ECLI:NL:RBAMS:2025:7679

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
17 oktober 2025
Zaaknummer
11567236 \ CV FORM 25-3678
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van een verzoek tot betaling op grond van misbruik van omstandigheden in een internationale context

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek van [verzoeker] tegen Brugger Gastro GmbH. [verzoeker] heeft een vordering ingesteld in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen, waarin hij Brugger Gastro verzocht te veroordelen tot betaling van € 2.490,00 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente, en om vergoeding van proceskosten. De vordering is gebaseerd op de stelling dat de betalingen aan Brugger Gastro zijn gedaan terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde, waardoor hij niet in staat was om zijn wil te bepalen. De kantonrechter heeft de bevoegdheid van de rechtbank beoordeeld aan de hand van de Verordening Brussel I-bis en vastgesteld dat de rechtbank bevoegd was. Tevens is het toepasselijke recht vastgesteld, waarbij de kantonrechter Nederlands recht van toepassing heeft verklaard, omdat Brugger Gastro daartegen geen verweer heeft gevoerd.

De kantonrechter heeft de stellingen van [verzoeker] over misbruik van omstandigheden en onrechtmatig handelen beoordeeld. De rechter heeft geconcludeerd dat [verzoeker] niet voldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangedragen om zijn stelling te onderbouwen dat Brugger Gastro misbruik heeft gemaakt van zijn omstandigheden. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de betalingen zijn verricht met de ING betaalpas van [verzoeker] en dat hij zelf zijn pincode heeft ingevoerd. De vorderingen van [verzoeker] zijn afgewezen, en hij is veroordeeld in de proceskosten van Brugger Gastro, die zijn begroot op € 475,50, te vermeerderen met de kosten van betekening. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

-RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11567236 \ CV FORM 25-3678
Beschikking van 16 oktober 2025
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
BRUGGER GASTRO GMBH,
te 6450 Sölden (Oostenrijk),
verwerende partij,
hierna te noemen: Brugger Gastro,
gemachtigde: dr. [gemachtigde] .

1.De procedure

1.1.
In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) heeft [verzoeker] door middel van het
Vorderingsformulier A als bedoeld in artikel 4 lid 1 EPGV-Verordening een vordering ingesteld, ontvangen op 13 februari 2025.
1.2.
[verzoeker] is bij brief van 5 maart 2025 in de gelegenheid gesteld om het Vorderingsformulier A te ondertekenen. Op 10 maart 2025 is van [verzoeker] het ondertekende formulier ontvangen.
1.3.
Brugger Gastro is bij brief van 19 maart 2025 in de gelegenheid gesteld te reageren door formulier C in te vullen en met eventuele bewijsstukken te retourneren. De gemachtigde van Brugger Gastro heeft formulier C geretourneerd en een verweerschrift, met een USB-stick met beeldmateriaal, ingediend, ontvangen op 30 april 2025 en 15 mei 2025.
1.4.
Bij brief van 16 mei 2025 is [verzoeker] in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verweer van Brugger Gastro. [verzoeker] heeft een reactie ingediend, ontvangen op 11 juni 2025.
1.5.
Vervolgens is Brugger Gastro bij brief van 25 juni 2025 in de gelegenheid gesteld om te reageren op de reactie van [verzoeker] , waarna de reactie van de gemachtigde van Brugger Gastro is ontvangen op 29 juli 2025.
1.6.
Bij brieven van 27 augustus 2025 is aan partijen bericht dat de rechtbank binnen 30 dagen uitspraak zal doen.

