In deze zaak vordert Stichting Videma betaling van licentievergoedingen van verschillende Bastion Hotels, die deze vergoedingen niet tijdig hebben voldaan. De procedure is gestart na een splitsing van de zaak in individuele vorderingen per gedaagde. De mondelinge behandeling vond plaats op 6 november 2025, waarbij Videma werd vertegenwoordigd door haar directeur en advocaten, en Bastion Hotels door hun directeur en advocaten. Videma stelt dat de Bastion Hotels de factuur voor de licentievergoeding over 2023 niet binnen de gestelde termijn hebben betaald, waardoor zij het bruto tarief verschuldigd zijn in plaats van het netto tarief dat zij hebben betaald. Bastion Hotels betwisten de vordering en voeren aan dat Videma geen procesvolmacht heeft en dat de licentievoorwaarden niet van toepassing zijn. De kantonrechter oordeelt dat de boete voor te late betaling niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de tekortkoming en matigt deze. De kantonrechter wijst de vorderingen van Videma gedeeltelijk toe, waarbij de proceskosten worden gecompenseerd.