De verhuurder, eigenaar van een pand in Amsterdam, vorderde beëindiging van de huurovereenkomst met New York Pizza wegens dringend eigen gebruik en belangenafweging. De huurovereenkomst betreft een horecaruimte die sinds 1995 wordt verhuurd en door New York Pizza wordt geëxploiteerd. Verhuurder stelde het gehuurde zelf te willen gebruiken voor een nieuw horecabedrijf met een ontbijtruimte voor haar hotel.
De kantonrechter oordeelde dat verhuurder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het gehuurde dringend nodig is. Verhuurder had haar plannen onvoldoende onderbouwd met concrete bouwplannen, offertes of vergunningaanvragen. Ook was onduidelijk of het nieuwe horecabedrijf uitvoerbaar is en of een omgevingsvergunning vereist is. Daarnaast had verhuurder New York Pizza pas laat gewezen op vermeende tekortkomingen in de ontbijtruimte.
Bij de belangenafweging werden ook de belangen van de franchisenemer betrokken. De kantonrechter vond dat de belangen van New York Pizza en de franchisenemer bij voortzetting van de huurovereenkomst zwaarder wegen, mede omdat de franchisenemer voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van deze locatie en New York Pizza in het centrum van Amsterdam geen alternatieve locaties heeft.
De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming werd daarom afgewezen. Verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten van New York Pizza en de franchisenemer. Het vonnis is gewezen door kantonrechter H.D. Coumou en griffier H. Heida op 23 oktober 2025.