PSB Steigers en Twee B.V. zijn betrokken bij een geschil over eigendomsrechten van steigers, GEDA-liften, bandeleermachines en loodsen. Na een verstoorde aandeelhoudersverhouding en een schikking volgde een procedure over vermeende inbreuk op eigendomsrechten.
De rechtbank stelt vast dat Twee onvoldoende bewijs leverde om de eigendom van GEDA-liften en bandeleermachines te onderbouwen, waardoor het wettelijk vermoeden van eigendom bij PSB blijft. Ook de rolsteigers zijn volgens de rechtbank eigendom van PSB, ondanks betwisting door Twee. De rechtbank oordeelt dat Twee onrechtmatig heeft gehandeld door deze goederen weg te nemen. Voor de loodsen is geen feitelijke inbreuk vastgesteld.
PSB vordert schadevergoeding voor de kosten van vervanging van de goederen, welke door de rechtbank wordt toegewezen. De vordering tot verklaring voor recht wordt afgewezen omdat de schadevergoeding toereikend is. De proceskosten worden aan Twee opgelegd. De vorderingen van Twee in reconventie, waaronder rente en teruggave van materialen, worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een overeengekomen renteclausule.
Het beslag dat PSB op de bankrekening van Twee legde is niet onrechtmatig bevonden. De rechtbank wijst de vorderingen van Twee in reconventie af en veroordeelt Twee tot betaling van proceskosten.