In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, is op 4 december 2025 een tussenuitspraak gedaan in een civiele procedure tussen de besloten vennootschap STELLANTIS FINANCIAL SERVICES NEDERLAND B.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij heeft een leaseovereenkomst ontbonden en stelt dat de gedaagde partij geen verdere leasetermijnen of opzegvergoeding verschuldigd is, omdat de leaseauto is teruggenomen. De kantonrechter heeft ambtshalve de consumentenrechtelijke aspecten van de leaseovereenkomst getoetst, met bijzondere aandacht voor de informatieplichten en de eerlijkheid van de bedingen in de overeenkomst. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de leaseovereenkomst niet voldoet aan de eisen van de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Het beding dat de leasemaatschappij het recht geeft om de overeenkomst te ontbinden bij niet-tijdige betaling is als oneerlijk beoordeeld, omdat het niet de nodige redelijkheidstoets bevat. De kantonrechter heeft de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de gevolgen van deze beoordeling. De zaak is verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.