Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 135,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eiser en gedaagde waren beiden bevriend met een overledene, wiens nalatenschap gedaagde beneficiair aanvaardde en als vereffenaar optrad. Eiser stelde dat partijen hadden afgesproken dat gedaagde hem een vaste vergoeding van €30.000 zou betalen voor zijn werkzaamheden bij de afwikkeling van de nalatenschap. Gedaagde betwistte dit en eiser kon zijn stellingen onvoldoende onderbouwen.
Eiser factureerde €30.000, maar gedaagde betaalde niet. Diverse aanmaningen en correspondentie leidden niet tot betaling. De kantonrechter oordeelde dat eiser onvoldoende had toegelicht welke werkzaamheden hij had verricht die onder de vermeende afspraak vielen. Veel werkzaamheden betroffen het achterhalen van omstandigheden rondom het overlijden, wat volgens eiser niet onder de vergoeding viel.
Daarnaast weegt mee dat gedaagde de nalatenschap beneficiair aanvaardde, waardoor het onwaarschijnlijk is dat zij privé een betalingsverplichting is aangegaan. Een schriftelijke verklaring van de echtgenote van eiser bood geen overtuigend bewijs. De kantonrechter concludeerde dat de stellingen van eiser vaag en ongerijmd waren en wees de vorderingen af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Vordering tot betaling van vergoeding voor werkzaamheden bij nalatenschapsafwikkeling wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.