ECLI:NL:RBAMS:2025:9145

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
11858610
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onterecht ontslag op staande voet en schadevergoeding in arbeidsrechtelijke geschil

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 20 november 2025 uitspraak gedaan in een arbeidsrechtelijk geschil tussen [verzoeker] en 4Sure Staff Europe B.V. Het geschil betreft de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet dat door 4Sure aan [verzoeker] is gegeven op 31 juli 2025. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag niet rechtsgeldig is, omdat de reden die in de ontslagbrief is vermeld, namelijk onvoldoende meewerken aan de re-integratie, niet voldoende is om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. De werkgever had het advies van de bedrijfsarts moeten opvolgen en een mediator moeten inschakelen. De kantonrechter wijst erop dat het ontslag op staande voet als ultimum remedium moet worden beschouwd, en dat andere, minder ingrijpende maatregelen eerst overwogen hadden moeten worden. De kantonrechter kent [verzoeker] een billijke vergoeding van € 50.000,00 toe, evenals een gefixeerde schadevergoeding van € 6.480,00 en een transitievergoeding van € 3.060,00. Daarnaast is 4Sure verplicht om achterstallig loon en vakantiegeld te betalen, en de proceskosten komen voor rekening van 4Sure. De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheden van werkgevers bij ontslagprocedures en de noodzaak om advies van bedrijfsartsen serieus te nemen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11858610 \ EA VERZ 25-986
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 20 november 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. D.F.W. de Groot,
tegen
4SURE STAFF EUROPE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: 4Sure,
gemachtigde: [gemachtigde] (tevens mede-eigenaar).
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.H.I. Hoestra als griffier.
Aanwezig zijn:
- [verzoeker] , bijgestaan door de gemachtigde;
- [naam] (mede-eigenaar) namens 4Sure, bijgestaan door de gemachtigde en door mr. T.I. Bahschet.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De gronden van de beslissing

