ECLI:NL:RBAMS:2025:8809

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
13-086328-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de termijn voor feitelijke overlevering aan Polen wegens overmacht

Op 12 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de feitelijke overlevering van een opgeëiste persoon aan Polen. De overlevering was eerder op 28 mei 2025 toegestaan, maar op 4 juni 2025 werd deze opgeschort op verzoek van de rechtbank, omdat er een verzoek tot een voorlopige voorziening was ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dit verzoek werd op 10 november 2025 afgewezen, maar de rechtbank constateerde dat de termijn voor feitelijke overlevering te kort was om deze nog uit te voeren. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van overmacht, zoals bedoeld in artikel 35 lid 2 van de Overleveringswet (OLW). De rechtbank verlengde de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon met 10 dagen, tot 24 november 2025, om ruimte te bieden voor onvoorziene omstandigheden en om ervoor te zorgen dat de feitelijke overlevering alsnog kon plaatsvinden. De officier van justitie had al een nieuwe datum voor de feitelijke overlevering voorgesteld, maar er was nog geen bevestiging van de Poolse autoriteiten ontvangen. De rechtbank volgde het standpunt van de officier van justitie en besloot de termijn voor de feitelijke overlevering te verlengen, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van de zaak.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Internationale rechtshulpkamer

Parketnummer : 13-086328-25
Verlenging termijn feitelijke overlevering wegens overmacht (artikel 35, tweede lid, OLW) en verlenging vrijheidsbeneming (artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW)
De uitvaardigende justitiële autoriteit van Polen heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:

[De opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1972 te (Land onbekend),
feitelijk verblijfsadres:
[verblijfadres] ,
gedetineerd in [detentieadres] .
Raadsvrouw mr. P.M. Langereis.

Procedure

Op 28 mei 2025 is de overlevering aan Polen van de opgeëiste persoon toegestaan.
Op 4 juni 2025 heeft de rechtbank in raadkamer de feitelijke overlevering opgeschort op grond van artikel 35, derde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 30 dagen op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW. Op 2 juli 2025, 1 augustus 2025, 29 augustus 2025 en 1 oktober 2025 heeft de rechtbank de vrijheidsbeneming telkens met 30 dagen verlengd.
Op 31 oktober 2025 heeft de rechtbank in raadkamer geoordeeld dat de reden voor uitstel van de feitelijke overlevering met ingang van 4 november 2025 niet meer aan de orde is. Aangezien de verlengde vrijheidsbeneming afliep op 3 november 2025 en deze datum viel vóór het moment waarop de opgeëiste persoon verantwoord feitelijk kon worden overgeleverd heeft zij de gevangenhouding verlengd voor de duur van 10 dagen op grond van artikel 34, eerste lid aanhef en onder b, OLW. Tevens heeft zij de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn op grond van artikel 35, derde lid, vierde volzin, OLW met 10 dagen verlengd. De rechtbank volgt de officier van justitie in het standpunt dat de beslissing van 31 oktober 2025 zo moet worden gelezen dat het uitstel van de feitelijke overlevering werd verleend voor de duur van tien dagen gerekend vanaf de geplande feitelijke overlevering op 4 november 2025. Dit is ook in lijn met de laatste zin van artikel 35, derde lid, OLW: “De feitelijke overlevering vindt in dat geval uiterlijk tien dagen na de vastgestelde datum plaats.”
FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN
De rechtbank stelt vast dat de feitelijke overlevering niet heeft plaatsgevonden op 4 november 2025. De feitelijke overlevering werd door het Openbaar Ministerie geannuleerd vanwege de omstandigheid dat de verdediging op 3 november 2025 bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg (hierna: EHRM) een voorlopige voorziening heeft gevraagd om de feitelijke overlevering tegen te houden.
Inmiddels is op 10 november 2025 een beslissing genomen door het EHRM waarbij het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.
Het Openbaar Ministerie heeft de communicatie met het EHRM over deze procedure aan het dossier toegevoegd.
VORDERING
De officier van justitie heeft op 10 november 2025 een vordering gedaan tot verlenging van de gevangenhouding voor de duur van 30 dagen. Op 11 november 2025 is eveneens gevorderd om op grond van artikel 35, tweede lid, OLW de in het eerste lid gestelde termijn te verlengen vanwege overmacht. Als gevolg van omstandigheden buiten de macht van enige lidstaat, heeft de feitelijke overlevering niet binnen die termijn kunnen plaatsvinden. Verlenging van de termijn is daarom noodzakelijk. De officier van justitie heeft meegedeeld dat aan de uitvaardigende justitiële autoriteit reeds is voorgesteld om de feitelijke overlevering alsnog uiterlijk 14 november 2025 te laten plaatsvinden, echter is van de Poolse autoriteiten hierop nog geen bevestiging ontvangen. De verwachting is evenwel dat op korte termijn de feitelijke overlevering alsnog bewerkstelligd kan worden.
De opgeëiste persoon is ingevolge artikel 34, tweede lid, OLW op de vordering tot verlenging van de vrijheidsbeneming niet gehoord nu hij niet ter zitting is verschenen. Zijn raadsvrouw heeft zich per email van 10 november 2025 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat er vanwege de procedure tot een voorlopige voorziening bij het EHRM sprake is geweest van een situatie als bedoeld in artikel 35 lid 2 OLW. Deze bijzondere omstandigheden zijn ten einde gekomen met de beslissing van het EHRM op 11 november 2025 waarin het verzoek tot een voorlopige voorziening is afgewezen. De officier van justitie is nog geen nieuwe datum voor feitelijke overlevering overeengekomen met de uitvaardigende justitiële autoriteit. Vanwege de uitzonderlijke omstandigheden en het feit dat de officier van justitie al wel een nieuwe datum voor de feitelijke overlevering aan de uitvaardigende autoriteit heeft voorgesteld, heeft de rechtbank echter geen reden om te veronderstellen dat er op korte termijn geen nieuwe datum voor de feitelijke overlevering zal zijn. [1] De nog lopende termijn (tot 14 november 2025) biedt te weinig ruimte voor onvoorziene omstandigheden. De rechtbank zal daarom de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn
met 10 dagen verlengen, te weten
tot 24 november 2025en de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW met 10 dagen verlengen.

Beslissing

De rechtbank:

WIJST TOE de vordering ex artikel 35, tweede lid, OLW;

VERLENGT de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn met 10 dagen;

VERLENGTde vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW met
tien dagen.
Deze beslissing is genomen op 12 november 2025 door
mr. M. Westerman, rechter,
en in tegenwoordigheid van N. Nasseri, griffier.

Voetnoten

1.Vergelijk: Rechtbank Amsterdam 27 juni 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4508