ECLI:NL:RBAMS:2025:8085

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
11715561 \ CV EXPL 25-7506
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke ontbinding koopovereenkomst woonboot wegens dwaling en non-conformiteit

In deze zaak hebben eisers, [eiser 1] en [eiser 2], een woonboot gekocht van gedaagde. Kort na de koop bleek het dak van de woonboot te lekken, terwijl gedaagde had aangegeven dat het dak nieuw was. Eisers hebben gedaagde niet correct in gebreke gesteld, waardoor gedaagde niet in verzuim is geraakt. De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst gedeeltelijk ontbonden moet worden op basis van dwaling, omdat gedaagde onjuiste informatie heeft verstrekt over de staat van het dak. De rechtbank wijzigt de koopovereenkomst en vermindert de koopprijs met € 10.000,-, wat gedaagde aan eisers moet terugbetalen. Gedaagde wordt ook veroordeeld in de proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, omdat eisers niet hebben aangetoond dat er meer kosten zijn gemaakt dan voor de processtukken.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11715561 \ CV EXPL 25-7506
Vonnis van 19 september 2025
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

en
2.
[eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser 1] en [eiser 2] ,
gemachtigde: mr. W.P.C. Ros (ARAG Rechtsbijstand),
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 mei 2025, met producties,
- het proces-verbaal van mondeling antwoord, met producties,
- het instructievonnis van 27 juni 2025,
- de dagbepaling van de mondelinge behandeling
- een aanvullende productie van [eiser 1] en [eiser 2] .
1.2.
Op 19 augustus 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser 1] en [eiser 2] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] was eigenaar van de woonboot gelegen aan de [adres] (hierna: de woonboot). In 2016 heeft hij met zijn oom (voormalig dakdekker) een nieuwe bitumen laag op het dak van de woonboot aangebracht.
2.2.
In 2023 heeft hij de woonboot ter verkoop aangeboden en daarbij vermeld dat de woonboot in prima staat van onderhoud verkeert.
2.3.
[eiser 1] en [eiser 2] hebben op 7 juli 2023 de woonboot van [gedaagde] gekocht voor € 465.000,-. De woonboot is op 23 augustus 2023 aan [eiser 1] en [eiser 2] geleverd.
2.4.
Op 1 november 2023 lekte het dak boven de cv-ketel. Op 6 november 2023 is vervolgens de cv-ketel vervangen en de afvoer door het dak gerepareerd. Op 26 november 2023 lekte het dak opnieuw. [eiser 1] en [eiser 2] hebben daarover de volgende dag bij [gedaagde] geklaagd.
2.5.
Welhuis Dakwerken heeft vervolgens onderzoek naar de lekkage gedaan en geconcludeerd dat het hele dak vervangen diende te worden. Dit hebben [eiser 1] en [eiser 2] aan [gedaagde] laten weten. [gedaagde] is vervolgens op 4 december 2023 langsgekomen om het dak te bekijken.
2.6.
[eiser 1] en [eiser 2] hebben tussen 13 en 15 december 2023 het dak laten vervangen door Dakcentrale Daksquare B.V. Zij hebben daarvoor ingevolge de overgelegde factuur met posten: wortel bestendig bitumen gemineraliseerd, PIR alu isolatie, daktrim demonteren en nieuwe monteren inclusief spijkers en afstortkosten € 16.201,90 betaald. Bij e-mailbericht van 13 december 2023 hebben [eiser 1] en [eiser 2] aan [gedaagde] laten weten dat zij op die dag het dak zouden laten vervangen en hem in de gelegenheid gesteld om te komen kijken. [gedaagde] heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
2.7.
[eiser 1] en [eiser 2] hebben [gedaagde] vervolgens meerdere keren aangesproken tot betaling van (een deel van) de herstelkosten, maar [gedaagde] betwist dat hij daarvoor aansprakelijk is.

