Bij overeenkomst heeft eiser een lening van € 850.000,- afgesloten bij Tica B.V. met een rente van 12% en een boeterente bij wanbetaling. Op het woonhuis en andere onroerende zaken zijn hypotheekrechten gevestigd ten behoeve van Tica. Eiser heeft de lening deels afgelost, maar is in gebreke gebleven met rentebetalingen. Tica heeft executoriaal beslag gelegd en het woonhuis ter veiling aangeboden.
Eiser vordert in kort geding onder meer een verbod op executoriale verkoop van het woonhuis totdat de bodemrechter heeft beslist over de betwiste rentevordering en de nog niet opgeëiste hoofdsom. De rechtbank oordeelt dat Tica als hypotheekhouder bevoegd is tot executie, maar deze bevoegdheid niet mag misbruiken. Het aanzeggingsexploot vermeldde niet nauwkeurig het bedrag waarvoor executie wordt ingesteld, maar dit leidt niet tot nietigheid omdat eiser niet onredelijk is benadeeld.
De rechtbank neemt aan dat de executie alleen is gestart voor de betwiste rentevordering, waarvoor nader onderzoek nodig is. De hoofdsom is wel opeisbaar maar nog niet opgeëist, wat nodig is voor executie. Het executeren voor een vordering waarvan het bestaan onzeker is en een vordering die niet is opgeëist, is misbruik van bevoegdheid. Daarom wordt de executoriale verkoop voor deze bedragen verboden en worden dwangsommen opgelegd. Tevens wordt het beslag onder Stichting Contractspelersfonds KNVB opgeheven en wordt Tica veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.