ECLI:NL:RBAMS:2025:8843

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
769299
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E.A. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot nakoming van onbetaalde facturen in een civiele procedure tussen marketingbedrijf en vastgoedontwikkelaar

In deze civiele procedure vordert Intens Reclame & Marketing Groep B.V. betaling van onbetaalde facturen door Porten Development B.V. De rechtbank Amsterdam heeft op 26 november 2025 uitspraak gedaan in deze zaak. Intens heeft een aantal facturen ingediend die betrekking hebben op marketingdiensten die zij voor Porten heeft verricht. De rechtbank oordeelt dat een deel van de vordering, met betrekking tot factuur nr. [factuurnummer 1] ter waarde van € 10.000,- excl. btw, toewijsbaar is, omdat de werkzaamheden zijn overeengekomen en verricht. Echter, voor factuur nr. [factuurnummer 6] ter waarde van € 1.698,- excl. btw, oordeelt de rechtbank dat deze nog niet verschuldigd is, omdat er geen afspraken zijn gemaakt over tussentijdse facturatie en onduidelijkheid bestaat over de wijze waarop het factuurbedrag tot stand is gekomen. De rechtbank wijst ook de wettelijke handelsrente toe over het toegewezen bedrag en de buitengerechtelijke incassokosten. Porten wordt veroordeeld in de proceskosten van Intens, die op € 4.520,40 zijn begroot. De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/769299 / HA ZA 25-1060
Vonnis van 26 november 2025
in de zaak van
INTENS RECLAME & MARKETING GROEP B.V.,
te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: Intens,
advocaat: mr. A.C. de Kanter,
tegen
PORTEN DEVELOPMENT B.V.,
te Amstelveen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Porten,
advocaat: mr. M.H. Rijntjes.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 mei 2025, met producties;
- de conclusie van antwoord, met productie;
- het tussenvonnis van 30 juli 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 oktober 2025, en de daarin genoemde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Korte samenvatting

2.1.
Intens vordert betaling van een zestal facturen die sinds januari 2025 onbetaald zijn gebleven. Een deel van deze facturen is hangende de procedure alsnog betaald; een tweetal facturen staat nog open. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de betreffende werkzaamheden overeengekomen en grotendeels ook verricht. De rechtbank concludeert dat factuur nr. [factuurnummer 1] (€ 10.000,- excl. btw) op grond van de tussen Intens en Porten gesloten overeenkomst verschuldigd is. Ten aanzien van factuur nr. [factuurnummer 6] (€ 1.698,- excl. btw) oordeelt de rechtbank dat deze (op dit moment) nog niet verschuldigd is vanwege het ontbreken van afspraken over tussentijdse facturatie en/of onduidelijkheid over de wijze waarop de het factuurbedrag tot stand is gekomen.

3.De feiten

3.1.
Intens is een onderneming die zich richt op het leveren van diensten op het gebied van marketing en reclame.
3.2.
Porten is een onderneming die actief is op het gebied van vastgoedontwikkeling.
3.3.
Intens en Porten zijn overeengekomen dat Intens voor Porten diverse marketinggerelateerde werkzaamheden verricht, zowel voor Porten zelf als voor verschillende vastgoedprojecten die door Porten worden ontwikkeld.
3.4.
Op 18 oktober 2024 heeft Intens aan Porten een projectvoorstel gedaan dat ziet op een vastgoedproject aan de [locatie] , dat door Porten zou worden ontwikkeld. In het projectvoorstel worden de door Intens te verrichten werkzaamheden in drie fases opgedeeld: positionering (fase 1), identiteit (fase 2) en ontwikkeling communicatiemiddelen (fase 3). Over de kosten van deze werkzaamheden wordt in het projectvoorstel het volgende vermeld:

