ECLI:NL:RBAMS:2025:8362

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
11723598 WM 25-7830
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke procedure inzake verkeerssanctie en de rechtsgeldigheid van verkeersborden

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 21 oktober 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende een verkeerssanctie opgelegd aan betrokkene, Athlon Car Lease Nederland B.V. Betrokkene had een administratieve sanctie ontvangen wegens het parkeren in strijd met een parkeerverbod, zoals aangegeven door bord E1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990. De sanctie was opgelegd op basis van een constatering op 18 december 2023, maar betrokkene betwistte de aanwezigheid van het bord op het moment van parkeren. De gemachtigde van betrokkene, Mr. M. Lagas, voerde aan dat er geen duidelijk bord aanwezig was en dat dit niet billijk was voor de opgelegde boete. Tijdens de zitting heeft verweerder, de officier van justitie, geconcludeerd dat het beroep gegrond was, omdat er geen uitsluitsel kon worden gegeven over de datum waarop het bord was geplaatst. De kantonrechter oordeelde dat het niet billijk was om een boete op te leggen zonder bewijs van de aanwezigheid van het bord op het moment van de overtreding. Het beroep werd gegrond verklaard, de bestreden beslissing werd vernietigd en betrokkene kreeg een proceskostenvergoeding van € 388,50 toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke verkeersborden en de rechtszekerheid voor bestuurders.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. A.P. Ploeger
zaaknummer: 11723598 WM VERZ 25-7830
beslissing van: 21 oktober 2025
func.: 43837
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 21 oktober 2025 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

ATHLON CAR LEASE NEDERLAND B.V.

(bestuurder: [naam 1] )
[adres]
(verder: betrokkene)
voor wie beroep is ingesteld door:
Appjection B.V. / Mr. M. Lagas(verder: gemachtigde)
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 14 oktober 2024 en is gericht tegen de beslissing van 3 september 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 5 januari 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde gehoord te hebben - ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 21 oktober 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is de heer [naam 2] bij de zitting verschenen. Op de zitting heeft gemachtigde geen aanvullingen op het beroepschrift.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep gegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, is geparkeerd in strijd met een parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1). Deze gedraging is geconstateerd op 18 december 2023 om 10:46 uur op de Strekkerweg ter hoogte van [huisnummer] te Amsterdam.
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene al jaren de auto op de vermeende pleeglocatie parkeert. Betrokkene stelt dat als een parkeerverbodszone wordt ingevoerd er minstens een duidelijk bord moet worden geplaatst die aangeeft dat er een verandering van de situatie heeft plaatsgevonden. Dat was absoluut niet het geval. Dit blijkt ook uit het feit dat toen betrokkene de boete ontdekte er nog 15 tot 20 auto’s in dezelfde straat stonden die ook een boete hadden ontvangen. Het lijkt betrokkene sterk dat al die bestuurders een duidelijk geplaatst bord over het hoofd hebben gezien.
Gelet op de omstandigheden van het geval verzoekt gemachtigde de kantonrechter om de boete te matigen, omdat betrokkene stelt dat het bord er nog niet stond toen hij de auto ter plaatse parkeerde. Betrokkene heeft een aantal dagen zijn voertuig op de vermeende pleeglocatie laten staan. Het bord moet dan volgens betrokkene in de periode tussen de parkeeractie en 18 december 2023 zijn geplaatst.
Ter onderbouwing van het verweer zijn afbeeldingen ontleend aan Google Maps Streetview aan het beroepschrift gevoegd. Deze beelden tonen aan dat het bord E1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 in april 2023 er nog niet stond.
Namens betrokkene wordt verzocht om een proceskostenvergoeding.
4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat het beroep gegrond dient te worden verklaard. Verweerder heeft ondanks haar pogingen daartoe geen uitsluitsel gekregen van de verbalisant over de datum waarop het bord E1 van het RVV 1990 is geplaatst bij de vermeende pleeglocatie. Op Google Maps Streetview is te zien dat het bord E1 van het RVV 1990 in april 2023 er nog niet stond, maar in juni 2024 wel. Volgens verweerder is dit echter onvoldoende om de inleidende beschikking in stand te laten.
5. Het volgende wordt overwogen.
6. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht dat het onderhavige voertuig niet geparkeerd stond in een zodanig aangegeven parkeerplaats, parkeerplek of parkeergelegenheid in een door bord E1 aangegeven parkeerverbodszone.
Er zijn foto’s van de aan betrokkene verweten gedraging in het geding gebracht, alsmede een foto van het relevante bord E1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 ter plaatse.
7. Betrokkene betwist niet dat hij ter plaatse stond geparkeerd, maar betwist wel de aanwezigheid van het relevante bord E1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 op het moment dat betrokkene de auto daar parkeerde.
Uit de foto van de verbalisant blijkt dat ten tijde van de waarneming er een duidelijk zichtbaar bord E1 van het RVV 1990 was geplaatst.
Namens betrokkene wordt gesteld dat zijn voertuig een aantal dagen op deze locatie heeft gestaan en dat ook 15 tot 20 andere auto’s die daar stonden waren beboet. Het bord E1 zou daarom pas geplaatst zijn tussen het moment van parkeren en 18 december 2023.
Nu verweerder ter zitting niet kan aangeven vanaf welke datum het bord E1 van het RVV 1990 op de pleeglocatie is aangebracht, ontbreekt cruciale informatie om de aan betrokkene verweten gedraging voldoende te kunnen vaststellen. Daarbij is de kantonrechter van oordeel dat als betrokkene zijn voertuig ter plaatse parkeert op een moment dat er nog geen verbodsbord stond, het niet billijk is om onder die omstandigheden een boete op te leggen. De kantonrechter kan zich daarom verenigen met het door verweerder ter zitting ingenomen standpunt. Het beroep wordt gegrond verklaard.

Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:

8. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu betrokkene geheel in het gelijk is gesteld, wordt een proceskostenvergoeding toegekend.
9. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair per proceshandeling vastgelegd. Gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen verricht:
- het indienen van een administratief beroep bij verweerder;
- het fysiek bijwonen van een hoorzitting;
- het indienen van beroep bij de kantonrechter;
- en het verschijnen tijdens de zitting van de kantonrechter.
10. Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2025 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 647,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 907,00.
11. Gelet op het voorgaande worden in deze zaak voor de door gemachtigde verrichte proceshandelingen in de fase van het administratief beroep 2 punten ad € 647,00 toegekend en voor de verrichte proceshandelingen in de fase van het beroep bij de kantonrechter 2 punten ad € 907,00. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast, en ingevolge artikel 13a lid 2 Wahv wordt de proceskostenvergoeding vermenigvuldigd met 0,25 (vgl. de uitspraak van de Hoge Raad van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985). Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 388,50 ((2x647)+ ((2x907) x 0,5 (weging) x 0,25 (Wahv factor)).
12. Daarom wordt beslist als volgt

BESLISSING

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;
  • bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd;
- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 388,50.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.