Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de akte van eisende partij.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 21 oktober 2025 een vonnis gewezen in een bodemzaak tussen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HUURMIJ B.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij, vertegenwoordigd door KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen, heeft een vordering ingesteld op basis van een leaseovereenkomst voor een personenauto. De rechtbank heeft in een eerder tussenvonnis van 29 juli 2025 de eisende partij opgedragen om te onderbouwen dat de gedaagde partij handelde als ondernemer en niet als consument, zodat de consumentenbescherming niet van toepassing zou zijn.
De eisende partij heeft vervolgens bewijsstukken overgelegd, waaronder een uittreksel van het handelsregister en e-mailcorrespondentie, waaruit blijkt dat de gedaagde partij ten tijde van de overeenkomst een eenmanszaak had die zich bezighield met ambulante jeugdzorg. De rechtbank oordeelt dat de eisende partij voldoende onderbouwing heeft gegeven voor haar stelling dat er sprake is van een handelsovereenkomst.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de vordering van de eisende partij niet onrechtmatig of ongegrond is en heeft deze toegewezen. De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten betalen. De rechtbank heeft de gedaagde partij veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 7.091,32, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten, en heeft de proceskosten vastgesteld op € 1.095,84. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.