ECLI:NL:RBAMS:2025:8825
Rechtbank Amsterdam
- NCC
- Rechtspraak.nl
Toestaan van voeging van derden op grond van artikel 118 Rv in aandeelhoudersgeschil
In deze procedure voor de rechtbank Amsterdam verzoekt CJ Cheiljedang Corporation (CJ) om de oprichters van Batavia Biopharma B.V. (BBP), de heer X en de heer Y, als derden toe te voegen aan het geding op grond van artikel 118 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). BBP is eigenaar van de oprichters via holdingmaatschappijen. CJ baseert haar verzoek op het feit dat de oprichters zelf de aandeelhoudersovereenkomst hebben geschonden waarop de tegenvordering tegen BBP is gebaseerd.
BBP heeft aanvankelijk bezwaar gemaakt tegen de voeging, maar heeft deze bezwaren later ingetrokken. De oprichters hebben de jurisdictie van de rechtbank aanvaard en ingestemd met het gebruik van het Engels als proces taal. De rechtbank oordeelt dat het belang van proceseconomy en efficiëntie gediend is met gelijktijdige behandeling van de vordering tegen de oprichters in dezelfde procedure.
De rechtbank staat de voeging toe onder de voorwaarde dat CJ de oprichters uiterlijk 26 november 2025 zal dagvaarden conform de formele vereisten van artikel 118-120 Rv en dat CJ in haar dagvaarding de vordering tegen de oprichters duidelijk zal specificeren en onderbouwen volgens artikel 111 Rv Pro. De kosten van deze tussenvonnisprocedure worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat CJ de oprichters als derden voegt onder voorwaarden van tijdige dagvaarding en specificatie van de vordering.