Fase 1) Positionering
Diverse overleg met benodigde partijen, locatiebezoek met zowel field- als deskresearch. Globaal marktonderzoek, uitwerken naar doelgroepomschrijving en persona’s. Inclusief projectbegeleiding, advies en overleg:
Fase 2) Project identiteit
Verzamelen informatie en afnemen interviews. Opstellen project story en basis teksten voor communicatie. Uitwerken identiteit, logo, huisstijl en beeldtaal. In deze fase worden tevens diverse schetsen gemaakt voor verkoop ondersteunende middelen. Inclusief projectbegeleiding, advies en overleg:
Projectfee voor deze fase 1+2: € 10.000,-
Fase 3) Ontwikkeling communicatiemiddelen en verdere marktbewerking:
Indicatief benodigd budget voor basis projectwebsite voor de eerste gebiedscommunicatie.
Basis opzet website als digitale brochure met aanmeldmodule: € 8.000,-
Productie overige communicatiemiddelen, na inventarisatie in overleg: P.M.
NB: voor alle genoemde bedragen geldt: inclusief 1 correctieronde en benodigde meetings met de klant. Exclusief BTW, eventuele spoedtoeslagen, reiskosten, koeriers- en verzendkosten. Facturatie vindt plaats per fase, na afronding van de betreffende fase.
3.5.
Intens heeft aan Porten de volgende facturen toegestuurd:
Datum
Factuurnummer
Omschrijving
Bedrag excl. btw
4 december 2024
[factuurnummer 1]
Project [locatie] : project fee fase 1+2
€ 10.000,-
5 februari 2025
[factuurnummer 2]
Aanpassingen website
€ 983,-
7 februari 2025
[factuurnummer 3]
Maand fee januari
€ 1.250,-
11 februari 2025
[factuurnummer 4]
Webhosting 2025
€ 85,-
11 februari 2025
[factuurnummer 5]
Project [locatie] : start design & development website
€ 6.500,-
12 maart 2025
[factuurnummer 6]
Project [locatie] : openstaande projecturen website i.v.m. ‘on hold’ zetten project
€ 1.698,-
3.6.
Op elk van deze facturen staat een betaaltermijn van 30 dagen vermeld. Deze betaaltermijnen zijn alle onbetaald verstreken.
3.7.
Porten heeft Intens op 5 maart 2025 het volgende bericht:
“We will settle the invoices [factuurnummer 2] , [factuurnummer 3] and [factuurnummer 4] .
We will check the invoices [factuurnummer 3](de rechtbank begrijpt: [factuurnummer 1] )and [factuurnummer 5] .
All works by you related to [locatie]
(de rechtbank begrijpt: [locatie] )or other projects are on hold until further notice.”
3.8.
Sindsdien staat het project ‘on hold’.
3.9.
Op 28 mei 2025, dus na de dagvaarding, heeft Porten de facturen met nrs. [factuurnummer 2] , [factuurnummer 3] , [factuurnummer 4] en [factuurnummer 5] alsnog voldaan (in totaal: € 8.818,- excl. btw).

