter dient eerst te beoordelen of de reden die TMF aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd als een dringende reden kwalificeert als bedoeld in artikel 7:677 BW en of er onverwijld is opgezegd, onder onverwijlde mededeling van die reden. Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag moeten de omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden bezien. De aard en de ernst van het gedrag van de werknemer spelen daarbij een rol, evenals de duur van de arbeidsovereenkomst en ook de (persoonlijke) omstandigheden van de werknemer en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor de werknemer heeft.
5.2.
In dit geval wordt geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Dit oordeel wordt als volgt toegelicht.
5.3.
Het staat vast dat [verzoeker] in Zweden strafrechtelijk is veroordeeld en dat hij dat gedurende de sollicitatieprocedure, en meer in het bijzonder bij het invullen van de integriteitsverklaring, niet heeft gemeld. Dat had [verzoeker] wel moeten doen. De vraag “
Have you ever been convicted of any crime or economic offense?”is dusdanig ondubbelzinnig en algemeen gesteld dat in redelijkheid niet valt in te zien dat deze vraag niet ziet op elke veroordeling waar dan ook. De uitleg van [verzoeker] dat deze vraag zich beperkt tot de Nederlandse landgrenzen is onbegrijpelijk en onnavolgbaar. Als de vraag voor [verzoeker] desondanks onduidelijk was, dan had het op zijn weg gelegen om daarover vragen te stellen maar dat heeft hij niet gedaan.
5.4.
De stelling van [verzoeker] dat hij niet kon inloggen in het Validatasysteem en dat de handtekening op het integriteitsformulier niet van hem is, zijn onvoldoende onderbouwd. TMF heeft bewijs overgelegd dat [verzoeker] op 7 en op 8 oktober 2024 meerdere malen heeft ingelogd op het Validatasysteem en daar de integriteitsverklaring heeft ingediend. Het tegendeel hiervan heeft [verzoeker] niet aangetoond. Verder volgt uit zijn stelling dat hij dacht dat het om Nederlandse veroordelingen ging, juist dat [verzoeker] het formulier wel degelijk op deze wijze heeft ingevuld en ingediend.
5.5.
De handelswijze van [verzoeker] is in de gegeven omstandigheden ernstig genoeg voor een ontslag op staande voet. Er zijn verder geen (persoonlijke) omstandigheden gesteld of gebleken die aan een ontslag op staande voet in de weg stonden. [verzoeker] heeft zich weliswaar ziek gemeld, maar het ontslag is niet gegeven vanwege zijn ziekte. De stelling van [verzoeker] dat de veroordelingen nog niet onherroepelijk zijn, doet niet af aan het feit dat hij onjuist heeft verklaard. Hij was immers al veroordeeld.
5.6.
Het ontslag is ook onverwijld gegeven. Nergens blijkt uit dat TMF al in januari 2025 wist van de achtergrond van [verzoeker] en dat zij hem alleen maar in dienst hield wegens gebrek aan een vervanger. [verzoeker] stelt dit wel, maar onderbouwd deze stelling op geen enkele wijze. Hiertegenover heeft TMF uitgebreid en gemotiveerd toegelicht dat zij op enig moment een melding kreeg van de HR back office dat [verzoeker] nog geen VOG had overgelegd. TMF is daarop een onderzoek gestart, waarbij zij via een openbare Zweedse juridische database heeft geconstateerd dat [verzoeker] strafrechtelijk was veroordeeld in Zweden. Met behulp van een Zweedse advocaat heeft TMF op 31 juli 2025 beschikking gekregen over deze vonnissen. Zij heeft vervolgens (tevergeefs) geprobeerd het gesprek hierover aan te gaan met [verzoeker] op 1 en op 5 augustus 2025. Toen [verzoeker] niet verscheen op deze gesprekken, is TMF direct op 5 augustus 2025 overgegaan tot ontslag op staande voet. Onder deze omstandigheden is het ontslag onverwijld gegeven.
5.7.
Het gegeven ontslag houdt dan ook stand en is rechtsgeldig. Bij deze uitkomst zijn de verzoeken van [verzoeker] tot vernietiging van het ontslag op staande voet en betaling van schadevergoeding niet toewijsbaar.
De overige verzoeken van [verzoeker]
5.8.
[verzoeker] heeft een verklaring voor recht verzocht dat TMF onrechtmatig heeft gehandeld door gegevens te delen met derden en hij heeft een verbod voor TMF verzocht om nog verdere lasterlijke privacy-schendende mededelingen te doen. [verzoeker] onderbouwd deze verzoeken met de stelling dat werknemers van TMF informatie over hem hebben gedeeld met Wipro, G-P (Globalization Partners) hetgeen een schending van de AVG vormt. [verzoeker] stelt verder dat hij een klacht heeft ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
5.9.
De onderbouwing die [verzoeker] heeft gegeven kan niet tot toewijzing van zijn verzoeken leiden, omdat niet is komen vast te staan dat TMF op enige wijze onrechtmatig heeft gehandeld. TMF heeft ook aangegeven dat zij niet begrijpt wat het probleem nu precies is. Zij stelt dat zij niet onrechtmatig gegevens van [verzoeker] met derden heeft gedeeld.
5.10.
[verzoeker] heeft verder verzocht een aantal producties buiten beschouwing te laten. De kantonrechter ziet daarvoor geen aanleiding. De producties zijn door TMF tijdig en op procedureel juiste wijze ingediend. Als [verzoeker] van mening is dat deze producties onjuist of onvolledig zijn, stond het hem vrij hier standpunten over in te nemen en stukken tegenover te stellen. Dat heeft [verzoeker] niet gedaan.
