Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] (Verenigd Koninkrijk), eiseres,
Inleiding
De totstandkoming van de besluiten
niet-ontvankelijk verklaard omdat al eerder aan eiseres is meegedeeld dat zij geen recht meer heeft op een prestatiebeurs. Hangende beroep heeft verweerder het bestreden besluit II genomen, het bestreden besluit I ingetrokken en het bezwaar van eiseres alsnog inhoudelijk behandeld. Voor de opleiding die eiseres volgt, heeft zij recht op vier jaren prestatiebeurs. Vanaf 1 september 2018 is aan eiseres een prestatiebeurs voor het hoger onderwijs toegekend in de vorm van een reisvoorziening. In totaal kan er voor de opleiding Rechtsgeleerdheid vier jaar prestatiebeurs worden toegekend. Deze volledige periode prestatiebeurs is al aan eiseres toegekend. Het laatste jaar prestatiebeurs heeft eiseres gekregen in het collegejaar 2021/2022. Daarom heeft zij geen recht op een prestatiebeurs in de vorm van een basisbeurs vanaf 1 september 2023, aldus verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit II gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit II;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit II in stand blijven zoals omschreven in deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.