ECLI:NL:RBAMS:2025:8305

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 september 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
13/177938-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor uitbreiding tenuitvoerlegging straf na overlevering volgens regels van specialiteit

De rechtbank Amsterdam heeft op 23 september 2025 een verzoek behandeld van de officier van justitie tot aanvullende toestemming voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die zijn begaan vóór de overlevering van de betrokkene uit Hongarije. Dit verzoek is ingediend op grond van artikel 14 van Pro de Overleveringswet (OLW).

De overgeleverde persoon, geboren in 1983, is op 11 maart 2025 gehoord door de Debrecen Regional Court, waarbij hij uitdrukkelijk verklaarde geen afstand te doen van de bescherming die de regels van specialiteit bieden. Hij baseerde dit op de schending van afspraken door de Hongaarse staat en de garanties van de Nederlandse overheid.

De rechtbank concludeerde dat de overgeleverde persoon de gelegenheid heeft gehad om zijn bezwaren kenbaar te maken en dat de stukken toereikend zijn om een beslissing te nemen met volledige eerbiediging van zijn verdedigingsrechten. Op grond hiervan heeft de rechtbank het verzoek tot aanvullende toestemming toegewezen en daarmee de uitbreiding van de tenuitvoerlegging van de straf toegestaan.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor uitbreiding van de tenuitvoerlegging van de straf voor feiten gepleegd vóór overlevering.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/177938-24
Datum beslissing: 23 september 2025
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 12 juni 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek van 28 april 2025 is afkomstig van
the Debrecen Regional Court, Sentence Enforcement Unit, en is ingediend door
the Ministry of Justice, Departement of International Criminal Law(Hongarije) op 26 mei 2025 en betreft:
[de overgeleverde persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] (Hongarije),
thans gedetineerd in [land] ,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om – met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon – een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De overgeleverde persoon is op 11 maart 2025 door de
Debrecen Regional Courtover dit verzoek gehoord. De vertaling van het proces-verbaal van verhoor houdt onder meer in:
“At the Sentence Enforcement Judge’s question, the convict:
I understand the information and the rules of speciality. I understand what the court has said. I now know that my failure to waive is an obstacle to the imposition of an accumulative sentence.
Convict [de overgeleverde persoon] :
I declare voluntarily and in full awareness of the consequences of the rule of speciality that I do not waive the protection afforded by the rules of speciality.
Convict [de overgeleverde persoon] without being asked:
I do not waive because 1 have received assurances from the Dutch government that if they bring me back from the Netherlands, I will be sent to an EU prison. This was violated by the State of Hungary, therefore, I do not waive my right to the rules of speciality. Come what may.”
Uit dit proces-verbaal leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken. [1]
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de tenuitvoerlegging van de straf van
[de overgeleverde persoon]voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 23 september 2025 door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en D.L.S. Ceulen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.K. Verbruggen, griffier.

Voetnoten

1.HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/2 1 PPU en C-429/2 1 PPU, ECLI:EU:C:202 1:876, punt 63.