ECLI:NL:RBAMS:2025:7734

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
13-066520-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29, tweede lid, Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens intrekking Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 oktober 2025 een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Oostenrijkse autoriteiten. De opgeëiste persoon, van Namibische afkomst en met de Nederlandse nationaliteit, was in eerste instantie verschenen bij de zitting van 11 september 2025 en vertegenwoordigd door een raadsman.

Tijdens de voortzetting van de behandeling op 1 oktober 2025 was de opgeëiste persoon niet aanwezig, maar werd zij vertegenwoordigd door haar gemachtigde raadsman. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld.

De Oostenrijkse autoriteiten hadden het EAB op 30 september 2025 ingetrokken, waardoor de officier van justitie ter zitting verzocht werd niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering. De rechtbank volgde dit verzoek en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tevens stelde de rechtbank vast dat de geschorste overleveringsdetentie was geëindigd.

Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk, conform artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-066520-25
Datum uitspraak: 1 oktober 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 25 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 11 maart 2024 door het
Korneuburg Regional Court, Oostenrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats 1] (Namibië) op [geboortedag] 1991,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 11 september 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. S.J. Römer, advocaat in Amsterdam.
De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 1 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door haar gemachtigd raadsman.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid officier van justitie

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft per e-mail van 30 september 2025 meegedeeld dat het EAB is ingetrokken. De officier van justitie heeft daarom ter zitting gevorderd dat hij niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat hij niet kan worden ontvangen in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB inmiddels is ingetrokken.

4.Beslissing

Verklaartde officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;
Stelt vastdat de geschorste overleveringsdetentie is geëindigd.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en M.W. Speksnijder, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en M.C. Hooibrink, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 oktober 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.