4.Het geschil

4.1.
Intens vordert – samengevat – veroordeling van Porten tot betaling van € 20.516,00 excl. btw, vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
Porten voert het verweer dat een deel van de betreffende facturen inmiddels is betaald en dit bedrag derhalve in mindering dient te worden gebracht op de gevorderde hoofdsom. Porten betwist daarnaast dat de werkzaamheden waar de nog openstaande facturen (nrs. [factuurnummer 1] en [factuurnummer 6] ) betrekking op hebben, zijn overeengekomen en ook dat deze zijn verricht.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Reeds betaalde facturen
5.1.
Intens heeft erkend dat Porten op 28 mei 2025 de facturen met nrs. [factuurnummer 2] , [factuurnummer 3] , [factuurnummer 4] en [factuurnummer 5] alsnog heeft voldaan (in totaal: € 8.818,- excl. btw). Aldus slaagt het door Porten gevoerde verweer dat genoemde betalingen in mindering moeten worden gebracht op de vordering van Intens. De gevorderde betaling van het bedrag van € 8.818,- excl. btw is dus niet meer toewijsbaar.
Project [locatie]
5.2.
Porten erkent dat zij met Intens is overeengekomen dat Intens voor Porten diverse marketinggerelateerde werkzaamheden zou verrichten voor het project [locatie] . Partijen zijn het echter niet eens over de vraag (i) of (de inhoud van) het door Intens gedane projectvoorstel door Porten is geaccepteerd, en (ii) of de betreffende werkzaamheden zijn verricht. De rechtbank zal deze punten achtereenvolgens bespreken.
5.3.
Intens stelt dat zij op 18 oktober 2024 het projectvoorstel voor project [locatie] aan de heer [naam 1] heeft toegestuurd. Porten betwist echter dat dit projectvoorstel vervolgens mondeling door de heer [naam 1] is geaccepteerd. Daarnaast voert Porten het verweer dat [naam 1] niet bevoegd was tot het sluiten van een overeenkomst met Intens, en dat Intens dit had kunnen weten als zij het handelsregister had geraadpleegd.
5.4.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het midden blijven of het projectvoorstel door [naam 1] is geaccepteerd en, zo ja, of [naam 1] bevoegd was Porten te vertegenwoordigen. Uit de gedragingen van partijen blijkt namelijk dat door hen gevolg is gegeven aan de overeenkomst op een manier die overeenstemt met de inhoud van het projectvoorstel. De rechtbank baseert zich daarbij op de volgende omstandigheden.
5.5.
Porten erkent dat zij met Intens een overeenkomst heeft gesloten voor het project [locatie] , maar zij betwist dat die overeenkomst de inhoud had, zoals weergegeven in het projectvoorstel. Zij heeft echter niet, ook niet in de meest algemene zin, aangegeven wat de overeenkomst volgens haar dan wel inhield. Dat wringt te meer, gelet op de volgende omstandigheden. Porten heeft niet betwist dat Intens op 18 oktober 2024 het projectvoorstel voor project [locatie] aan de heer [naam 1] heeft toegestuurd en dat [naam 1] de contactpersoon van Intens was. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het projectvoorstel bij Porten bekend was. Vervolgens heeft Porten de factuur van 4 december 2024 met nummer [factuurnummer 1] ontvangen, met omschrijving ‘Project [locatie] : project fee fase 1+2’. Die fases en het gefactureerde bedrag van € 10.000 komen overeen met de inhoud van het projectvoorstel. Het is echter niet gebleken dat Porten naar aanleiding van die factuur om opheldering heeft gevraagd. Kennelijk was het voor Porten dus duidelijk waarop die factuur zag.
5.6.
Pas nadat Intens op 5 maart 2025 om betaling van de openstaande facturen heeft gevraagd, heeft de heer [naam 2] , van wie Porten zelf heeft gezegd dat hij wel bevoegd is Porten te vertegenwoordigen, aangegeven de facturen met nummers [factuurnummer 1] en [factuurnummer 5] eerst te willen controleren. Beide facturen zagen volgens de omschrijving op ‘Project [locatie] ’. Ook toen heeft Porten echter niet geprotesteerd of om opheldering gevraagd. Vervolgens heeft Porten factuur nr. [factuurnummer 5] alsnog voldaan. Kennelijk vond Porten op dat moment dat zij wel een vergoeding verschuldigd was voor project [locatie] . Zij heeft echter in het geheel niet, ook niet in algemene zin, toegelicht op basis van welke afspraken zij dan die vergoeding heeft betaald voor werkzaamheden aan project [locatie] . Al met al is de rechtbank van oordeel dat Porten onvoldoende heeft betwist dat de overeenkomst met betrekking tot project [locatie] de inhoud had zoals die is weergegeven in het projectvoorstel. Dat betekent dat de rechtbank voor het vervolg van deze beoordeling uitgaat van de afspraken die daarin zijn vastgelegd.
Moet Porten de openstaande facturen betalen?
5.7.
De twee facturen die Porten nog onbetaald heeft gelaten (factuur nr. [factuurnummer 1] en factuur nr. [factuurnummer 6] ), hebben beide betrekking op project [locatie] . Voor de beoordeling van de vraag of deze twee facturen verschuldigd zijn, moet worden beoordeeld (i) of de betreffende werkzaamheden overeengekomen zijn, (ii) of deze werkzaamheden ook zijn verricht en (iii) of Intens hiervoor ook (al) mag factureren. Bij dit laatste is relevant dat op grond van het projectvoorstel facturatie plaatsvindt per fase, steeds nadat de betreffende fase is afgerond.
5.8.
