De vrouw voert ter onderbouwing van haar verzoek aan dat er tussen partijen meermaals sprake geweest van ernstig huiselijk geweld en controlerend en denigrerend
gedrag van de man jegens de vrouw, waarvoor de man is veroordeeld en een
schadevergoeding aan de vrouw moet betalen. De vrouw stelt gedurende het huwelijk van partijen zeer regelmatig in elkaar te zijn geslagen door de man, zowel binnenshuis als op straat. Ook stelt zij door de man te zijn opgesloten in huis, te zijn geïsoleerd voor de
buitenwereld en financieel afhankelijk van hem te zijn gehouden. Volgens de vrouw heeft de man eerder aangegeven de kinderen mee te willen nemen naar Syrië zodra
zij een Nederlands paspoort hebben en heeft hij gedreigd de kinderen van de vrouw weg zou nemen als zij aangifte zou doen. Eveneens heeft zij verklaard dat de man al eens heeft geprobeerd haar in brand te steken terwijl zij zwanger was van een zoon. Die zwangerschap is geëindigd in een miskraam als gevolg van trappen van de man in de buik van de vrouw. De vrouw heeft de over haar bekende politiegegevens opgevraagd en wil het dossier na ontvangst in deze procedure inbrengen. Gelet op voorgaande omstandigheden verzoekt de vrouw de rechtbank te bepalen dat het gezag over de minderjarigen alleen aan haar zal toekomen, nu er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarigen klem zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. Voortduring van het gezamenlijk gezag zal volgens haar de veiligheid van haar en de kinderen verder op het spel zetten. De vrouw voorziet in de toekomst problemen in terugkerende formele zaken waarbij, in het geval het gezamenlijk ouderlijk gezag zou voortduren, zij een handtekening of anderszins fysieke instemming van de man zou moeten kunnen (aan)tonen. De vrouw denkt daarbij bijvoorbeeld aan het verlengen van het paspoort van de minderjarigen, vakanties naar het buitenland of medische hulp. Zij voorziet deze problemen in de eerste plaats omdat zij omwille van haar eigen veiligheid en die van de kinderen zo min mogelijk met de man in contact probeert te treden. Indien zij gedwongen wordt om dit wel te doen, geeft dit de man kennis over hun verblijfplaats en een zekere mate van controle over hun levens. De vrouw stelt dat het op dit moment ondoenlijk is voor haar om inhoud te geven aan het bestaande gezamenlijke gezag. Zij verzoekt de rechtbank dan ook het eenhoofdig gezag over de kinderen aan haar toe te wijzen.
De vrouw voert daarnaast verweer tegen het verzoek van de man om een zorgregeling vast te leggen. Zij verzoekt de rechtbank een eventuele beslissing met betrekking tot de zorg- c.q. omgangsregeling aan te houden tot dat de veiligheid haar en de kinderen in kaart is gebracht door Altra, Jeugdbescherming of middels een onderzoek door de Raad. De vrouw, Altra, Veilig Thuis en de politie maken zich namelijk ernstige zorgen over de situatie van partijen. De kinderen hebben inmiddels al langer dan een jaar geen contact meer gehad met de man. De situatie van de vrouw en de kinderen wordt door de gebeurtenissen in het verleden als uiterst onveilig ingeschat. Betrokken organisaties zeggen dat er geen omgang moet komen in verband met intiem terreur en dat er een risico is op eerwraak. Volgens de advocaat van de vrouw zou daarom JBRA ook niet betrokken zijn. De vrouw is ook bang voor ontvoering naar het buitenland. De vrouw wil dan ook niet dat er op dit moment reeds (begeleide) contacten plaatsvinden tussen de man en de kinderen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw gesteld dat de man veroordeeld is voor het geweld jegens haar. Volgens haar heeft de strafrechter als voorwaarde aan de straf van de man gekoppeld dat hij in behandeling dient te gaan bij [zorgaanbieder] . Pas als deze behandeling heeft plaatsgevonden kon er volgens de strafrechter worden gesproken over omgang tussen de man en de kinderen. De man is volgens de vrouw echter enkel naar een intakegesprek geweest. De behandeling zou niet zijn gestart vanwege een gebrek aan zelfinzicht aan de zijde van de man. De vrouw stelt dat de man haar familie onder druk zet om omgang tussen hem en de kinderen toe te laten en hij probeert haar verblijfplaats te achterhalen. Dit heeft er voor gezorgd dat zij op korte termijn zal moeten worden overgeplaatst naar een andere opvanglocatie. De vrouw vreest voor haar leven zodra de man op de hoogte is van haar verblijfplaats.
Op de vraag van de rechtbank welke gezagsbeslissingen de komende tijd nodig zijn, vertelt de advocaat van de vrouw dat de kan aanwezig is dat vrouw en kinderen moeten worden overgeplaatst naar een andere opvanglocatie, waarbij de kinderen op een nieuw adres en bij een nieuwe school moeten worden ingeschreven.