ECLI:NL:RBAMS:2025:9316

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
AMS 25/5567 en AMS 25/5827
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking van APK-erkenning van eiseres door de RDW en voorlopige voorziening

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam op 2 december 2025 uitspraak gedaan over de intrekking van de APK-erkenning van eiseres, een B.V. uit [plaats]. De RDW had op basis van een steekproefherkeuring en een horing besloten om de APK-erkenning van eiseres voor de duur van vier weken in te trekken, waarvan twee weken voorwaardelijk, in combinatie met verscherpt toezicht. Eiseres was het niet eens met deze intrekking en heeft beroep ingesteld, vergezeld van een verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de RDW de intrekking onvoldoende heeft gemotiveerd en dat er aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen. De sanctie is geschorst tot zes weken na de bekendmaking van een nieuw besluit door de RDW. De voorzieningenrechter heeft de RDW opgedragen om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de motiveringsplicht van de RDW benadrukt is. Eiseres heeft gelijk gekregen in haar beroep, en de voorzieningenrechter heeft het bestreden besluit vernietigd. Tevens is de RDW veroordeeld tot betaling van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 25/5567 en AMS 25/5827
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 december 2025 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. H.J.G. Dudink),
en

de directie van de Dienst Wegverkeer, de RDW

(gemachtigde: mr. F. Schuring).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de intrekking van de APK-erkenning van eiseres voor de duur van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, in combinatie met verscherpt toezicht. Eiseres is het niet eens met de intrekking van haar APK-erkenning. Zij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter de intrekking van de APK-erkenning.
1.1.
De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de RDW de intrekking van de APK-erkenning van eiseres onvoldoende heeft gemotiveerd. Zij moet daarom een nieuw besluit nemen
.Eiseres krijgt gelijk en het beroep is gegrond. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep en de RDW wordt opgedragen om een nieuw besluit te nemen, bestaat er aanleiding om in afwachting van dat nieuwe besluit een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat de opgelegde sanctie is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de nieuw te nemen beslissing op bezwaar. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Tijdens de steekproefherkeuring van een voertuig is op 6 december 2024 een overtreding geconstateerd. Vastgesteld is dat het voertuig defect was bij aanvang van de steekproef. Het koppelingspedaal was defect. Naar aanleiding daarvan heeft de RDW op
19 december 2024 een horing gehouden met de betrokken keurmeester en de [functie] van eiseres.
2.1.
De RDW heeft op 15 januari 2025 besloten om de APK-erkenning van eiseres voor de categorie voertuigen tot en met 3500 kg voor de duur van vier in te trekken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, dat ingaat op 22 januari 2025, in combinatie met verscherpt toezicht. Tegen dat besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de RDW besloten de sanctie op te schorten tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
2.2.
Met het bestreden besluit van 20 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres is de RDW bij de intrekking van eiseres haar APK-erkenning gebleven.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
2.4.
Op 1 oktober 2025 is de sanctie in werking getreden en kon eiseres de APK-erkenning niet gebruiken. Op 2 oktober 2025 heeft de rechtbank aan de RDW verzocht of zij bereid was de sanctie op te schorten totdat uitspraak is gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen. De sanctie is door de RDW vervolgens direct opgeschort. De APK-erkenning had 2 werkdagen dicht gestaan.
2.5.
De RDW heeft op het verzoek om een voorlopige voorziening gereageerd met een verweerschrift.
2.6.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: dhr. [persoon] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de RDW.
2.7.
Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Tijdens de steekproefherkeuring heeft de RDW een overtreding categorie III geconstateerd. De RDW concludeert op basis van de steekproefherkeuring en de horing dat er een onvolledige keuring is verricht. Dit is een overtreding categorie III van artikel 28, derde lid, artikel 29 en 30, tweede lid en derde lid onder f, van de Regeling Erkenning en Keuringsbevoegdheid APK. De RDW heeft op grond van artikel 87, tweede lid, onder f, van de Wegenverkeerswet 1994 een sanctie opgelegd en besloten eiseres haar APK-erkenning voor de duur van vier weken in te trekken, waarvan twee weken voorwaardelijk, in combinatie met verscherpt toezicht.
4. Eiseres voert aan dat er sprake is van een onjuiste vaststelling van wat zou hebben plaatsgevonden en er geen sprake is van enige overtreding die deze sanctie kan dragen. Er is geen rekening gehouden met de taalbarrière van de keurmeester die aangeeft dat hij ‘globaal’ zou hebben gekeurd, maar niet snapt wat ‘globaal’ betekent. De collega heeft slechts meegekeken tijdens de keuring en gecontroleerd of de richtingaanwijzers etc. werkten. De keurmeester heeft het voertuig wel degelijk zelf gekeurd en ook is het voertuig volledig opnieuw gekeurd.
5. Uit het verslag van de horing van 19 december 2024 volgt dat de keurmeester het volgende heeft verklaard:
