Rabobank heeft een procedure gestart tegen gedaagde wegens een betalingsachterstand van €2.846,19, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, voortvloeiend uit een betaalrekening met creditcard die een bestedingslimiet kent. De gedaagde is verstek verklaard wegens niet verschijnen.
De rechtbank constateert dat Rabobank niet alle toepasselijke sets algemene voorwaarden heeft overgelegd, terwijl deze noodzakelijk zijn om te beoordelen of de vordering gegrond is en of de toepasselijke rente en kosten rechtmatig zijn. De rechtbank benadrukt dat ambtshalve toetsing van consumentenrechtelijke bepalingen, waaronder de redelijkheid van bedingen, vereist is op grond van recente arresten van het Europese Hof van Justitie.
Rabobank wordt opgedragen om de volledige sets algemene voorwaarden in te dienen en zich uit te laten over de relevante bedingen en het moment van opeising van de vordering, alsmede over de rente na opeising. De zaak wordt aangehouden tot nadere stukken zijn ingediend en zal op 2 december 2025 worden voortgezet. Het vonnis is gewezen door kantonrechter C.W. Inden en op 4 november 2025 in het openbaar uitgesproken.