5.11.
Ook heeft [verzoeker] verzocht de zaak op basis van de schriftelijke stukken te behandelen. Dat is in deze zaak gebeurd en met deze beschikking is de zaak afgerond. Dit verzoek van [verzoeker] is dus reeds ingewilligd.
5.12.
Ten slotte heeft [verzoeker] verzocht TMF te veroordelen tot het vergoeden van alle door [verzoeker] voor TMF gewerkte uren tegen een tarief van € 200,- per uur. Deze vordering mist alle rechtsgrondslag. [verzoeker] was werknemer bij TMF en heeft zijn gewerkte uren uitbetaald gekregen tegen het overeengekomen salaris (€ 85.000,- per jaar). Nergens blijkt uit dat [verzoeker] nog recht zou hebben op verdere betaling.
De tegenverzoeken van TMF
5.13.
Vooropgesteld wordt dat op het voorwaardelijke tegenverzoek van TMF om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, niet hoeft te worden beslist. De voorwaarde waaronder TMF dat verzoek heeft gedaan, is namelijk niet vervuld. Hiervoor is immers beslist dat het ontslag op staande voet niet wordt vernietigd.
5.14.
Ten aanzien van de overige tegenverzoeken van TMF wordt het volgende overwogen.
5.15.
Op grond van artikel 9.3 van de arbeidsovereenkomst is [verzoeker] verplicht om na beëindiging van zijn dienstverband alle bedrijfseigendommen van TMF die hij onder zich heeft onverwijld aan TMF te retourneren. TMF heeft [verzoeker] herhaaldelijk gevraagd de bedrijfslaptop die hij onder zich houdt in te leveren. [verzoeker] heeft dat geweigerd. Verder heeft [verzoeker] naar eigen zeggen bedrijfsgevoelige informatie van TMF opgeslagen in zijn persoonlijke digitale omgeving. Dergelijke gegevens kwalificeren ook als bedrijfseigendom. Gelet op het bepaalde in de arbeidsovereenkomst staat het [verzoeker] niet vrij de laptop en de bedrijfsgevoelige informatie te behouden. Het verzoek van TMF tot teruggave van de laptop en verwijdering van de bedrijfsgevoelige informatie zal daarom worden toegewezen.
5.16.
Omdat [verzoeker] de laptop niet heeft geretourneerd en de bedrijfsgevoelige informatie heeft opgeslagen in zijn digitale omgeving heeft hij in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 9.3 van de arbeidsovereenkomst en heeft hij op grond van artikel 12.2 van de arbeidsovereenkomst de contractuele boete verbeurd. Nu TMF [verzoeker] daarvoor ook heeft gewaarschuwd (zie 2.16), zal dit verzoek van TMF eveneens worden toegewezen. Deze boete blijft lopen tot en met de dag dat alle bedrijfseigendommen door [verzoeker] zijn geretourneerd. Onder die omstandigheid, wordt de vordering tot het opleggen van een dwangsom op dit punt afgewezen.
5.17.
[verzoeker] heeft na de beëindiging van zijn dienstverband op ongewenste en intimiderende wijze contact opgenomen met medewerkers van TMF en/of aan haar gelieerde entiteiten. [verzoeker] bedient zich in dit contact van grof en ongepast taalgebruik. Er wordt voldoende aanleiding gezien om het door TMF verzochte contactverbod, op straffe van een dwangsom, toe te wijzen.
5.18.
Omdat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven, is [verzoeker] op grond van artikel 7:677 leden 2 en 3 onder a BW een gefixeerde schadevergoeding aan TMF verschuldigd. De gefixeerde schadevergoeding is deels verrekend met de eindafrekening. Het openstaande restant van € 3.356,50 dient [verzoeker] nog te voldoen en hij zal daarom worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
Proceskosten
5.19.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van TMF worden begroot op € 610,50 (€ 543,00 aan salaris gemachtigde en € 67,50 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5.20.
De rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de verzoeken van [verzoeker] af,
6.2.
bepaalt dat [verzoeker] verplicht is om alle bedrijfseigendommen van TMF die hij thans onder zich houdt, binnen één week na deze beschikking aan TMF te retourneren, en om alle bedrijfsgevoelige gegevens van TMF en/of aan haar gelieerde entiteiten die hij in zijn persoonlijke digitale omgeving zou hebben opgeslagen, eveneens binnen één week na deze beschikking volledig te verwijderen,
6.3.
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de door hem verbeurde boete van € 54.200,- vermeerderd met € 500,- voor iedere dag dat de overtreding (bestaande uit het niet retourneren van alle bedrijfseigendommen) na de datum van de mondelinge behandeling voortduurt, te voldoen binnen veertien dagen na deze beschikking en indien betaling binnen deze termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de beschikking tot de dag van volledige voldoening,
6.4.
bepaalt dat [verzoeker] zich moet onthouden van ieder contact, op welke wijze dan ook, met werknemers van TMF en/of aan haar gelieerde entiteiten, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere keer dat [verzoeker] in strijd met dit verbod contact opneemt met een medewerker van TMF en/of aan haar gelieerde entiteiten,
6.5.
verklaart voor recht dat [verzoeker] het restant van de gefixeerde schadevergoeding van € 3.356,50 aan TMF verschuldigd is en veroordeelt [verzoeker] tot betaling van dit bedrag binnen veertien dagen na deze beschikking en indien betaling binnen deze termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de beschikking tot de dag van volledige voldoening,
6.6.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 610,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.7.
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.8.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
6.9.
wijst het anders of meer verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Berkum, kantonrechter, bijgestaan door mr. K.J. Verschueren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.