In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 31 oktober 2025 een beschikking gegeven over de wijziging van het gezag over twee minderjarige kinderen. De moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. S. Toughza, verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag alleen aan haar toe te kennen. De vader, die in België woont en bijgestaan werd door zijn advocaat mr. A. El Aqde, heeft de kinderen al twee jaar niet gezien en voldoet niet aan zijn verplichtingen als ouder. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vader niet betrokken is bij het leven van de kinderen en geen concrete stappen onderneemt om de relatie met hen te herstellen. De kinderen verblijven sinds de echtscheiding bij de moeder en hebben daar hun hoofdverblijf. De rechtbank oordeelde dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en dat het in het belang van de kinderen is om het gezag aan de moeder toe te kennen. De vader heeft geen wezenlijk initiatief genomen om zijn rol als ouder te vervullen, wat heeft geleid tot de beslissing om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De rechtbank benadrukte dat deze beslissing niets afdoet aan de mogelijkheid voor de vader om contact met zijn kinderen te zoeken en zijn betrokkenheid te tonen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.