1.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of het op 31 juli 2025 door 4Sure aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Het oordeel is dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Hiertoe wordt het volgende overwogen.
1.2.
Uit artikel 7:677 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat ieder der partijen bevoegd is de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde vermelding van die reden aan de wederpartij.
1.3.
Uitgangspunt is dat de in de ontslagbrief vermelde reden maatgevend is voor de beoordeling van de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. In de ontslagbrief is door 4Sure als reden voor het ontslag op staande voet gegeven, kort gezegd, dat [verzoeker] wordt verweten dat hij onvoldoende heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. In haar verweerschrift heeft 4Sure aanvullende gronden toegelicht die zien op bedrog, integriteit en het oneigenlijke gebruik van bedrijfsgegevens. Deze gronden heeft 4Sure echter niet neergelegd in de ontslagbrief, dus deze kunnen niet worden meegewogen in dit geschil.
1.4.
Het onvoldoende meewerken aan de re-integratie van [verzoeker] is naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende om een dergelijk ontslag te rechtvaardigen. Daarbij is van belang dat uit het rapport van de bedrijfsarts volgt dat wordt geadviseerd om een gesprek over de re-integratie te voeren onder begeleiding van een onafhankelijke derde. 4Sure heeft dit, ondanks herhaalde verzoeken van [verzoeker] , nagelaten. Dat 4Sure na navraag bij de bedrijfsarts naar eigen zeggen heeft vernomen dat overleg ook zonder een onafhankelijke derde zou kunnen plaatsvinden, maakt dit niet anders. Nog daargelaten dat deze mededeling niet uit het dossier blijkt, blijft het officiële advies van de bedrijfsarts nadrukkelijk wél luiden dat overleg in aanwezigheid van een onafhankelijke derde wordt aanbevolen. Dit advies heeft 4Sure niet opgevolgd, ondanks dat dit een recht van de werknemer is.
1.5. 4
Sure stelt dat zij het gedrag van [verzoeker] niet kon plaatsen, nu er tot aan de ziekmelding sprake was van een goede arbeidsverhouding en zij vooraf geen signalen van [verzoeker] had ontvangen. Daarbij had 4Sure echter in aanmerking moeten nemen dat [verzoeker] ziek was, met klachten die kunnen wijzen op overspannenheid of een burn-out. Dat het gedrag van [verzoeker] afweek van zijn gebruikelijke doen en dat de sfeer tot dan toe goed was, is niet onverenigbaar met een dergelijk ziektebeeld. De gestelde tekortkomingen van [verzoeker] hangen mogelijk samen met zijn ziekte. In het kader van een verzoek tot ontbinding was wellicht het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing geweest.
1.6.
In het licht van de door 4Sure gestelde tekortkomingen van [verzoeker] had het meer voor de hand gelegen om de loonsanctie voort te zetten en [verzoeker] desnoods te schorsen, eventueel in combinatie met het indienen van een ontbindingsverzoek. Een ontslag op staande voet is immers een ultimum remedium: een middel dat slechts mag worden ingezet wanneer andere, minder ingrijpende maatregelen geen uitkomst bieden. Alles afwegende – de aard en ernst van de gedragingen van [verzoeker] enerzijds en zijn belang om niet plots te worden ontslagen – kan niet worden geconcludeerd dat het ontslag op staande voet gerechtvaardigd is.
1.7.
[verzoeker] berust zich in het ontslag. Nu er geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet, wordt het tegenverzoek van 4Sure, dat ziet op schadevergoeding, afgewezen. Bovendien is dit tegenverzoek te laat ingediend, nu uit artikel 7:686a lid 4 onder a BW volgt dat dit binnen twee maanden na het gegeven ontslag moet worden ingediend.
1.8.
De billijke vergoeding is toewijsbaar. Daarbij wordt opgemerkt dat het geven van een ongeldig ontslag op staande voet als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt. Bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding spelen alle omstandigheden van het geval een rol. De kantonrechter neemt hierbij in acht dat het maandsalaris van [verzoeker] € 6.480,00 bruto inclusief vakantiegeld bedroeg en [verzoeker] tot de dag van vandaag, en ook nog langer, nu er door 4Sure geen ontbindingsverzoek is gedaan, loon had moeten krijgen. Ook wordt acht geslagen op de wettelijke verhoging. Alles bij elkaar genomen zal een billijke vergoeding van € 50.000,00 bruto worden toegekend.
1.9.
De gefixeerde schadevergoeding is ook toewijsbaar en bedraagt één maandsalaris. Een bedrag van € 6.480,00 bruto is dus toewijsbaar.
1.10.
[verzoeker] heeft ook recht op de transitievergoeding. Een bedrag van € 3.060,00 is toewijsbaar.
1.11.
De gevraagde wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen zal worden toegewezen zoals in het dictum vermeld.
1.12. 4
Sure is ook het volledige loon over de maand juli 2025 en het vakantiegeld over de maanden mei 2024 tot en met mei 2025 verschuldigd aan [verzoeker] . Hiertegen is geen verweer gevoerd. Dit verzoek is toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging van 50%.
1.13.
De proceskosten komen voor rekening van 4Sure, omdat 4Sure ongelijk krijgt en sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van 4Sure. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 935,00 (€ 257,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
1.14.
Ten slotte merkt de kantonrechter op, hoewel [verzoeker] dit niet heeft verzocht, dat 4Sure verplicht is om een eindafrekening op te maken en te verstrekken aan [verzoeker] .

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
veroordeelt 4Sure om aan [verzoeker] te betalen:
€ 50.000,00 bruto aan billijke vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
€ 6.480,00 bruto aan gefixeerde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 31 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
€ 3.060,00 bruto aan transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
€ 6.480,00 bruto aan achterstallig loon voor de maand juli 2025, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling,
het vakantiegeld over de maanden mei 2024 tot en met mei 2025, vermeerderd met de wettelijke verhoging met een maximum van 50% en de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling,
2.2.
veroordeelt 4Sure in de proceskosten van € 935,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als 4Sure niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
2.3.
wijst het meer of anders verzochte af,
2.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter mr. B.T. Beuving.