ECLI:NL:RBAMS:2025:8159

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
C/13/774955 FA RK 25/6620
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg met betrekking tot een psychische stoornis

Op 2 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven in een zaak betreffende een zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De rechtbank heeft deze machtiging verleend aan een betrokkene, geboren in 1950, die lijdt aan een psychische stoornis, specifiek een psychotische stoornis. De officier van justitie had op 1 september 2025 een verzoek ingediend voor het verlenen van verplichte zorg, omdat er zorgen waren over de geestelijke gezondheid van de betrokkene en het risico op ernstig nadeel. De mondelinge behandeling vond plaats op het thuisadres van de betrokkene, waar de rechtbank constateerde dat er sprake was van een termijnoverschrijding in de behandeling van het verzoek. De rechtbank oordeelde echter dat er geen sanctie aan deze overschrijding verbonden was, aangezien het om een eerste zorgmachtiging ging.

Tijdens de zitting werd duidelijk dat de betrokkene niet volledig was geïnformeerd over de relevante rapporten en informatie, wat door haar advocaat werd aangevoerd als schending van de goede procesorde. De rechtbank oordeelde echter dat de betrokkene voldoende op de hoogte was gebracht van de overlastmeldingen en dat de goede procesorde niet was geschonden. De rechtbank concludeerde dat de betrokkene zorg nodig had om haar geestelijke gezondheid te stabiliseren, en dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis waren. Daarom werd de zorgmachtiging verleend voor een periode van zes maanden, met specifieke maatregelen zoals het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid. De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter F.P. Lauwaars, met griffier D.L. Overduin, en is later schriftelijk uitgewerkt.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/774955 FA RK 25/6620
kenmerk: ZM/IND/175899
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 2 oktober 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1950 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.W. Plantema te Amsterdam,
zorgaanbieder: GGZinGeest.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 1 september 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025 op het thuisadres van betrokkene.
De rechtbank merkt op dat er sprake is van overschrijding van de beslistermijn door de rechtbank. Op grond van artikel 6:2, eerste lid, sub b, van de Wvggz dient de rechter uiterlijk binnen drie weken na ontvangst van het verzoek uitspraak te doen, dat was in dit geval op 22 september 2025. De zitting stond gepland op 17 september 2025 en vervolgens nogmaals op 22 september 2025. Beide keren is betrokkene niet verschenen omdat zij verklaarde ziek te zijn. De rechtbank is op 2 oktober 2025 op huisbezoek gegaan. De mondelinge behandeling heeft daarmee acht dagen te laat plaatsgevonden. De wetgever heeft aan deze termijnoverschrijding geen sanctie verbonden, nu het hier om een eerste zorgmachtiging gaat.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- mw. [naam 1] , psychiater;
- dhr. [naam 2] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis.
2.2.
De advocaat heeft gepleit voor afwijzing van het verzoek. Er is volgens betrokkene geen sprake van ernstig nadeel. Het gedrag waarvan wordt verklaard dat het ernstig nadeel oplevert is niet voldoende onderbouwd. De Geneesheer-Directeur, dan wel de zorgverantwoordelijke dient er voor te zorgen dat betrokkene zo volledig mogelijk wordt geïnformeerd over alle relevante rapporten, gespreksnotities en informatie-uitwisseling met ketenpartners zoals de GGD, indien deze de grondslag
vormen voor het gestelde ernstig nadeel. Betrokkene moet vanaf het begin van de procedure zo volledig mogelijk kunnen kennisnemen van alle relevante primaire bronnen om deze te kunnen beoordelen en eventueel te betwisten. Dat is in deze zaak niet gebeurd en daarmee is de goede procesorde geschonden, aldus de advocaat.
2.3.
De psychiater heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene door de GGD is aangemeld nadat er verschillende meldingen van overlast zijn gekomen.
De verpleegkundige geeft aan dat er de afgelopen acht weken zeven meldingen zijn ingekomen, dus veel meldingen in korte tijd. Er is wat meldingen betreft gekeken tot twee maanden geleden. Bij een overlastmelding komt er een mail binnen. Alles is met mevrouw besproken en in april is er ook met een medewerker van de GGD erbij gesproken.
De psychiater vult aan dat betrokkene ook vergeet dat ze een afspraak heeft gemaakt. Dat kan ook mogelijk te maken hebben met haar geheugen. Het vermoeden is dat er sprake is van late-onset dementie of iets cognitiefs. Dat moet worden onderzocht in de kliniek. Omdat er op dit moment geen samenwerking is, is een zorgmachtiging nodig.
2.4.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de medische verklaring en de toelichting van de psychiater en de verpleegkundige ter zitting, sprake is van ernstig nadeel. De onder 2.1. genoemde stoornis leidt tot ernstig nadeel, namelijk ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang.
2.5.
Ten aanzien van het betoog dat betrokkene ten onrechte niet van meet af aan volledig is geïnformeerd, maar dat zij pas op de zitting een toelichting of aanvullende informatie heeft gekregen en dat daarmee de goede procesorde is geschonden, overweegt de rechtbank als volgt. De op de zitting aanwezig sociaal psychiatrisch verpleegkundige heeft desgevraagd toegelicht dat iedere overlast melding met betrokkene is besproken. Ook heeft betrokkene zelf een brief van de GGD [locatie] overgelegd die is gericht aan betrokkene, waarin gesteld wordt dat de medewerkers van de GGD opnieuw met betrokkene in gesprek willen omdat de meldingen aanhouden, waarin ook wordt verwezen naar een reeds eerder met betrokkene gevoerd gesprek over overlastmeldingen. Het is de rechtbank gelet op het vorenstaande voldoende gebleken dat betrokkene in de afgelopen periode op de hoogte is gebracht en gehouden van de gedane overlastmeldingen. De rechtbank volgt betrokkene dan ook niet in haar betoog dat zij ten onrechte pas op de zitting volledig is geïnformeerd over de onderbouwing van het gestelde ernstig nadeel en is van oordeel dat de goede procesorde niet is geschonden.
2.6.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.7.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid (
  • insluiten (
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene (
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie (
2.8.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.9.
Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
2.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene]
,geboren op [geboortedatum] 1950 te [geboorteplaats] , inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.7 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 2 april 2026.
Deze beschikking is op 2 oktober 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. F.P. Lauwaars, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 16 oktober 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.