Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
dinsdag 9 december 2025 om 10.00 uurvoor akte uitlating en overlegging stukken door eisende partij,
Rechtbank Amsterdam
In deze bodemzaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 11 november 2025 een tussenuitspraak gedaan in een civiele procedure tussen de stichting Stichting Noordwest Ziekenhuisgroep en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij vorderde een hoofdsom van € 551,86, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten, op basis van een medische behandelovereenkomst. De rechtbank heeft ambtshalve de consumentenrechtelijke aspecten van de overeenkomst getoetst, met name de transparantie en (on)eerlijkheid van het prijsbeding. De rechtbank oordeelde dat de informatieplichten niet aan de orde zijn, omdat medische behandelovereenkomsten zijn uitgezonderd van bepaalde bepalingen in het Burgerlijk Wetboek. Echter, de bedingen van de overeenkomst moeten wel worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. De rechtbank benadrukte dat de eisende partij moet aantonen dat de consument voorafgaand aan de behandeling voldoende geïnformeerd was over de kosten. De zaak is verwezen naar de rol voor het nemen van een akte door de eisende partij, waarbij deze ook de gedaagde partij moet informeren. De verdere beslissing is aangehouden.