ECLI:NL:RBAMS:2025:9585

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
11875709 WM 25-16080
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke procedure inzake verkeerssanctie en de toepassing van de Wahv

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende een verkeerssanctie opgelegd aan betrokkene, Leaseplan Nederland N.V. De sanctie was opgelegd op basis van artikel 5 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) en betrof een administratieve boete voor een verkeersgedraging. De bestuurder van het voertuig, waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk was, zou het voertuig op een hinderlijke wijze hebben geparkeerd, wat gevaar en hinder voor andere weggebruikers zou hebben veroorzaakt. De zaak kwam voor de kantonrechter na een beroep dat was ingesteld door de gemachtigde van betrokkene, Appjection B.V., tegen de beslissing van verweerder, die het beroep ongegrond had verklaard. Tijdens de zitting werd duidelijk dat de verklaringen van de verbalisant over het niet staande houden van de bestuurder tegenstrijdig waren. De kantonrechter oordeelde dat, gezien deze tegenstrijdigheden, de boete niet terecht was opgelegd en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene, die in het gelijk was gesteld. De kantonrechter vernietigde de bestreden beslissing en de inleidende beschikking, en bepaalde dat het betaalde bedrag aan betrokkene moest worden gerestitueerd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. J.F. Kuiken
zaaknummer: 11875709 WM VERZ 25-16080
beslissing van: 25 november 2025
func.: 43837
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 25 november 2025 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

Leaseplan Nederland N.V.

(bestuurder: de heer [betrokkene] )
[adres]
(verder: betrokkene)
voor wie beroep is ingesteld door:
Appjection B.V. / Mr. M. Lagas(verder: gemachtigde)
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 10 maart 2025 en is gericht tegen de beslissing van 28 januari 2025 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.

CJIB-nummer: [nummer 1]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 21 maart 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde gehoord te hebben - ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 25 november 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is mevrouw [naam] bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep gegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat de bestuurder van een motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, dit zodanig op de weg heeft laten staan dat gevaar en/of hinder wordt/kan worden veroorzaakt. Deze gedraging is geconstateerd op 13 maart 2024 om 12:32 uur op de [locatie] ter hoogte van huisnummer [nummer 2] te [plaats] .
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat de bestuurder stelt dat de gedraging niet is verricht of althans dat de omstandigheden van het geval het opleggen van een sanctie niet rechtvaardigen. De bestuurder stond ter plaatse 45 seconden stil met de knipperlichten van het voertuig aan. Er was genoeg ruimte voor andere voertuigen om te passeren (het is een brede straat) en er staat ook nergens een bord dat het verboden is om te stoppen. De bestuurder vindt dat sprake is van onterecht geld afhandig maken van een hardwerkende vader. Verder stelt de bestuurder dat de verbalisant alleen in de auto zat, geïrriteerd was door andere mensen en dat op hem heeft afgereageerd door zonder pardon een boete op kenteken te geven. De verbalisant had ook het gesprek kunnen aangaan, maar betrokkene kreeg alleen de vraag:
“Staat de auto op je naam?”. Waarop betrokkene antwoordde dat Leaseplan de eigenaar is van de auto. De verbalisant reageerde vervolgens met de woorden:
“Fijn voor je en je krijgt hem op kenteken”.Daarna reed de verbalisant weg.
Voorts voert gemachtigde nog aan dat er een foto van de gedraging in het dossier ontbreekt.
Namens betrokkene wordt verzocht om een proceskostenvergoeding.
4. Op de zitting heeft gemachtigde het beroepschrift nader toegelicht. Gemachtigde stelt dat de bestuurder in het onderhavige geval ten onrechte niet is staande gehouden. Dat de verbalisant heeft verklaard dat staandehouding in verband met verkeersdrukte niet mogelijk was, is daartoe onvoldoende. Gemachtigde verwijst ter ondersteuning van dit verweer naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3234.
5. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat nu de verklaringen van de verbalisant waarom er geen staandehouding heeft plaatsgevonden niet gelijkluidend zijn, het beroep gegrond dient te worden verklaard.
6. Het volgende wordt overwogen.
7. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht:
“Ik zag dat het voertuig op zodanige wijze stond waardoor hinder werd dan wel kon worden veroorzaakt. De situatie was als volgt: Voertuig stond zodanig hinderlijk naast het trottoir, stil op de fietsstrook, dat fietsers en overig verkeer er om heen moest, wat ernstigs hinder en gevaar opleverde (…)”.
Er heeft geen staandehouding van de bestuurder plaatsgevonden. De verbalisant verklaart hier het volgende over:
“Reden geen staandehouding: Ivm verkeersdrukte kon er geen staandehouding plaatsvinden”.
8. Bij een op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant ten aanzien van het niet staande houden:
“Er betrof geen staandehouding, aangezien er geen bestuurder aanwezig was bij de auto”.
Er is met het aanvullend proces-verbaal een foto van de aan betrokkene verweten gedraging in het geding gebracht.
9. Ten aanzien van het feit dat op kenteken is bekeurd overweegt de kantonrechter het volgende.
De beroepsgrond dat de verbalisant ook in gesprek had kunnen gaan met de bestuurder leest de kantonrechter als een verweer dat ten onrechte geen staandehouding is verricht.
Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Op dit punt is in de onderhavige zaak aan de verbalisant om een nadere toelichting gevraagd. Nu in het aanvullende proces-verbaal de verbalisant verklaart dat staandehouding niet mogelijk was, omdat er geen bestuurder aanwezig was bij het voertuig, terwijl in het zaakoverzicht wordt verklaard dat de bestuurder niet is staande gehouden vanwege de verkeersdrukte, ziet de kantonrechter aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van de verbalisant op dit punt te twijfelen. Uit het aanvullende proces-verbaal blijkt niet waarom de verbalisant niet in eerste instantie al heeft verklaard dat er geen bestuurder bij het voertuig aanwezig was, hetgeen mede gelet op het verweer van betrokkene, wel op zijn plaats was geweest. Door de tegenstrijdige verklaringen omtrent het niet staande houden kan niet worden aangenomen dat de boete terecht met toepassing van artikel 5 van de Wahv op kenteken is opgelegd. Dit betekent dat de sanctie niet in stand kan blijven. De kantonrechter volgt derhalve het ter zitting ingenomen standpunt van verweerder en verklaart het beroep gegrond.

Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:

10. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu betrokkene in het gelijk is gesteld, wordt een proceskostenvergoeding toegekend.
11. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair per proceshandeling vastgelegd. Gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen:
- het indienen van een administratief beroep bij verweerder;
- het telefonisch bijwonen van een hoorzitting;
- het indienen van beroep bij de kantonrechter;
- en het verschijnen tijdens de zitting van de kantonrechter.
12. Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2025 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 647,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 907,00.
13. Gelet op het voorgaande worden in deze zaak voor de door gemachtigde verrichte proceshandelingen in de fase van het administratief beroep 1,5 punt ad € 647,00 toegekend en voor de verrichte proceshandelingen in de fase van het beroep bij de kantonrechter 2 punten ad € 907,00. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast, en ingevolge artikel 13a lid 2 Wahv wordt de proceskostenvergoeding vermenigvuldigd met 0,25 (vgl. de uitspraak van de Hoge Raad van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985). Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 348,07 ((1,5x647)+ ((2x907) x 0,5 (weging) x 0,25 (Wahv factor)).
14. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

- verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;
- bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd;
- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 348,07.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.