ECLI:NL:RBAMS:2025:9705

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
C/13/776530 / JE RK 25-717
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor vakantie van minderjarige met vader in het kader van ondertoezichtstelling

In deze zaak heeft de kinderrechter op 11 november 2025 uitspraak gedaan over een verzoek van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie van de minderjarige [betrokkene] met haar vader. De kinderrechter oordeelt dat er sprake is van een geschil als bedoeld in artikel 1:262b BW, omdat de moeder geen toestemming geeft voor de vakantie. Dit leidt tot onrust bij [betrokkene], die behoefte heeft aan duidelijkheid. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de GI voldoende inspanningen heeft geleverd om de moeder bij de procedure te betrekken, maar zij is niet verschenen. De kinderrechter verleent toestemming voor de kerstvakantie, omdat dit in het belang van [betrokkene] is, en houdt verdere beslissingen aan tot 16 december 2025. De kinderrechter benadrukt het belang van de ontwikkeling van [betrokkene] en de noodzaak om haar de kans te geven om op vakantie te gaan, wat haar stress kan verlichten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/776530 / JE RK 25-717
Datum uitspraak: 11 november 2025
Beschikking van de kinderrechter op basis van de geschillenregeling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [betrokkene] .
De kinderrechter merkt naast [betrokkene] als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 24 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de vader;
  • [naam] , namens de GI.
1.3.
De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
1.4.
[betrokkene] heeft voorafgaand de zitting een gesprek met de kinderrechter gevoerd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [betrokkene] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [betrokkene] .
2.2.
[betrokkene] woont met vader bij een tante vaderszijde.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [betrokkene] verlengd tot 17 augustus 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI heeft in het verzoekschrift een geschil voorgelegd met betrekking tot de uitvoering van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt op grond van art. 1:262b BW vervangende toestemming te verlenen om [betrokkene] in de herfst- en kerstvakantie op vakantie te laten gaan met haar vader. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek ter zitting uitgebreid. De GI verzoekt primair dat de kinderrechter vervangende toestemming verleend om [betrokkene] tijdens de schoolvakanties die onder de lopende ondertoezichtstelling vallen met haar vader op vakantie te laten gaan. Subsidiair handhaaft de GI het oorspronkelijk ingediende verzoek, waarbij het verzoek tot vervangende toestemming voor de herfstvakantie komt te vervallen nu deze al voorbij is.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Het is belangrijk voor de ontwikkeling van [betrokkene] dat zij op vakantie gaat zodat zij leert hoe het is om op vakantie te gaan, andere culturen leert kennen en op vakantie kan gaan zoals andere kinderen dat kunnen doen. [betrokkene] wil al langer op vakantie met vader, maar moeder geeft hier geen toestemming voor. [betrokkene] vindt het moeilijk dat ze afhankelijk is van moeder en ervaart stress als moeder geen toestemming geeft. [betrokkene] wordt hierdoor belast met volwassenzaken. De GI heeft moeder al eerder een schriftelijke aanwijzing gegeven waarin is aangegeven dat moeder toestemming moet geven voor vakantie. Hier is geen toestemming op gevolgd. De GI en vader kunnen niet goed in contact komen met moeder. De GI heeft er in dit uitzonderlijke geval voor gekozen om namens vader een verzoek tot vervangende toestemming in te dienen, omdat zij zien dat het contact tussen ouders dusdanig is verstoord en deze onderhavige juridische procedure het contact nog meer zal verslechteren.
4.2.
Vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek. Vader wil al langere tijd graag met [betrokkene] op vakantie maar dit lukt niet omdat moeder geen toestemming geeft. In de kerstvakantie wil vader graag met [betrokkene] naar een kerstmarkt in Duitsland. Dit is een grote wens van [betrokkene] .

