ECLI:NL:RBAMS:2025:9338

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
C/13/777750 / FA RK 25/8241
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 14 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven in een zaak betreffende een zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De rechtbank behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van verplichte zorg aan een betrokkene die lijdt aan een psychische stoornis, specifiek schizofrenie. De betrokkene, geboren in 1978, woont in Amsterdam en heeft een advocaat, mr. P. Figge, die hem vertegenwoordigt. Tijdens de mondelinge behandeling was de officier van justitie afwezig, omdat hij geen nadere toelichting op het verzoek nodig achtte.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, wat leidt tot levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, en andere ernstige gevolgen. Aangezien er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn, heeft de rechtbank besloten dat verplichte zorg noodzakelijk is. De rechtbank heeft de betrokkene de mogelijkheid gegeven om te laten zien dat hij vrijwillig kan meewerken aan zijn behandeling, maar heeft tegelijkertijd de zorgmachtiging voor een periode van zes maanden verleend. Dit houdt in dat verschillende vormen van verplichte zorg kunnen worden toegepast, waaronder het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid.

De rechtbank heeft geconcludeerd dat de zorgmachtiging voldoet aan de criteria van de Wvggz en dat de verleende zorg evenredig en effectief is. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter E. Diepraam, met D.L. Overduin als griffier. De machtiging is geldig tot en met 14 mei 2026, en het meer of anders verzochte is afgewezen. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/777750 / FA RK 25/8241
kenmerk: ZM/IND/179097
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 14 november 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. P. Figge te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 27 oktober 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 november 2025 in het gebouw van de rechtbank.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- mw. [naam 1] ;
- mw. [naam 2] , partner van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid (
  • insluiten (
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
  • opnemen in een accommodatie (
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Door en namens betrokkene wordt primair afwijzing van het verzoek verzocht, omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan de behandeling en de medicatie wil blijven nemen. Hij is het niet eens met het depot maar dat zegt niks over dat hij niet meewerkt. Betrokkene is er zelf van overtuigd dat hij de medicatie nodig heeft. Subsidiair is verzocht de duur van de machtiging te beperken tot zes maanden om betrokkene de kans te geven te laten zien dat hij de komende maanden vrijwillig mee zal werken en hem de mogelijkheid te geven weer een zelfbindingsverklaring op te laten stellen.
De verpleegkundige geeft aan dat als het zo goed blijft gaan als nu, betrokkene terug kan naar de basis ggz voor ondersteuning en herstel maar dat kan niet met een zorgmachtiging. De zorgmachtiging is nu nog nodig omdat betrokkene pas sinds eind juli uit de kliniek is en de zorgen om de medicatie nog niet helemaal zijn verdwenen.
De rechtbank volgt de raadsvrouw in haar subsidiaire verweer. Omdat het nu goed gaat met betrokkene maar in het verleden ook wel anders is geweest is een zorgmachtiging nodig voor zes maanden. Betrokkene kan in de tussentijd laten zien dat hij vrijwillig meewerkt en er kan gekeken worden of betrokkene kan uitstromen naar de basis ggz.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 14 mei 2026.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 14 november 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. E. Diepraam, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 28 november 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.