“Ik heb het voertuig samen met mijn collega gekeurd. Er waren enkele gebreken aan het voertuig. De aanbieder van het voertuig heeft het voertuig meegenomen en aan het eind van de dag weer teruggebracht. Hierna hebben wij het voertuig globaal gekeurd en het voertuig afgemeld. Er werd een steekproef aan het voertuig toegekend. Mijn collega heeft het voertuig buiten geparkeerd en op slot gedaan en de sleutels op de receptie gelegd en op de komst van de SPC gewacht. Mijn collega wilde het voertuig naar binnen rijden, maar de koppeling had plotseling geen druk meer. Het voertuig is naar binnen geduwd en is verder zoveel als mogelijk gekeurd.”
Verder volgt uit het verslag van de horing dat de [functie] heeft verklaard:
“Door de opmerking die wij hebben gemaakt over het samen keuren lijkt het er nu op dat wij de voertuigen niet volledig zelf keuren, maar er wordt soms geassisteerd met bv het bedienen van de verlichting. De voertuigen worden wel degelijk gekeurd door bevoegde keurmeesters.
6. In het bezwaarschrift heeft eiseres toegelicht dat de RDW geen rekening heeft gehouden met de taalbarrière van de keurmeester en dat hij niet snapt wat ‘globaal’ betekent en dat de collega slechts heeft meegekeken of de richtingaanwijzers etc. werkten van het voertuig. De keurmeester had het voertuig wel zelf gekeurd. Ook tijdens de hoorzitting op 15 mei 2025 is door de gemachtigde van eiseres aangegeven dat de keurmeester zijn keuringspapieren pas net had gehaald en dat sprake is van een gebrekkige kennis van de Nederlandse taal bij de keurmeester.
7. Op zitting heeft dhr. [persoon] , de [functie], toegelicht dat de keurmeester het voertuig zelf heeft gekeurd en de keurmeester hiervoor ook verantwoordelijk is. Er was slechts een collega aanwezig die helpt met het opkrikken van de het voertuig en het controleren van de verlichting. De in de horing genoemde collega heeft volgens de [functie] niet de keuringsaspecten gecontroleerd. De gemachtigde van de RDW heeft op de zitting toegelicht dat als de keurmeester het voertuig volledig zelf had gekeurd, eiseres deze sanctie niet had gekregen. Verder heeft de [functie] op de zitting gesteld dat hij niet de gehele tijd aanwezig tijdens de horing, maar dat dit niet volgt uit het verslag van de horing.
8. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De RDW baseert de overtreding op de horing, waarin de keurmeester heeft verklaard dat hij het voertuig samen met een collega keurde, en dat hij het voertuig na terugkomst “globaal” keurde. Hieruit concludeert de RDW dat er een onvolledige keuring heeft plaatsgevonden in de zin van de Regeling Erkenning en Keuringsbevoegdheid APK. De RDW heeft de overtreding bij de huidige stand van zaken onvoldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter betrekt hierbij de betwisting door eiseres, die stelt dat de keurmeester de keuring wel volledig en wel zelf heeft verricht. Eiseres voert daarbij aan dat de betrokken collega enkel assisteerde bij handelingen van ondersteunende aard, zoals het controleren van de verlichting en het opkrikken van het voertuig, en geen keuringswerkzaamheden verrichtte. Ook betwist eiseres het gebruik van het woord 'globaal' in deze context. Uit het verslag van de horing volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet duidelijk dat de door de RDW gestelde overtreding heeft plaatsgevonden. Het was aan de RDW om dan door te vragen om de gebeurtenissen te verduidelijken. Dat heeft de RDW niet gedaan. Gelet op het belastende karakter van de opgelegde sanctie, dient de RDW dit oordeel te betrekken bij een volledige heroverweging in bezwaar. Dit betekent echter niet dat de sanctie niet opgelegd kan worden, nu het de voorzieningenrechter wel duidelijk is dat er onregelmatigheden tijdens de steekproef zijn opgetreden met betrekking tot het voertuig. De voorzieningenrechter biedt de RDW de gelegenheid om de gestelde overtreding nader te motiveren aangezien de sanctie een aanzienlijke (financiële) impact heeft op de bedrijfsvoering van eiseres. Op de RDW rust een motiveringsplicht ten aanzien van de onderbouwing van het feit dat de overtreding is begaan.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De voorzieningenrechter vernietigt daarom het bestreden besluit. Dit omdat te verwachten is dat de bezwaarfase opnieuw doorlopen moet worden om het gebrek te herstellen. De voorzieningenrechter wil de RDW meegeven om eiseres en de betrokken toezichthouders opnieuw te horen in de bezwaarfase. Tijdens deze nadere hoorzitting kan ook de vraag aan de orde komen of er sprake is van een overtreding, mede in licht van de omstandigheden dat de keurmeester de keuring samen met een collega heeft verricht en of het voertuig wel of niet volledig is gekeurd nadat het was teruggebracht.
9.1.
De voorzieningenrechter bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de RDW een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De voorzieningenrechter geeft de RDW hiervoor zes weken.
9.2.
Omdat het beroep gegrond is en de RDW wordt opgedragen om een nieuw besluit te nemen, bestaat er aanleiding om in afwachting van dat nieuwe besluit een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft op grond van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb de voorlopige voorziening dat het primaire besluit van 15 januari 2025 is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de nieuw te nemen beslissing op bezwaar.
9.3.
Omdat het beroep gegrond is moet de RDW het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. De RDW moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.721,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend, een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de RDW op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de nieuw te nemen beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de RDW het griffierecht van € 194,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de RDW tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Voetnoten

1.Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.