3.Het geschil

3.1.
[eiser 1] en [eiser 2] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:de koopovereenkomst gedeeltelijk te ontbinden, zodanig dat de koopprijs wordt verminderd met € 16.201,90, en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van dat bedrag;
subsidiair:[gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 16.201,90 aan vervangende schadevergoeding;
meer subsidiair:de gevolgen van de koopovereenkomst te wijzigen, dusdanig dat de koopprijs met € 16.201,90 wordt verminderd en [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag;
en in alle gevallen:[gedaagde] te veroordelen tot de wettelijke rente over het te betalen bedrag, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
[eiser 1] en [eiser 2] stellen daartoe dat primair de woonboot non-conform is omdat deze, gelet op het lekkende dak, niet voldoet aan hetgeen zij daarvan op grond van de overeenkomst mochten verwachten en vorderen daarom in deze procedure dat de koopovereenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden met een vermindering van de koopprijs (gelijk aan de vervangingskosten van het dak). Voor het geval de kantonrechter dat niet toewijst vorderen [eiser 1] en [eiser 2] subsidiair dat [gedaagde] een vervangende schadevergoeding betaalt. Als uiterste optie vorderen [eiser 1] en [eiser 2] meer subsidiair dat de kantonrechter de gevolgen van de koopovereenkomst, ter opheffing van het door hen geleden nadeel wegens dwaling, wijzigt door de koopprijs met de vervangingskosten te verminderen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen zal hieronder voor zover van belang nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde] betwist dat hij aansprakelijk is voor de schade aan het dak. Hij voert aan dat de woonboot voldeed aan hetgeen [eiser 1] en [eiser 2] mochten verwachten van de koopovereenkomst, maar ook dat hij niet in staat is gesteld om zelf het dak te repareren.
4.2.
Nog los van de vraag of het dak non-comform is, geldt ten aanzien van de primaire en subsidiaire vorderingen het volgende. Ingevolge artikel 6:265 en 6:74 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is voor het (gedeeltelijk) ontbinden van de koopovereenkomst op grond van non-conformiteit dan wel voor het toekennen van een (vervangende) schadevergoeding vereist dat [gedaagde] in verzuim is geraakt. Van verzuim is ingevolge artikel 6:82 BW sprake als [eiser 1] en [eiser 2] een schriftelijke aanmaning tot herstel met een redelijke termijn (ook wel een ingebrekestelling) hebben gestuurd aan [gedaagde] en [gedaagde] dat vervolgens niet binnen de gestelde termijn heeft gedaan.
4.3.
[eiser 1] en [eiser 2] stellen dat zij meerdere keren bij [gedaagde] hebben geklaagd over de lekkage en geprobeerd hebben om een oplossing te zoeken, maar dat [gedaagde] daar niet op reageerde zodat een ingebrekestelling met een redelijke termijn niet nodig was. Uit de houding van [gedaagde] kon worden opgemaakt dat hij de schade niet zou vergoeden waardoor hij van rechtswege in verzuim is geraakt, zo stellen [eiser 1] en [eiser 2] . [gedaagde] erkent dat hij niet steeds op brieven gereageerd heeft, maar betwist dat hij niet op Whatsappberichten of telefoontjes gereageerd heeft.
4.4.
Uit de Whatsappcorrespondentie blijkt dat [eiser 1] en [eiser 2] op 27 november 2023 aan [gedaagde] hebben laten weten dat er een lekkage was en dat zij op 4 december 2023 aan [gedaagde] hebben gevraagd om langs te komen. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] op 4 december langs is geweest en dat hij, samen met [eiser 2] en een dakdekker, naar het dak heeft gekeken. [gedaagde] heeft tijdens de zitting toegelicht dat hij toen heeft aangegeven dat [eiser 1] en [eiser 2] hem op de hoogte konden houden van het verloop en dat is door [eiser 1] en [eiser 2] niet betwist. [eiser 1] en [eiser 2] hebben vervolgens op 13 december 2023 aan [gedaagde] laten weten dat het dak die dag vervangen werd en hem de mogelijkheid geboden om langs te komen, maar [gedaagde] heeft ter zitting terecht toegelicht dat dat te laat is omdat de dakdekkers op dat moment al bezig waren met de werkzaamheden aan het dak en hij dus niet zelf een redelijke termijn heeft gekregen om het dak te repareren.
4.5.
[eiser 1] en [eiser 2] hebben [gedaagde] dan ook de kans ontnomen om op eigen kosten voor het herstel zorg te dragen en daarmee de kosten zo laag mogelijk te houden. Daarnaast is de omstandigheid dat de lekkage zo snel mogelijk opgelost moest worden onvoldoende voor het aannemen van verzuim van rechtswege. Uiteraard zijn er situaties denkbaar waarbij de nood zo hoog is dat er direct actie moet worden ondernomen en van de partij die met het gebrek geconfronteerd is niet verwacht kan worden dat hij de ander eerst nog schriftelijk een termijn tot herstel geeft, maar hier is onvoldoende gebleken dat van zo’n noodsituatie sprake was. Bovendien geldt dat ook in zo’n situatie zoveel mogelijk geprobeerd moet worden om de wederpartij, ondanks de spoed, toch in staat te stellen tot herstel. Dat is hier niet gebeurd.
4.6.
Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat [gedaagde] in verzuim is geraakt. Dat [gedaagde] nadat het herstel al had plaatsgevonden vaak niet reageerde op brieven en e-mails maakt dat niet anders. Of het dak non-conform was kan dan ook in het midden blijven. De gevorderde gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst met veroordeling van [gedaagde] in de vervangingskosten en de gevorderde vervangende schade vergoeding worden daarom afgewezen.
4.7.
[eiser 1] en [eiser 2] doen meer subsidiair een beroep op dwaling. Zij stellen daartoe dat de koopovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand is gekomen, aangezien [gedaagde] onjuiste informatie heeft verstrekt over de staat van de woonboot en dat zij de koopovereenkomst niet (onder dezelfde voorwaarden) zouden hebben gesloten als zij in de juiste veronderstelling waren geweest. [eiser 1] en [eiser 2] stellen dat [gedaagde] bij de verkoop heeft gezegd dat de woonboot in een prima staat van onderhoud was en dat er enkele jaren daarvoor een nieuw dak op de woonboot was geplaatst. [gedaagde] erkent dat hij dat heeft gezegd. [gedaagde] heeft tijdens de zitting toegelicht dat hij het dak als nieuw beschouwde omdat hij in 2016 samen met zijn oom nieuw bitumen op het dak heeft geplaatst over de oude bitumenlaag en dat het dak voor de overdracht door een deskundige van zijn verzekeringsmaatschappij geïnspecteerd waarbij geen gebreken geconstateerd zijn, zodat het voor hem een prima dak was.
4.8.
Hoewel [gedaagde] het dak mogelijk als nieuw beschouwde, is een dak waarvan 7 jaar eerder een nieuwe laag bitumen over de oude laag bitumen is gelegd niet te beschouwen als ‘nieuw’. [eiser 1] en [eiser 2] mochten echter door deze mededeling wel gerechtvaardigd erop vertrouwen dat er een nieuw dak was geplaatst en hadden gelet op deze mededeling van [gedaagde] geen onderzoeksplicht naar de staat van het dak bij het sluiten van de overeenkomst. Zij stellen dan ook terecht dat als zij hadden geweten dat slechts een nieuwe bitumen laag op het dak was aangebracht, zij het dak voorafgaande aan de koop hadden laten inspecteren of de overeenkomst niet onder dezelfde voorwaarden maar voor een lagere koopprijs zouden zijn aangegaan. [eiser 1] en [eiser 2] hebben met de overgelegde bevindingen van Welhuis Dakhuis voldoende gesteld dat als zij een dergelijk onderzoek hadden laten uitvoeren reeds vastgesteld had kunnen worden dat het geen nieuw dak betrof, maar slechts een bedekking met nieuw bitumen, met risico’s voor lekkage, zoals zich deze heeft voorgedaan. Het beroep op dwaling slaagt derhalve.
4.9.
[gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat de koopprijs niet zou zijn verlaagd met de gehele kosten van Dakcentrale Damsquare B.V. [eiser 1] en [eiser 2] hebben volgens hem ook zonnepanelen op het dak laten plaatsen en hij heeft het idee dat hij daarvan de kosten moet dragen. [eiser 1] en [eiser 2] erkennen dat zij zonnepanelen op het dak hebben geplaatst, maar de kosten daarvan zijn niet opgenomen in de door hen overgelegde factuur. [eiser 1] en [eiser 2] hebben ter zitting toegelicht dat de oude bitumen laag is verwijderd, er een dikkere isolatie geplaatst is, er een nieuwe bitumen laag is aangelegd en dat de kosten daarvan zijn opgenomen in de factuur. Dit verweer van [gedaagde] slaagt daarom niet.
4.10.
Aangezien [eiser 1] en [eiser 2] door de werkzaamheden aan het dak nu - in plaats van een dak dat enkele jaren geleden vervangen zou zijn - een nieuw dak met een dikkere isolatielaag hebben moeten aanschaffen wordt wel een “nieuw voor oud” vermindering toegepast en wordt de koopprijs, ervan uitgaande dat bij kennis van deze omstandigheden een substantieel lagere koopprijs was overeengekomen, verminderd met
€ 10.000,-. [gedaagde] moet dat bedrag aan [eiser 1] en [eiser 2] terugbetalen met rente vanaf het moment van dagvaarding. De meer subsidiaire vordering van [eiser 1] en [eiser 2] wordt dan ook tot dat bedrag toegewezen.
4.11.
[eiser 1] en [eiser 2] vorderen ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Nu [gedaagde] betwist dat hij moet betalen, had het op de weg van [eiser 1] en [eiser 2] gelegen om nader toe te lichten dat meer kosten dan ter instructie van de zaak en ter voorbereiding van de gedingstukken zijn gemaakt, dan waarvoor de vergoeding van de processtukken een vergoeding inhoudt. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden daarom afgewezen
.
4.12.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser 1] en [eiser 2] worden begroot op € 1.826,12, bestaande uit de kosten van de dagvaarding (€ 147,12), het griffierecht (€ 732,-), het salaris van de gemachtigde (2 punten x € 406,-) en de nakosten (€ 135,-).
4.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijzigt op grond van dwaling de koopovereenkomst door de koopprijs van de woonboot aan de [adres] te verminderen met € 10.000,- zodat de gevolgen van het door [eiser 1] en [eiser 2] geleden nadeel wegens dwaling worden opgeheven,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser 1] en [eiser 2] te betalen € 10,000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser 1] en [eiser 2] begroot op € 1.826,12, eventueel te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW als deze niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 19 september 2025.
64183