ECLI:NL:RBAMS:2025:8413

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
11645528 KK EXPL 25-228
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming van een sociale huurwoning op basis van hoofdverblijf en proceskostenveroordeling

In deze zaak vordert de verhuurder, Woningstichting Eigen Haard, ontruiming van een sociale huurwoning omdat de huurder, [gedaagde], de woning niet als zijn hoofdverblijf zou bewonen. De huurder heeft deze beschuldiging gemotiveerd betwist. De kantonrechter oordeelt dat er nader feitenonderzoek nodig is om de claims van de verhuurder te verifiëren. Aangezien dit onderzoek niet in kort geding kan plaatsvinden, wordt de vordering tot ontruiming afgewezen. De huurder wordt wel veroordeeld in de proceskosten, omdat hij ondanks herhaalde uitnodigingen van de verhuurder niet heeft gereageerd en geen stukken heeft overgelegd ter ondersteuning van zijn verweer. De kantonrechter benadrukt dat de vordering van de verhuurder spoedeisend is, gezien de schaarste van sociale huurwoningen en de lange wachttijden. Echter, zonder voldoende bewijs dat de huurder zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst heeft geschonden, kan de ontruiming niet worden toegewezen. De proceskosten worden begroot op € 890,95, die de huurder binnen veertien dagen moet betalen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht - Kantonrechter
Zaaknummer: 11645528 \ KK EXPL 25-228
Vonnis van 24 oktober 2025 kort geding
in de zaak van
WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres, hierna te noemen: Eigen Haard,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M. Booij en mr. F.C. Maclean.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 april 2025 met producties,
- de mondelinge behandeling van 22 mei 2025, waarbij tegen [gedaagde] verstek is verleend,
- de e-mail van 2 juni 2025, waarmee het verstek van [gedaagde] is gezuiverd,
- de conclusie van antwoord van 20 augustus 2025 met producties,
- de mondelinge behandeling van 25 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van Eigen Haard.
1.2.
Ter zitting is de zaak op verzoek van partijen aangehouden om [gedaagde] de gelegenheid te geven aanvullende stukken te overhandigen en om te bezien of een schikking kon worden bereikt. Bij e-mail van 11 september 2025 heeft Eigen Haard onder meer bericht dat een regeling niet was bereikt en om vonnis gevraagd. [gedaagde] heeft bij e-mail van 30 september 2025 gereageerd. Daarna is vonnis bepaald op heden.

2.Feiten

2.1.
[gedaagde] huurt sinds 13 september 2005 van Eigen Haard de sociale huurwoning gelegen aan het adres [adres] (hierna: de woning). Op de overeenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden van toepassing verklaard (hierna: de algemene voorwaarden).
2.2.
Op grond van artikel 10 van de algemene voorwaarden is [gedaagde] verplicht om in het gehuurde zijn hoofdverblijf te hebben.
2.3.
Op 11 februari 2014 heeft Eigen Haard een melding van de toenmalige buurman van [gedaagde] ontvangen dat de woning al twee jaar niet wordt bewoond. Naar aanleiding van deze melding is Eigen Haard een onderzoek naar de woonsituatie van [gedaagde] gestart. Bij brief van 2 juli 2014 heeft Eigen Haard [gedaagde] uitgenodigd voor een gesprek. [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd.
2.4.
Bij brief van 19 augustus 2014 is [gedaagde] nogmaals uitgenodigd, waarbij hem is verzocht stukken mee te nemen die zijn hoofdverblijf kunnen onderbouwen. [gedaagde] is tijdens deze afspraak verschenen, maar heeft geen stukken meegenomen. Eigen Haard heeft [gedaagde] vervolgens bij brief van 7 november 2014 verzocht om de gevraagde stukken aan te leveren. [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd.
2.5.
Op 20 januari 2015 heeft Eigen Haard [gedaagde] opnieuw uitgenodigd voor een gesprek. [gedaagde] heeft aangegeven dat hij in februari 2015 op gesprek kon komen, omdat hij op dat moment in Suriname verbleef. Eigen Haard heeft [gedaagde] vervolgens uitgenodigd voor een gesprek op 16 februari 2015. [gedaagde] is niet verschenen tijdens dit gesprek.
2.6.
Bij brieven van 2 november 2015 en 8 februari 2016 heeft Eigen Haard huisbezoe-ken aangekondigd. Tijdens deze bezoeken is [gedaagde] niet in de woning aangetroffen. Eigen Haard heeft vervolgens nog verschillende keren gepoogd contact te krijgen met [gedaagde] , maar dit is niet gelukt.
2.7.
Naar aanleiding van een melding op 16 november 2024 heeft Eigen Haard het on-derzoek naar de woonsituatie van [gedaagde] heropend. Op 2 december 2024, 27 januari 2025 en 6 mei 2025 is [gedaagde] tijdens onaangekondigde huisbezoeken niet in de woning aangetroffen.
2.8.
Eigen Haard heeft [gedaagde] in 2025 nog verschillende keren uitgenodigd voor een gesprek, maar [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd. Op 11 mei 2015 heeft Eigen Haard van de buurman van [gedaagde] een melding ontvangen dat hij [gedaagde] al maanden niet bij de woning heeft gezien.

3.Het geschil

3.1.
Eigen Haard vordert ontruiming van de woning, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Eigen Haard legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] in strijd met de toepas-selijke algemene voorwaarden niet zijn hoofdverblijf in de woning heeft. Daarmee is [gedaagde] tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Het tekortschieten is zodanig ernstig dat dit ontbinding van de huurovereenkomst in een bodem-procedure rechtvaardigt, en daarop vooruitlopend ontruiming van de woning in kort geding.
3.3.
[gedaagde] betwist dat hij de woning niet als zijn hoofdverblijf bewoont. Hij is weliswaar geregeld in Suriname en bij zijn kinderen in [plaats] , maar heeft nog steeds zijn hoofdverblijf in de woning.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Toetsingskader bij een vordering tot ontruiming
4.1.
Een vordering tot ontruiming van een woning in kort geding kan in beginsel slechts worden uitgesproken als op basis van de vaststaande feiten en omstandigheden voldoende zeker is dat de rechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal ontbinden en de huurder tot ontruiming zal veroordelen.
Spoedeisend belang
4.2.
Voor het toewijzen van een vordering in kort geding is verder een spoedeisend belang vereist. [gedaagde] heeft het spoedeisend belang van Eigen Haard betwist. De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van Eigen Haard naar haar aard spoedeisend is. Het gaat immers om een sociale huurwoning die schaars is en waarvoor een lange wachttijd bestaat. Eigen Haard heeft er belang bij om op te treden tegen onrechtmatig gebruik van haar sociale huurwoningen; zij is ontvankelijk in haar vordering.
Ontruiming
4.3.
Geoordeeld wordt dat voorshands – derhalve zonder nader onderzoek – niet voldoende zeker is geworden dat de bodemrechter een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte jegens [gedaagde] zal toewijzen. Daarvoor is nader onderzoek naar de feiten nodig, waarvoor in deze procedure geen plaats is. De gevorderde ontruiming wordt daarom afgewezen.
4.4.
Ter toelichting geldt dat Eigen Haard weliswaar een aantal feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die ontruiming in kort geding zou kunnen rechtvaardigen, maar [gedaagde] heeft (pas) bij zijn betwisting meerdere stukken overgelegd, die een nader onderzoek naar die feiten en omstandigheden noodzaken. Het is niet gerechtvaardigd om op dat onderzoek vooruit te lopen. Voor dat nadere onderzoek is in dit kort geding geen plaats.
Conclusie
4.5.
De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming daarom af.
Proceskosten
4.6.
Nu [gedaagde] het ondanks de vele uitnodigingen voor een gesprek niets van zich heeft laten horen, geen stukken heeft verstrekt en op een procedure heeft laten aankomen, zal hij in de proceskosten worden veroordeeld.
4.7.
De proceskosten van Eigen Haard worden begroot op:
- griffierecht € 135,00
- explootkosten € 145,45
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
890,95

5.Beslissing

De kantonrechter, recht doende in kort geding,
5.1.
wijst de vorderingen van Eigen Haard af,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 890,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.V. Ulrici en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2025.
66531.MVU