In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 28 november 2025 uitspraak gedaan in een arbeidsconflict tussen een werknemer, aangeduid als [verzoeker], en zijn werkgever, Stichting Beheer Fractiegelden DENK Amsterdam. De werknemer was op 1 september 2018 in dienst getreden als Fractiemedewerker met een salaris van € 2.666,00 bruto per maand. De stichting heeft de werknemer op 4 juli 2025 op staande voet ontslagen, omdat hij zich publiekelijk had gedistantieerd van de politieke partij DENK en betrokken was bij de oprichting van een concurrerende politieke partij, terwijl hij zich tegelijkertijd ziek had gemeld. De werknemer heeft het ontslag betwist en verzocht om een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was, omdat er geen dringende reden was voor het ontslag. De kantonrechter heeft de stichting veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 5.758,56 bruto, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 8.266,32 bruto en een transitievergoeding van € 6.800,93 bruto. Daarnaast is de stichting veroordeeld tot het verstrekken van bruto/netto-specificaties en in de proceskosten. Het verzoek van de stichting om de werknemer te veroordelen tot betaling van een gefixeerde vergoeding en om de werknemer te gebieden bedrijfseigendommen in te leveren, is afgewezen.