WestInvest verhuurde een gebouw in Berlijn aan EHPC Hotels, dochter van EHPC Holdings. Na huurachterstanden en opzegging van de huurovereenkomst sloten partijen een vaststellingsovereenkomst (VSO) waarin betalingsverplichtingen werden vastgelegd. EHPC Holdings gaf een concerngarantie af tot zekerheid van deze betalingen.
De overeengekomen betalingen zijn niet voldaan, waarna WestInvest EHPC Holdings sommeerde tot betaling. Bij uitblijven van betaling legde WestInvest conservatoir beslag. WestInvest vorderde in kort geding betaling van het garantiebedrag en beslagkosten.
De rechtbank oordeelde dat de Garantie een abstracte garantie is, waarbij EHPC Holdings op eerste verzoek moet betalen zonder verweer. Het verweer van EHPC Holdings dat de garantie niet abstract is, werd verworpen. De vordering werd toegewezen wegens voldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang. EHPC Holdings werd veroordeeld tot betaling van het bedrag, beslagkosten en proceskosten.