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:262b BW kunnen de geschillen die de uitvoering van een ondertoezichtstelling betreffen, die omtrent gedragingen als bedoeld in artikel 4.2.1. van de Jeugdwet uitgezonderd, aan de kinderrechter worden voorgelegd. De kinderrechter neemt een zodanige beslissing als in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt. Alvorens te beslissen beproeft de kinderrechter een vergelijk tussen de betrokkenen.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling ter zitting volgt dat naar het oordeel van de kinderrechter in dit geval sprake is van een geschil als bedoeld in artikel 1:262b Bw. Het is belangrijk voor de ontwikkeling van [betrokkene] dat zij ervaart hoe het is om buiten Nederland op vakantie te gaan. Nu moeder geen toestemming geeft, kan dat niet. [betrokkene] ervaart bovendien onrust omdat moeder niet of pas op het laatste moment laat weten of zij toestemming voor een vakantie geeft. [betrokkene] heeft behoefte aan duidelijkheid zodat zij weet waar zij aan toe is. Uit de beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling van 17 juli 2025 blijkt dat een doel waaraan de GI in het kader van de ondertoezichtstelling moet werken is:
ervaart geen stress als er beslissingen ten aanzien van het gezag moeten worden genomen.Gezien de hiervoor beschreven omstandigheden, die tot stress leiden bij [betrokkene] , is de kinderrechter van oordeel dat de GI zich terecht op het standpunt stelt dat hier sprake is van een geschil wat de uitvoering van de ondertoezichtstelling raakt.
5.3.
De kinderrechter heeft niet kunnen bezien of over dit geschil overeenstemming tussen moeder, vader en de GI mogelijk is, omdat moeder ervoor gekozen heeft om niet ter zitting te verschijnen.
5.4.
De kinderrechter stelt vast dat de GI voldoende actie heeft ondernomen om moeder in deze procedure te betrekken. De GI heeft meerdere e-mails en aangetekende brieven naar moeder gestuurd ten aanzien van de vakanties en er is op 22 april 2025 een schriftelijke aanwijzing aan moeder gegeven. Ook nu ter zitting heeft moeder er voor gekozen om geen verweer te voeren ten aanzien van het verzoek van de GI voor vervangende toestemming voor de herfst- en kerstvakantie.
5.5.
De kinderrechter kan zich vinden in hetgeen de GI ter onderbouwing van het verzoek naar voren heeft gebracht voor zover dat de kerstvakantie betreft. Zowel vader als [betrokkene] willen graag een paar dagen naar Duitsland en de kinderrechter acht het in het belang van [betrokkene] dat zij die gelegenheid krijgt. Zij zit nu in haar eindexamenjaar en dat is een spannende periode. Het is goed voor [betrokkene] als zij kan uitkijken naar een ontspannen uitstapje en het bezoeken van een kerstmarkt in Duitsland is een lang gekoesterde wens. Daarom zal de kinderrechter vervangende toestemming verlenen om [betrokkene] in de kerstvakantie met vader op vakantie te laten gaan.
5.6.
Ten aanzien van het resterende deel van het verzoek van de GI, oordeelt de kinderrechter als volgt. De GI heeft eerst tijdens de zitting het verzoek uitgebreid en verzocht om het verlenen van vervangende toestemming voor de overige schoolvakanties. Moeder heeft hierdoor niet op dit verzoek kunnen reageren. Moeder moet dus nog die gelegenheid krijgen. Bovendien vindt de kinderrechter het verzoek onvoldoende concreet om adequaat te kunnen beoordelen. De kinderrechter zal daarom de behandeling van het resterende deel van het verzoek aanhouden, zodat de GI het verzoek nader kan concretiseren.
5.7.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter een verdere beslissing over het primaire verzoek van de GI pro forma aanhouden tot 16 december 2025. De kinderrechter verzoekt de GI om de rechtbank uiterlijk op deze datum te informeren over het voorgaande en de rechtbank daarbij te berichten of het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent toestemming, welke toestemming die van moeder met het gezag vervangt, om [betrokkene] in de kerstvakantie op vakantie te laten gaan met haar vader;
6.2.
houdt iedere verdere beslissing over het primaire verzoek van de GI aan tot aan de pro forma datum van 16 december 2025;
6.3.
verstaat dat de GI uiterlijk 16 december 2025 de rechtbank schriftelijk laat weten welke concrete vakantieplannen vader heeft tot 17 augustus 2026 (datum waarop huidige ondertoezichtstelling afloopt) en of zij het resterende verzoekt handhaaft;
6.4.
verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en op schrift gesteld op 11 november 2025 door mr. A. van Luijck, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.A. Diederen als griffier.