Factuur nr. [factuurnummer 1] (€ 10.000,- excl. btw) heeft betrekking op fases 1 en 2 van project [locatie] . Die fases zijn benoemd in het projectvoorstel en dus overeengekomen. Intens heeft verklaard dat zij voor fases 1, 2 en 3 van het project diverse werkzaamheden heeft verricht, overeenkomstig het projectvoorstel. Zo geeft Intens aan (o.a.) (i) de doelgroep van het project te hebben geïdentificeerd, (ii) een basistekst te hebben ontwikkeld en (iii) de identiteit van het project te hebben vormgegeven door het bedenken van een projectnaam (‘ [projectnaam] ’), projectlogo en huisstijl. Daarnaast geeft Intens aan een website te hebben ontwikkeld voor project [locatie] , waarop (o.a.) voornoemde projectnaam, logo en huisstijl ook worden gebruikt. Porten heeft weliswaar in algemene zin betwist dat er werkzaamheden zijn verricht, maar heeft dit niet nader geconcretiseerd. Zij heeft bijvoorbeeld niet ontkend dat er voorbereidende werkzaamheden zijn verricht, waarna de website van het project is gebouwd en dat daar naam, logo en huisstijl op staan. Omdat Porten de stellingen van Intens dus onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, staat vast dat voornoemde werkzaamheden zijn verricht. Porten heeft niet gereageerd op de stelling van Intens dat daarmee fases 1 en 2 zijn voltooid. Het gevolg daarvan is dat vast staat dat fases 1 en 2 ook zijn afgerond.
5.9.
Intens heeft zich op het standpunt gesteld dat het gefactureerde bedrag van € 10.000,- ‘buiten proportie’ is. Het bedrag van de factuur komt echter overeen met het bedrag dat volgens het projectvoorstel voor de betreffende fases is begroot. Al met al is de rechtbank van oordeel dat factuur nr. [factuurnummer 1] op grond van de tussen Intens en Porten gesloten overeenkomst verschuldigd is.
5.10.
Ten aanzien van factuur nr. [factuurnummer 6] (€ 1.698,- excl. btw) heeft Intens toegelicht dat deze betrekking heeft op werkzaamheden die in het kader van fase 3 van project [locatie] zijn verricht en dat, hoewel fase 3 nog niet is afgerond, deze in verband met het ‘on hold’ zetten van het project nu al aan Porten zijn gefactureerd. De rechtbank overweegt ten aanzien van deze factuur het volgende.
5.11.
In de eerste plaats constateert de rechtbank dat in het projectvoorstel niets wordt gezegd over het tussentijds factureren van projecturen, bijvoorbeeld in het geval een project ‘on hold’ wordt gezet. Omdat over tussentijdse facturatie niets is afgesproken, kan daarvan ook geen nakoming worden gevorderd.
5.12.
Voor zover Intens heeft bedoeld te zeggen dat zij (in aanvulling op het projectvoorstel) met Porten heeft afgesproken dat bij het ‘on hold’ zetten van het project tussentijds mag worden gefactureerd, of dat Porten hiervan uit moest gaan omdat dit in de branche gebruikelijk is, is de rechtbank van oordeel dat dan nog steeds niet duidelijk is hoe het factuurbedrag van factuur nr. [factuurnummer 6] tot stand is gekomen (gewerkte uren, uurtarieven, en de afspraken daaromtrent). Daarnaast is in dat geval ook niet duidelijk hoe deze factuur zich verhoudt tot de reeds betaalde factuur nr. [factuurnummer 5] , die eveneens betrekking heeft op fase 3 van project [locatie] . Naar het oordeel van de rechtbank is factuur nr. [factuurnummer 6] (op dit moment) daarom niet verschuldigd.
Rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten
5.13.
Op grond van het voorgaande wordt een bedrag van € 10.000,- excl. btw toegewezen. Ook de wettelijke handelsrente wordt toegewezen, over het bedrag van € 10.000,- vanaf de vervaldatum tot aan de datum van volledige betaling; over de reeds betaalde facturen vanaf de vervaldatum tot 28 mei 2025.
5.14.
Intens vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Intens heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Intens heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Bij de hoogte van het bedrag houdt de rechtbank rekening met het feit dat de deelbetaling pas is gedaan nadat de buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het toe te wijzen bedrag wordt dan ook gebaseerd op een hoofdsom van € 10.000,- + € 8.818,- = € 18.818,-. Conform het Besluit, zal een bedrag van € 963,18 worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente.
5.15.
Porten is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Intens betalen. De proceskosten van Intens worden op basis van het bedrag van € 18.818,- begroot op:
- explootkosten
119,40
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.228,00
(2 punten × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.520,40
5.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.17.
Op grond van artikel 6:44 lid 1 BW strekt de betaling van 28 mei 2025 eerst in mindering van de kosten, vervolgens van de verschenen rente en ten slotte in mindering van de hoofdsom en de lopende rente.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
veroordeelt Porten om aan Intens te betalen een bedrag van € 10.000,- excl. btw, vermeerderd met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de vervaldatum van de onderliggende factuur, tot de dag van de volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Porten om aan Intens te betalen de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het bedrag van de facturen met nrs. [factuurnummer 2] , [factuurnummer 3] , [factuurnummer 4] en [factuurnummer 5] , vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot 28 mei 2025,
6.3.
veroordeelt Porten om aan Intens te betalen een bedrag van € 963,18 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
6.4.
veroordeelt Porten in de proceskosten van € 4.520,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,- plus de kosten van betekening als Porten niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
veroordeelt Porten tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.6.
bepaalt dat de betaling van € 8.818,- die Porten op 28 mei 2025 heeft gedaan eerst wordt toegerekend aan de kosten, vervolgens aan de op dat moment verschuldigde wettelijke handelsrente, daarna de hoofdsom van € 18.818,- vermindert en tot slot de lopende rente.
6.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Bavinck en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.