ECLI:NL:RBAMS:2025:9611

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
C/13/778183 / FA RK 25/8471
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.E. van Montfrans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 6:5 Wvggz
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie en middelenverslaving

De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 november 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie spectrum stoornis, middelenverslaving, ongespecificeerde stemmingsstoornis en ADHD.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstige angstklachten heeft die zijn leven belemmeren en dat de stoornissen leiden tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Er is zorg nodig om dit ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren of te herstellen.

Omdat vrijwillige zorg niet mogelijk bleek, achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De voorgestelde maatregelen omvatten onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht, onderzoeken aan persoon en woonruimte, beperkingen in vrijheid en bezoekrecht, en opname in een accommodatie. De zorg is evenredig en er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De advocaat van betrokkene pleitte afwijzing vanwege vrijwilligheid en autonomie, met name tegen medicatie. De casemanager gaf aan dat vrijwillige behandeling steeds stagneert en dat de zorgmachtiging nodig is om de behandeling af te maken en terugval te voorkomen. De rechtbank volgde dit standpunt en verleende de zorgmachtiging voor zes maanden, korter dan de gevraagde twaalf maanden vanwege wettelijke voorwaarden.

De beschikking is op 24 november 2025 mondeling gegeven en op 8 december 2025 schriftelijk uitgewerkt door rechter A.E. van Montfrans.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte geestelijke gezondheidszorg aan betrokkene.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/778183 / FA RK 25/8471
kenmerk: ZM/IND/181149
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 24 november 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. W. van Vliet te Diemen,
zorgaanbieder: GGZ inGeest.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 4 november 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 november 2025 in het gebouw van de rechtbank.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- dhr. [naam] , casemanager.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen
.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie spectrum stoornis, middelenverslaving, ongespecificeerde stemmingsstoornis, ongespecificeerde ADHD.
2.2.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat betrokkene last heeft van angstklachten die zijn leven belemmeren. Daarnaast volgt de rechtbank de medische verklaring en de toelichting van de casemanager ter zitting, waaruit volgt dat er sprake is van ernstig nadeel. De onder 2.1. genoemde stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening (
  • beperken van de bewegingsvrijheid (
  • insluiten (
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene (
  • onderzoek aan kleding of lichaam (
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam (
  • beperken van het recht op het ontvangen van bezoek (
  • opnemen in een accommodatie (
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De advocaat van betrokkene heeft afwijzing van het onderhavige verzoek bepleit, omdat betrokkene bereid is in een vrijwillig kader aan de geboden behandeling mee te werken. Betrokkene verzet zich alleen tegen de medicatie. Betrokkene wil graag zijn autonomie behouden. Dat iemand anders de keuze kan maken of betrokkene een depot krijgt of niet vindt hij beangstigend.
De casemanager heeft aangegeven dat er pogingen zijn gedaan om de zorg toe te passen op vrijwillige basis maar als het moeilijk wordt in de behandeling er telkens iets tussenkomt waardoor het weer stagneert. De kliniek zegt dan dat betrokkene zich niet aan de behandeling heeft gehouden en dus ontslagen moet worden. Met de medicatie is al veel geprobeerd en er heeft ook veel niet gewerkt. Het hoeft niet clozapine te zijn, maar als het de enige optie is dan ontkom je daar niet aan. De zorgmachtiging is bedoeld zodat betrokkene een behandeling kan afmaken en daarmee hopelijk verder komt en niet terugvalt in oude patronen.
De rechtbank vindt het positief dat betrokkene aangeeft mee te werken met de behandeling maar is niet overtuigd dat de behandeling op vrijwillige basis kan plaatsvinden. De rechtbank volgt de casemanager dat een zorgmachtiging nodig is om in te kunnen grijpen in een periode waarin betrokkene de behandeling niet meer ziet zitten.
2.7.
De rechter heeft na het geven van de beslissing een kennisgeving mondelinge uitspraak verplichte zorg Wvggz uitgereikt, echter is abusievelijk de termijn van twaalf maanden aangehouden gelet op het verzoekschrift. De officier van justitie heeft verzocht de zorgmachtiging voor een duur van twaalf maanden te verlenen. De rechtbank zal, gelet op artikel 6:5 Wvggz Pro, de zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden omdat niet wordt voldaan aan de in artikel 6:5 Wvggz Pro gestelde voorwaarde dat het een zorgmachtiging betreft die aansluit op een zorgmachtiging.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 24 november 2026.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 24 november 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. A.E. van Montfrans, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 8 december 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.