ECLI:NL:RBAMS:2025:8826

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
11497612 \ CV EXPL 25-1629
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurzaak met ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen en toewijzing van huurachterstand

In deze huurzaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, heeft de kantonrechter op 11 november 2025 een eindvonnis uitgesproken in de zaak tussen Apricot Real Estate 2 B.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. De procedure omvatte een ambtshalve toetsing van de huurvoorwaarden, waarbij de kantonrechter in eerdere tussenvonnissen heeft overwogen dat bepaalde bedingen in de huurovereenkomst oneerlijk zijn. Dit betreft onder andere de huurprijswijzigingsbedingen en de bepalingen over buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat deze bedingen vernietigd moeten worden, waardoor ze niet meer van toepassing zijn. Apricot heeft in haar akte voor de zitting van 2 september 2025 voldoende toelichting gegeven op de huurbedragen, maar de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn niet toewijsbaar. De kantonrechter heeft de vordering van Apricot om € 2.886,53 aan achterstallige huur te betalen, inclusief wettelijke rente, toegewezen. Daarnaast is de gedaagde partij veroordeeld in de kosten van het geding, die zijn begroot op een totaalbedrag van € 137,38 aan explootkosten, € 238,00 aan salaris van de gemachtigde, € 514,00 aan griffierecht en € 67,50 aan nakosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11497612 \ CV EXPL 25-1629
Vonnis van 11 november 2025
in de zaak van
APRICOT REAL ESTATE 2 B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Apricot,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 mei 2025
- de akte van Apricot voor de zitting van 10 juni 2025
- het tussenvonnis van 8 juli 2025.
1.2.
Ter uitvoering van het tussenvonnis van 8 juli 2025 heeft Apricot voor de zitting van 2 september 2025 een akte ingediend en, conform hetgeen in voornoemd tussenvonnis is overwogen, een kopie van de akte aan [gedaagde] toegestuurd met mededeling dat en op welke wijze [gedaagde] hierop kon reageren. Apricot heeft de aan [gedaagde] tijdig gestuurde brief eveneens overgelegd. Van [gedaagde] is geen reactie ontvangen.
1.3.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
2.1.
In het tussenvonnis van 13 mei 2025 is overwogen dat de kantonrechter voornemens is de in dat tussenvonnis geciteerde bedingen te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter daarvan. Het betreft de huurprijswijzigingsbedingen (artikel 5.2 van de huurovereenkomst en artikel 16 van de algemene voorwaarden) en het beding over de buitengerechtelijke incassokosten (artikel 25.2 van de algemene voorwaarden).
2.2.
In haar akte voor de zitting van 2 september 2025 heeft Apricot een voldoende toelichting gegeven op de in haar vorige akte genoemde bedragen aan “Werkelijke huur”.
De kantonrechter stelt vast dat Apricot zich kennelijk refereert aan het oordeel van de kantonrechter ten aanzien van de in het tussenvonnis van 13 mei 2025 geciteerde bedingen. Deze bedingen worden vernietigd vanwege het oneerlijke karakter op de in voornoemd tussenvonnis aangegeven gronden.
2.3.
Gevolg van de oneerlijkheid is dat de hiervoor aangehaalde bedingen buiten toepassing moeten worden gelaten. Op de bedingen kan dus geen beroep worden gedaan. Omdat sprake is van oneerlijk bedingen, kan ook niet worden teruggevallen op een eventuele wettelijke regeling (zie ECLI:EU:C:2021:68).
2.4.
Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar zijn. Ten aanzien van de gevorderde huurverhogingen heeft Apricot bij akte voor de zitting van 10 juni 2025 haar eis verminderd.
De vordering
2.5.
De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, tenzij hierna iets anders is overwogen.
2.6.
Het gevorderde rentebedrag is, gelet op hetgeen door Apricot is gesteld, te hoog. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Apricot te betalen € 2.886,53 ter zake van achterstallige huur tot en met december 2024 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2024 tot de voldoening,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, aan de zijde van Apricot tot aan deze uitspraak begroot op: € 137,38 aan explootkosten, € 238,00 aan salaris gemachtigde, € 514,00 aan griffierecht en € 67,50 aan nakosten voor zover van toepassing, inclusief BTW, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
3.3.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.
33806