9.3.Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van de vordering met parketnummer 23/002189-22:
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in haar vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd bij parketnummer 13/004786-24, omdat de door het gerechtshof Amsterdam bij voornoemd parketnummer opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf al ten uitvoer is gelegd.
Ten aanzien van de vordering met parketnummer 13/004786-24:
Bij de stukken bevindt zich de ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 13/004786-24, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 12 april 2024 van de politierechter, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot twee weken, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van een op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden. Deze mededeling is verstuurd naar het adres van verdachte dat op het Aantekening Mondeling Vonnis (AMV) van 12 april 2024 staat vermeld. Daarbij stond verdachte op dat moment op dat adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen (Brp). Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat de mededeling naar het juiste adres is verstuurd en dat verdachte daarom op de hoogte was van de aan hem opgelegde voorwaardelijke straf. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.
Verder is gebleken dat verdachte zich vóór het einde van voornoemde proeftijd aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis.
Hiermee is voldaan aan alle wettelijke voorschriften.
De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf te gelasten. Daarbij heeft zij er mede rekening mee gehouden dat verdachte een omvangrijk strafblad heeft en in meerdere proeftijden liep, waardoor hij een gewaarschuwd mens was.
Ten aanzien van de vordering met parketnummer 13/209116-22:
Bij de stukken bevindt zich de ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 13/209116-22, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 28 september 2022 van de politierechter, waarbij verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren en gevangenisstraf van één maand, met bevel dat deze gevangenisstraf, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van een op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. De proeftijd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf is op 12 april 2024 door de politierechter met één jaar verlengd.
Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden. Ook deze mededeling is verstuurd naar het adres van verdachte dat op het AMV van 28 september 2022 staat vermeld. Ook op dit adres stond verdachte op dat moment ingeschreven in de Brp. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat de mededeling naar het juiste adres is verstuurd en dat verdachte daarom op de hoogte was van de aan hem opgelegde voorwaardelijke straf. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.
Gebleken is dat verdachte zich vóór het einde van voornoemde proeftijd aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis.
Hiermee is voldaan aan alle wettelijke voorschriften.
Ook ten aanzien van deze vordering ziet de rechtbank hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf te gelasten, waarbij zij er mede rekening mee heeft gehouden dat verdachte een omvangrijk strafblad heeft en in meerdere proeftijden liep, waardoor hij een gewaarschuwd mens was.