ECLI:NL:RBAMS:2025:8266
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst en loonvordering werknemer in de schoonmaakbranche
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 31 oktober 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een werknemer, aangeduid als [verzoekster], en haar werkgever, GBM SERVICES B.V. De werknemer verzocht de kantonrechter om de opzegging van haar arbeidsovereenkomst te vernietigen en om GBM te veroordelen tot betaling van loon. De werknemer was sinds 30 oktober 2023 in dienst bij GBM als schoonmaker en had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die eindigde op 30 april 2025. De werkgever had de werknemer op 27 maart 2025 schriftelijk geïnformeerd dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. De werknemer stelde echter dat zij na het verstrijken van de eerste arbeidsovereenkomst stilzwijgend een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had gekregen, omdat zij doorbleef werken zonder dat er nieuwe afspraken waren gemaakt. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was, omdat de werkgever niet had voldaan aan de wettelijke vereisten voor opzegging, waaronder het ontbreken van toestemming van het UWV en het opzegverbod vanwege ziekte van de werknemer. De kantonrechter heeft de opzegging vernietigd en GBM veroordeeld tot betaling van het salaris van de werknemer over 27,5 uur per week, evenals een bedrag van € 1.181,95 bruto voor niet geïndexeerd loon, en de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.