ECLI:NL:RBAMS:2025:8311

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
13/220579-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel met terugkeergarantie voor Nederlandse onderdaan

Op 29 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Heilbronn in Duitsland. De officier van justitie diende op 2 oktober 2025 een vordering in tot behandeling van het EAB, dat op 29 juli 2025 was uitgevaardigd. De opgeëiste persoon, geboren in 1998 en met de Nederlandse nationaliteit, was gedetineerd en werd bijgestaan door zijn advocaat, mr. R. Dijkstra. Tijdens de zitting op 15 oktober 2025 heeft de rechtbank de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en de gevangenhouding bevolen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden zijn voor de overlevering. De Duitse autoriteiten hebben een garantie gegeven dat, indien de opgeëiste persoon in Duitsland wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland kan worden ondergaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de maatschappelijke re-integratie van de opgeëiste persoon beter in Nederland kan plaatsvinden, gezien zijn banden met het land. Op basis van deze overwegingen heeft de rechtbank de overlevering toegestaan.

De uitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing, conform artikel 29, tweede lid, OLW. De relevante wetsartikelen die zijn toegepast zijn onder andere artikel 2, 5, 6 en 7 van de OLW.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/220579-25
Datum uitspraak: 29 oktober 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 2 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 29 juli 2025
Amtsgericht Heilbronn, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in [detentie plaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R. Dijkstra, advocaat in Utrecht.
De rechtbank heeft voor de sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het
Amtsgericht Heilbronn[rechtbank van eerste aanleg] van 17 juli 2025, dossiernummer: 26 Gs 2914/25.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [2]

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
moord en doodslag, zware mishandeling.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [3]
Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
Het Internationaal Rechtshulp Centrum (hierna: IRC) heeft op 3 oktober 2025 de volgende vraag gesteld aan de Duitse autoriteiten:
“Both [persoon] and […] have the Dutch nationality. As a consequence, pursuant to Article 5, paragraph 3 of the Framework Decision on the EAW (2002/584/JHA) and Article 6, paragraph 1 of the Dutch Surrender of Persons Act, the surrender may only be authorized after it is guaranteed that, in case the wanted persons are sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Germany, they will be allowed to serve this punishment in the Netherlands (pursuant to the European Framework Decision 2008/909/JHA). We kindly request this guarantee of return for each of the wanted persons.”
De Duitse autoriteiten hebben bij mail van 6 oktober 2025 de volgende garantie gegeven:
“Subject to the agreement of […] and [persoon] , we guarantee that the execution of the sentence can be carried out in the Netherlands.
If you need a formal letter concerning this point, please let me know.”
Naar het oordeel van de rechtbank is de garantie, in samenhang gelezen met de e-mail van het IRC van 3 oktober 2025, voldoende.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
Amtsgericht Heilbronn, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en M. Westerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.K. Verbruggen, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 oktober 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.
3.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (