Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Korneuburg Regional Court, Oostenrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 oktober 2025 een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Oostenrijkse autoriteiten. De opgeëiste persoon, van Namibische afkomst en met de Nederlandse nationaliteit, was in eerste instantie verschenen bij de zitting van 11 september 2025 en vertegenwoordigd door een raadsman.
Tijdens de voortzetting van de behandeling op 1 oktober 2025 was de opgeëiste persoon niet aanwezig, maar werd zij vertegenwoordigd door haar gemachtigde raadsman. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld.
De Oostenrijkse autoriteiten hadden het EAB op 30 september 2025 ingetrokken, waardoor de officier van justitie ter zitting verzocht werd niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering. De rechtbank volgde dit verzoek en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tevens stelde de rechtbank vast dat de geschorste overleveringsdetentie was geëindigd.
Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk, conform artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.