Op de vergadering van de VvE van 16 december 2024 waren 80 van de 1280 stemmen vertegenwoordigd (6,25 procent). In de notulen is, voor zover relevant, het volgende vermeld:
4 Stemming tot uitvaardingen waarschuwing in de zin van artikel 39 lid 1 van het
Splitsingsreglement aan overlastveroorzakende bewoner
‘Stemming tot uitvaardingen waarschuwing in de zin van artikel 39 lid 1 van het Splitsingsreglement aan
overlast veroorzakende bewoner, te weten de gebruiker van appartementsrecht [adres] ’
In deze bijzondere vergadering zal er een stemming plaatsvinden voor het uitvaardigen van een
waarschuwing in de zin van artikel 39 lid 1 van het Splitsingsreglement. Aan de hand van deze stemming
zal worden bepaald of er een waarschuwing wordt uitgevaardigd aan de overlast veroorzakende bewoonster
in het kader van een procedure tot ontzegging van het gebruik van het onder appartementsrecht.
De voorzitter opent de discussie door te verwijzen naar de vorige vergadering waarin de situatie met een
overlast veroorzakende huurder uitgebreid is besproken. Er is toen besloten om een extra vergadering te
organiseren om de betrokken eigenaar en huurder uit te nodigen. De advocaat van de VvE heeft een brief
gestuurd naar de eigenaar van het appartement, en de vader van de gebruiker [adres] , de heer
[naam 4] , waarin de procedure en de mogelijke consequenties zijn uiteengezet. De voorzitter benadrukt
dat de vergadering nu moet beslissen over het uitvaardigen van een waarschuwing en het voortzetten van
de procedure.
De heer [naam 4] , de eigenaar, neemt het woord en uit zijn spijt over de timing van de vergadering vlak
voor Kerstmis. Hij legt uit dat zijn dochter, de huurder, kampt met een alcohol- en medicatieprobleem, maar
dat ze hard aan zichzelf werkt en al geruime tijd geen problemen meer heeft veroorzaakt. Hij leest een
bericht voor van zijn dochter waarin zij haar excuses aanbiedt voor de overlast en belooft dat het niet meer
zal gebeuren. De heer [naam 4] vraagt de vergadering om de waarschuwing uit te stellen, gezien de
vooruitgang die zijn dochter boekt. Een eigenaar, een ouder van een bewoner van de 4e verdieping, de
galerij waar de dochter van de heer [naam 4] woont merkt op dat de opmerking van de heer [naam 4]
niet klopt. Er is wel degelijk overlast geweest van zijn dochter, de laatste overlast dateert van begin
november 2024.
De vergadering is het erover eens dat de procedure na de vergadering zal worden voortgezet, zoals eerder
door de vergadering gewenst. De advocaat van de heer [naam 4] benadrukt dat de waarschuwing een
cruciale stap is in de procedure en vraagt om heroverweging. Hij wijst erop dat de mensen die gemachtigd
hebben om te stemmen, niet het verhaal van zijn dochter hebben kunnen horen of de brief van de
advocaat hebben gelezen.
De voorzitter legt uit dat de advocaat van de VvE heeft geadviseerd de brief niet te verspreiden, maar dat
de redenen voor de procedure duidelijk zijn uiteengezet. Er is in de vorige vergadering met overtuigende
meerderheid gestemd voor het voortzetten van de procedure. De voorzitter benadrukt dat de vergadering
nu moet stemmen over het geven van de waarschuwing.
Een andere eigenaar voegt toe dat hij de vorige keer heeft meegestemd met de meerderheid, maar daar
later spijt van had. Hij pleit voor het geven van een laatste kans aan de dochter van de heer [naam 4] ,
gezien de lange periode zonder overlast.
De voorzitter erkent dat niet iedereen direct met de overlast te maken heeft gehad, maar dat er veel angst
heerst onder de bewoners. Hij benadrukt dat de eigenaars uiteindelijk beslissen of de procedure wordt
voortgezet.
De stemming wordt gehouden. Er zijn negentien eigenaren ( 59 stemmen) voor het geven van de
waarschuwing en drie eigenaren tegen (9 stemmen). De voorzitter concludeert dat de waarschuwing is
gegeven en dat de procedure wordt voortgezet. De advocaat van de VvE zal de procedure opstarten en
communiceren met de heer [naam 4] en zijn raadsman.
De voorzitter informeert dat er een termijn is waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt tegen het besluit,
zodra de notulen zijn verstrekt. De exacte termijn wordt niet genoemd, maar er wordt gesuggereerd dat
deze vier weken bedraagt nadat het besluit is genomen. De vergadering is het erover eens dat iedereen
bezwaar kan/mag maken tegen het besluit binnen de gestelde termijn.