ECLI:NL:RBAMS:2025:8310

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
13/220576-25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse verdachte op basis van Europees aanhoudingsbevel ondanks summiere terugkeergarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 oktober 2025 de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse autoriteiten tegen een Nederlandse verdachte geboren in 1998. De verdachte werd bijgestaan door zijn advocaat en verscheen ter zitting. Het EAB betrof ernstige strafbare feiten zoals moord, die in Nederland op grond van de Opiumwet (OLW) als lijstfeit zijn aangemerkt.

De verdachte beriep zich op de terugkeergarantie zoals bedoeld in artikel 6 OLW Pro, omdat hij de Nederlandse nationaliteit bezit en zijn gezinsleven en belangen in Nederland heeft. De verdediging stelde dat de geboden garantie onvoldoende was om overlevering toe te staan. De officier van justitie stelde daartegenover dat de combinatie van de Duitse toezegging en de vraag van het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) voldoende zekerheid bood.

De rechtbank oordeelde dat de garantie, gelezen in samenhang met de correspondentie van het IRC, voldoende was om de overlevering toe te staan. Er waren geen andere weigeringsgronden en het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. De overlevering werd daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan Duitsland toe op basis van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/220576-25
Datum uitspraak: 15 oktober 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 2 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 29 juli 2025 door het
Amtsgericht Heilbronn, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëist persoon],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
gedetineerd in [detentie adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, advocaat in Amsterdam.
De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van
Amtsgericht Heilbronn[rechtbank van eerste aanleg] van 17 juli 2025, dossiernummer: 26 Gs 2915/25.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [2]

4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
moord en doodslag, zware mishandeling.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [3]
Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
Het Internationaal Rechtshulp Centrum (hierna: IRC) heeft op 3 oktober 2025 de volgende vraag gesteld aan de Duitse autoriteiten:
“Both […] and [opgeëist persoon] have the Dutch nationality. As a consequence, pursuant to Article 5, paragraph 3 of the Framework Decision on the EAW (2002/584/JHA) and Article 6, paragraph 1 of the Dutch Surrender of Persons Act, the surrender may only be authorized after it is guaranteed that, in case the wanted persons are sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Germany, they will be allowed to serve this punishment in the Netherlands (pursuant to the European Framework Decision 2008/909/JHA). We kindly request this guarantee of return for each of the wanted persons.”
De Duitse autoriteiten hebben op 6 oktober 2025 de volgende garantie gegeven:
“Subject to the agreement of [opgeëist persoon] and […], we guarantee that the execution of the sentence can be carried out in the Netherlands.
If you need a formal letter concerning this point, please let me know.”
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de overlevering te weigeren omdat de summiere terugkeergarantie niet volstaat.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de e-mail van de Duitse autoriteiten, in samenhang gelezen met de e-mail van het IRC van 3 oktober 2025, volstaat en dat de weigeringsgrond van artikel 6 OLW Pro niet van toepassing is.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is de garantie, in samenhang gelezen met de e-mail van het IRC van 3 oktober 2025, voldoende.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëist persoon]aan
Amtsgericht Heilbronn, Duitsland, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en M. Westerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.K. Verbruggen, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 oktober 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.
3.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (