Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
(…)
IN AANMERKING NEMENDE DAT(…)
2. De betaaldata en bedragen als bedoeld in artikel 3, 4 en 7 als volgt wensen te wijzigen:
(…)”
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen vennoten van een steakhouse dat werd geëxploiteerd in de vorm van een VOF. De eiser, voormalig meerderheidsvennoot, vorderde betaling van een restant koopprijs, contractuele boetes wegens vermeende schending van het vervreemdingsverbod, achterstallige voorschotten en onmiddellijke toegang tot de onderneming.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vordering van €10.000,- restant koopprijs terecht was, mede omdat de partijen in allonges afspraken hadden gewijzigd die tot een lagere betaling leidden. De gevorderde boete wegens overdracht van aandelen zonder toestemming werd afgewezen omdat aannemelijk was dat de overdrager zijn aandeel eerst aan de eiser had aangeboden, die niet had gereageerd.
Ook de vordering tot betaling van voorschotten werd verworpen wegens gebrek aan bewijs van een dergelijke afspraak. Het verzoek om toegang tot het restaurant en de administratie werd te ver gevonden, mede omdat de eiser lange tijd geen contact had gezocht en de sloten waren vervangen. De voorzieningenrechter wees alle vorderingen af en veroordeelde de eiser in de proceskosten.
Uitkomst: Alle vorderingen van eiser tegen zijn medevennoten worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.