ECLI:NL:RBAMS:2025:9339

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
C/13/776706 / FA RK 25/7653
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening van een zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 14 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven in een zaak betreffende de verlening van een zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De rechtbank behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van verplichte zorg aan een betrokkene, geboren in 1994 in Egypte, die lijdt aan een psychische stoornis, specifiek schizofrenie en middelengebruik. De betrokkene was afwezig tijdens de zitting, ondanks dat hij tweemaal deugdelijk was opgeroepen. De rechtbank constateerde dat de betrokkene niet bereid was om te worden gehoord, wat leidde tot de beslissing om de mondelinge behandeling in zijn afwezigheid voort te zetten.

De rechtbank oordeelde dat de betrokkene zorg nodig had om ernstig nadeel, zoals levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, te voorkomen. Er waren geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis, waardoor verplichte zorg noodzakelijk werd geacht. De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor een periode van zes maanden, met specifieke maatregelen zoals het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid. De beslissing werd genomen na zorgvuldige afweging van de situatie van de betrokkene en de noodzaak van zorg.

De beschikking werd mondeling gegeven door rechter E. Diepraam en is op 28 november 2025 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/776706 / FA RK 25/7653
kenmerk: ZM/IND/179023
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 14 november 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] (Egypte),
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. I. Baardman te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 7 oktober 2025.
1.2.
De zitting stond eerder gepland op 27 oktober 2025 maar is aangehouden omdat betrokkene had laten weten geen geld te hebben om naar de rechtbank te komen. De zitting is toen verplaatst naar 14 november 2025.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 november 2025 in het gebouw van de rechtbank.
1.4.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de raadsman;
- mw. [naam] , psychiater.
1.5.
Bij aanvang van de zitting bleek dat betrokkene niet aanwezig was.
1.5.1.
Uit artikel 6:1, eerste lid, Wvggz volgt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene daartoe niet in staat of bereid is. De rechtbank constateert dat betrokkene tweemaal deugdelijk is opgeroepen.
Op 21 oktober 2025 is per aangetekende post een oproep voor de zitting van 27 oktober 2025 aan betrokkene verzonden. De bezorging is niet gelukt en betrokkene heeft de brief niet opgehaald bij het PostNLpunt. Vervolgens is op 5 november 2025 per aangetekende post een oproep voor de zitting van 14 november 2025 aan betrokkene verzonden. De bezorging is wederom niet gelukt en betrokkene heeft de brief niet opgehaald bij het PostNLpunt.
De rechtbank constateert dat betrokkene via zijn advocaat wel op de hoogte was van de zitting. De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat hij betrokkene sporadisch via Whatsapp spreekt en dat betrokkene vanochtend heeft aangegeven ziek te zijn. Telefonisch aansluiten was geen optie volgens betrokkene, zijn standpunt was om wederom het verzoek aan te houden omdat hij ziek is en hartpatiënt.
1.5.2.
De psychiater heeft aangegeven het opvallend te vinden dat betrokkene zegt ziek te zijn. Op 13 november 2025, dus een dag voor de zitting, is betrokkene nog gezien door zijn behandelaar en was er niks aan de hand en was hij in goede gezondheid. Dit gedrag is typerend: hij is een zorgmijder en wil voorkomen dat hij verplichte zorg krijgt. De psychiater kan niet uitsluiten dat betrokkene echt ziek is. De huisarts heeft bloedmetingen gedaan en daaruit zijn geen afwijkingen gekomen dus voor zover bekend is betrokkene geen hartpatiënt. Bij betrokkene langsgaan is ook lastig omdat hij op dit moment geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Dit was zijn moment om kenbaar te maken wat hij van de zorgmachtiging vindt.
1.5.3.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat betrokkene nu tweemaal in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, maar dat hij niet bereid is zich te doen horen. De rechtbank heeft daarop besloten om de mondeling behandeling in afwezigheid van betrokkene voort te zetten.
1.6.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie en middelengebruik.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • beperken van de bewegingsvrijheid (
  • insluiten (
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene (
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie (
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De raadsman heeft verzocht het verzoek af te wijzen conform de wens van betrokkene. Het ernstig nadeel is begonnen bij een zelfmoordpoging in 2023 waarbij hij letsel zou hebben opgelopen. Het is een heftig incident, maar wel met beperkte houdbaarheid.
Betrokkene is handig en krijgt het voor elkaar om bij vrienden en familie te slapen en langere tijd naar Egypte te gaan. Of er dus sprake is van acute maatschappelijke teloorgang kan worden betwist. Op dit moment is het onvoldoende solide om de zorgmachtiging af te geven. Daarnaast moet de termijn van de zorgmachtiging worden beperkt tot een periode van zes maanden. De officier van justitie heeft aan de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van maximaal twaalf maanden. De behandeling van de zorgmachtiging dient uiterlijk binnen 3 weken na indiening van het verzoek bij de rechtbank plaats te vinden op grond van art. 6:2 lid 1 sub e Wvggz. Het verzoek is ingediend op 7 oktober 2025 de mondelinge behandeling van het verzoek zou uiterlijk op 28 oktober 2025 plaats moeten vinden.
De psychiater heeft aangegeven dat betrokkene niet overziet wat de betekenis is van de zorgmachtiging. Hij heeft een handige casemanager die veel voor betrokkene regelt. Betrokkene overziet niet dat hij die zorg nodig heeft. Daarnaast zal betrokkene psychotischer worden als hij geen medicatie krijgt. Dan is de kans op agressie-incidenten zoals in het verleden ook weer groter.
Betrokkene is in september met ontslag gegaan en ingesteld op het depot. Hij is recent wel gezien door behandelaren maar dat was om te praten met de PVP. Betrokkene heeft toen kans gezien zonder zijn depot weer te vetrekken, Hij heeft zijn depot al meer dan één week niet gekregen. Hij komt wel opdagen als het over klachten gaat, maar niet als het om zorg gaat omdat hij vindt dat hij niet ziek is.
2.7.
De rechtbank is van oordeel dat het belangrijk is dat betrokkene de zorg blijft krijgen die hij nodig heeft. Het lukt de behandelaren nu niet om de medicatie te geven en een zorgmachtiging kan bijdragen dat dit wel gaat lukken. Omdat de raadsman een terecht beroep doet op art. 6:2 lid 1 sub e Wvggz zal de zorgmachtiging verleend worden voor de duur van zes maanden.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] (Egypte), inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 14 mei 2026.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 14 november 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. E. Diepraam, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 28 november 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.