Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiseres]
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de conclusie van antwoord, met (voorwaardelijke) eis in reconventie;
- het instructievonnis;
- de dagbepaling mondelinge behandeling.
- de akte van [eiseres] ;
- de repliek met vermindering van eis en producties;
- de dupliek met producties;
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
€ 3.000,00 per maand.
Ingeval van een geliberaliseerde huurprijs als bedoeld in art. 7:247 BW zal de huurprijs jaarlijks worden aangepast op de wijze als bepaald in artikel 5.1. van de Algemene Bepalingen.
Indien het gehuurde zelfstandige woonruimte met een geliberaliseerde huurprijs betreft:
Vindt de jaarlijkse huurprijswijziging plaats op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (CPI), reeks alle huishoudens (2015=100), gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);
…
Geldt de gewijzigde huurprijs ook indien van de wijziging aan huurder geen afzonderlijke mededeling wordt gedaan.
“om te gaan met de huurindexering die [eiseres] over de afgelopen vijf jaar kan terugvorderen”.
“Daarnaast indexeert mevrouw [eiseres] de huurprijs per 1 maart a.s. op grond van artikel 5.1 van de huurovereenkomst en artikel 5.1 van de algemene bepalingen (de hier toepasselijke algemene voorwaarden voeg ik bij). Dit betekent dat mevrouw [gedaagde] per 1 maart a.s. EUR 3.482,50 per maand aan mevrouw [eiseres] verschuldigd is. Daarnaast maakt mevrouw [eiseres] aanspraak op de door mevrouw [gedaagde] ten onrechte niet betaalde huurindexeringen over de afgelopen jaren ter waarde van EUR 14.663,40 excl. wettelijke rente. Mevrouw [eiseres] stuit hierbij de verjaring van deze vorderingen op grond van art. 3:317 lid 1 BW.”
Vordering
a. te verklaren voor recht dat de huurprijs vanaf 1 oktober 2024 € 3.603,61 per maand bedraagt en op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden jaarlijks op 1 oktober conform de geldende CPI-index wordt verhoogd;
b. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 22.364,24 aan achterstallige huurindexeringen te vermeerderen met de achterstallige huurindexeringen vanaf 1 juni 2025 tot en met de datum van de uitspraak in deze zaak, het geheel te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve vervaldata tot aan de dag van de algehele voldoening
c. de proceskosten.
Verweer
de huur keurig op tijdbetaalt en dat zij daaruit ook heeft mogen begrijpen dat zij niet alsnog aanspraak zou maken op huurprijsindexatie.
Beoordeling
€ 792,00 bedraagt. Dit bedrag zal worden toegewezen.