ECLI:NL:RBAMS:2025:7857
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Klacht en schadevergoeding wegens niet wijzen op recht op patiëntenvertrouwenspersoon bij verplichte zorg
Betrokkene is opgenomen met een TBS-verpleging vanwege schizofrenie en kreeg een zorgplan met verplichte zorg, waaronder medicatietoediening. Op 2 juli 2025 werd hij schriftelijk geïnformeerd over deze verplichte zorg, maar zonder melding van het recht op ondersteuning door een patiëntenvertrouwenspersoon (pvp).
Verzoeker diende op 23 juli 2025 een klacht in bij de klachtencommissie GGZ Amsterdam over de medicatiebeslissing en het ontbreken van informatie over het recht op een pvp. De klachtencommissie verklaarde de klacht niet-ontvankelijk wegens eerdere ongegronde klachten over hetzelfde onderwerp. Verzoeker ging in beroep bij de rechtbank en vorderde tevens schadevergoeding wegens stress en onrust.
De rechtbank oordeelt dat er voldoende bewijs is voor de psychische stoornis en noodzaak van medicatie, waardoor de klacht over medicatietoediening ongegrond is. Wel is vastgesteld dat verzoeker niet op het recht op bijstand van een pvp is gewezen, wat een procedurefout is. Dit heeft geleid tot immateriële schade waarvoor de rechtbank een billijke schadevergoeding van €75 toekent.
De zorgaanbieder Arkin wordt veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding. De rechtbank benadrukt het belang van communicatie in de moedertaal van verzoeker en het gebruik van een tolk om volledige informatieverstrekking te waarborgen.
Uitkomst: De klacht over medicatietoediening wordt ongegrond verklaard, maar de klacht over het niet wijzen op het recht op een patiëntenvertrouwenspersoon wordt gegrond verklaard en leidt tot een schadevergoeding van €75.