ECLI:NL:RBAMS:2025:8667

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/13/770271 / HA ZA 25-1126
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot oproeping in vrijwaring wegens volmacht en energieleveringsovereenkomst

Audax Renewable Nederland B.V. vordert betaling van onbetaalde facturen voor de levering van gas en elektriciteit aan Havenhuys B.V. Havenhuys heeft een volmacht verstrekt aan Procent om namens haar energieleveringsovereenkomsten te sluiten. Deze volmacht is op 31 december 2024 ingetrokken. Procent sloot echter namens Havenhuys een overeenkomst met Audax met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026.

Havenhuys verzoekt in een incident om Procent in vrijwaring op te roepen, stellende dat Procent buiten haar volmacht is getreden en daarom aansprakelijk is voor de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak. De rechtbank overweegt dat Procent tot de intrekking bevoegd was en dat de overeenkomst met een looptijd na de intrekking geen beperking van de volmacht inhoudt.

De rechtbank oordeelt dat Havenhuys onvoldoende heeft gesteld dat Procent gehouden is de gevolgen van een veroordeling te dragen en wijst de vordering tot oproeping in vrijwaring af. Havenhuys wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak.

Uitkomst: De vordering tot oproeping in vrijwaring wordt afgewezen omdat Procent bevoegd was de overeenkomst te sluiten ondanks intrekking volmacht.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/770271 / HA ZA 25-1126
Vonnis in incident van 12 november 2025
in de zaak van
AUDAX RENEWABLES NEDERLAND B.V.,
te Almere,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Audax,
advocaat: mr. S. Meeuwsen,
tegen
HAVENHUYS B.V.,
te Spijkenisse,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Havenhuys,
advocaat: mr. D.M. Bons.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 15 mei 2025, met producties,
  • de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring, met één productie,
  • de conclusie van antwoord in het incident, met producties,
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De feiten voor zover van belang in het incident

2.1.
Audax is een energiemaatschappij.
2.2.
Havenhuys heeft op 17 januari 2020 een volmacht verstrekt aan Probic B.V. handelend onder de naam Procent (hierna: Procent) om namens haar bij energieleveranciers offertes op te vragen en te ondertekenen voor het leveren van gas en/of elektriciteit. In de volmacht staat het volgende:
‘Volmachtgever heeft te allen tijde het recht om deze volmacht in te trekken op dezelfde wijze als waarop de volmacht is afgegeven. Reeds rechtsgeldig ondertekende overeenkomsten dan wel offertes blijven onverkort van kracht.’
2.3.
Bij brief van 21 augustus 2023 heeft Havenhuys het volgende aan Procent geschreven:
‘Middels deze brief zeggen wij alle dienstverlening op het gebied van energielevering en verwerking alsmede de collectieve inkoop van gas & electra met uw bedrijf per 31-12-2024 op.
De horeca exploitatie zal per 01-01-2025 worden verkocht. Diensten door u
uitgevoerd na voorgenoemde datum zullen niet worden betaald.’
2.4.
Procent heeft namens Havenhuys een overeenkomst voor levering van gas en elektriciteit gesloten met Audax. De overeenkomst heeft een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026. Audax heeft op 23 november 2023 een contractbevestiging aan Havenhuys toegezonden.
2.5.
Havenhuys heeft een aantal facturen van Audax onbetaald gelaten.

3.De vordering in de hoofdzaak

3.1.
Audax vordert – samengevat – dat de rechtbank Havenhuys bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeelt tot betaling van € 31.928,60, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en de proceskosten.
3.2.
Audax legt aan haar vordering ten grondslag dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen voor de levering van gas en elektriciteit. Op grond daarvan is Havenhuys gehouden de kosten voor het geleverde gas en de elektriciteit te betalen en een opzegvergoeding.
3.3.
Havenhuys heeft nog niet voor antwoord geconcludeerd.

4.Het geschil in incident

4.1.
Havenhuys verzoekt Procent in vrijwaring op te mogen roepen.
4.2.
Havenhuys legt daaraan het volgende ten grondslag. Havenhuys heeft aan Procent een volmacht verstrekt voor het afsluiten van overeenkomsten voor het leveren van gas en elektriciteit. Havenhuys heeft op 21 augustus 2023 de volmacht aan Procent per 31 december 2024 ingetrokken. Procent heeft op namens Havenhuys een overeenkomst met Audax gesloten die loopt van 1 januari 2024 tot en met 1 januari 2026. Daarmee is Procent buiten de bevoegdheid van haar volmacht getreden. Dat maakt dat de overeenkomst die Procent namens Havenhuys met Audax heeft gesloten niet rechtsgeldig is. Havenhuys kan daarom Procent aanspreken.
4.3.
Audax is het niet eens met de incidentele vordering en concludeert tot afwijzing.

5.De beoordeling in het incident

5.1.
Maatstaf voor de toewijsbaarheid van een vordering tot oproeping in vrijwaring is of de eisende partij (voldoende onderbouwd) stelt dat de in de vrijwaring op te roepen derde krachtens zijn rechtsverhouding tot hem verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak (geheel of gedeeltelijk) te dragen.
5.2.
Aan dit criterium heeft Havenhuys niet voldaan. De incidentele vordering van Havenhuys om Procent in vrijwaring op te roepen wordt daarom afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
5.3.
Op 17 januari 2020 heeft Havenhuys aan Procent een volmacht afgegeven om namens haar overeenkomsten te sluiten voor het afnemen van gas en elektriciteit. Havenhuys heeft die volmacht met ingang van 31 december 2024 ingetrokken. Dat betekent dat Procent tot die datum bevoegd was om namens Havenhuys overeenkomsten voor het leveren van gas en elektriciteit af te sluiten. Procent mocht dus uit hoofde van die volmacht namens Havenhuys een overeenkomst met Audax sluiten voor de energielevering per 1 januari 2024. Dat de overeenkomst met Audax een looptijd heeft tot 1 januari 2026 maakt dat niet anders. De volmacht bevat immers geen beperking dat slechts overeenkomsten kunnen worden aangegaan voor een kortere looptijd.
5.4.
Als Havenhuys niet had gewild dat Procent een overeenkomst namens haar sloot die zou doorlopen tot na 31 december 2024, had het op haar weg gelegen om dat expliciet aan Procent mee te delen of de volmacht eerder in te trekken. De enkele mededeling dat de vertegenwoordiger van Havenhuys van plan is de exploitatie van de horeca te verkopen, is daartoe onvoldoende.
5.5.
Havenhuys wordt er dan ook niet in gevolgd dat Procent niet bevoegd was om namens haar een overeenkomst met Audax te sluiten en daarom gehouden zou zijn om de nadelige gevolgen van het verlies van Havenhuys in de hoofdzaak te dragen. De rechtbank kan uit de stellingen van Havenhuys ook overigens niet afleiden dat Procent als waarborg van Havenhuys moet worden aangemerkt. Van een vrijwaringsgrond is dus niet gebleken. De betekent dat de vordering tot oproeping in vrijwaring wordt afgewezen.
5.6.
Havenhuys is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van Audax worden begroot op:
- salaris advocaat
614,00
(1 punt × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
792,00

6.De beslissing

De rechtbank
in het incident
6.1.
wijst de incidentele vordering af,
6.2.
veroordeelt Havenhuys in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Havenhuys niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in de hoofdzaak
6.3.
verwijst de zaak naar de rol van
woensdag 24 december 2025voor conclusie van antwoord,
6.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Groot, rechter, bijgestaan door mr. A. Chu en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.