Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Amtsgericht Osnabrück, Duitsland, op 10 oktober 2025 en betreft:
Rechtbank Amsterdam
In deze strafrechtelijke tussenbeslissing van 13 november 2025 behandelt de rechtbank Amsterdam een verzoek van de officier van justitie tot aanvullende toestemming voor uitbreiding van vervolging van een overgeleverde persoon uit Duitsland. Het verzoek is ingediend op grond van artikel 14 van Pro de Overleveringswet.
De rechtbank beoordeelt of het hoorrecht van de overgeleverde persoon is geëerbiedigd, zoals vereist door het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021. Uit het proces-verbaal blijkt dat de advocaat van de overgeleverde persoon aanzienlijke bezwaren heeft, maar geen inzage in de dossiers heeft gekregen, waardoor een gedetailleerde verklaring niet mogelijk was.
Daarom verzoekt de rechtbank de officier van justitie om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen of alsnog inzage kan worden verleend aan de advocaat. Pas daarna moet de overgeleverde persoon of zijn advocaat opnieuw de gelegenheid krijgen om opmerkingen en bezwaren kenbaar te maken. De beslissing op het verzoek wordt aangehouden totdat deze vragen zijn beantwoord.
Uitkomst: De beslissing op het verzoek tot aanvullende toestemming wordt aangehouden totdat het hoorrecht volledig is gewaarborgd.