Op 29 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Heilbronn in Duitsland. De officier van justitie diende op 2 oktober 2025 een vordering in tot behandeling van het EAB, dat op 29 juli 2025 was uitgevaardigd. De opgeëiste persoon, geboren in 1998 en met de Nederlandse nationaliteit, was gedetineerd en werd bijgestaan door zijn advocaat, mr. R. Dijkstra. Tijdens de zitting op 15 oktober 2025 heeft de rechtbank de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden zijn voor de overlevering. De Duitse autoriteiten hebben een garantie gegeven dat, indien de opgeëiste persoon in Duitsland wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland kan worden ondergaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de maatschappelijke re-integratie van de opgeëiste persoon beter in Nederland kan plaatsvinden, gezien zijn banden met het land. Op basis van deze overwegingen heeft de rechtbank de overlevering toegestaan.
De uitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing, conform artikel 29, tweede lid, OLW. De relevante wetsartikelen die zijn toegepast zijn onder andere artikel 2, 5, 6 en 7 van de OLW.