2.De feiten

2.1.
Brugger Gastro exploiteert in Sölden de [naam bar] , een erotische “table dance bar”.
2.2.
Er zijn op 2 februari 2025 via Apple Pay met de ING betaalpas van [verzoeker] drie betalingen verricht aan de [naam bar] :
  • om 01:06 uur € 390,00,
  • om 01:29 uur € 720,00,
  • om 01:44 uur € 1.380,00.
2.3.
Twee betalingsopdrachten van [verzoeker] aan de [naam bar] van een uur later van respectievelijk € 1.585,00 en € 390,00 zijn geweigerd.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoeker] vordert dat Brugger Gastro zal worden veroordeeld tot betaling van
€ 2.490,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2025 tot de datum van betaling van de hoofdsom. Verder heeft [verzoeker] verzocht Brugger Gastro te veroordelen in de proceskosten, bestaande uit het griffierecht.
3.2.
[verzoeker] stelt hiertoe, kort en zakelijk weergegeven, dat de onder 2.2. genoemde betalingen zijn gedaan, terwijl hij zodanig onder invloed van alcohol was dat hij zich de situatie nauwelijks kan herinneren. De volgende dag is hem door personeel van Brugger Gastro verteld dat hij driemaal een fles champagne heeft gehaald en is hem een bon met zijn vervalste handtekening getoond, maar uit deze bon blijkt niet wat er is aangeschaft. Het personeel weigerde om verdere informatie te delen.
3.3.
Brugger Gastro voert verweer. Op dat verweer wordt, voor zover nodig, hierna ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid
4.1.
De bevoegdheid van de rechtbank in deze zaak moet worden beoordeeld aan de hand van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Verordening Brussel I-bis).
4.2.
De kantonrechter van de rechtbank Amsterdam is op grond van artikel 26 Verordening Brussel I-bis bevoegd, nu Brugger Gastro, die wordt bijgestaan door een advocaat, is verschenen zonder de bevoegdheid te betwisten.
Toepasselijk recht
4.3.
Het onderhavige geschil betreft een vordering die voortvloeit uit een verbintenis uit overeenkomst. Om die reden is op het geschil van toepassing de Verordening (EG) nr. 593/2008 betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Verordening Rome I).
4.4.
Op grond van artikel 3 Verordening Rome I wordt een overeenkomst beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. Uit de stellingen van [verzoeker] leidt de kantonrechter af dat hij zich beroept op Nederlands recht. Nu Brugger Gastro daartegen geen verweer heeft gevoerd, is Nederlands recht van toepassing.
Taal
4.5.
Brugger Gastro heeft in het verweer aangevoerd dat het verzoek van [verzoeker] in de Duitse taal moet worden vertaald. Brugger Gastro heeft het stuk echter niet geweigerd, heeft inhoudelijk verweer gevoerd en heeft in haar reactie van 29 juli 2025 niet aangevoerd dat zij de taal waarin de stukken van [verzoeker] zijn opgesteld niet begrijpt. Brugger Gastro wordt daarom geacht de taal van de stukken van [verzoeker] voldoende te hebben begrepen.
De vordering
4.6.
De kantonrechter begrijpt de stellingen van [verzoeker] aldus dat hij een beroep doet op de nietigheid van de rechtshandelingen vanwege het uiteenlopen van zijn wil en zijn verklaring (artikel 3:33 BW) en verder op vernietiging wegens misbruik van omstandigheden (artikel 3:44 BW). Deze stellingen zullen hieronder worden besproken.
4.7.
Artikel 3:33 BW bepaalt dat een rechtshandeling een op een rechtsgevolg gerichte wil vereist die zich door een verklaring heeft geopenbaard.
4.8.
Artikel 3:44 Burgerlijk Wetboek bepaalt, voor zover van belang, dat een rechtshandeling vernietigbaar is wanneer zij door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.
4.9.
Misbruik van omstandigheden is aanwezig, wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van misbruik van omstandigheden, komt het enkel aan op omstandigheden bij het aangaan van de overeenkomst.
4.10.
Brugger Gastro betwist dat zij misbruik van omstandigheden heeft gemaakt en voert aan dat alle kosten vooraf aan [verzoeker] zijn meegedeeld en dat [verzoeker] de uitgaven vóór consumptie met een creditcard heeft betaald. Hiervoor moest [verzoeker] niet alleen zijn creditcard tonen, maar ook zijn pincode in de kaartlezer invoeren.
4.11.
Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is het aan de degene die zich beroept op misbruik van omstandigheden om te stellen en zo nodig te bewijzen dat als gevolg van die stoornis of in verband daarmee een met de verklaring overeenstemmende wil heeft ontbroken.
4.12.
Vaststaat dat de drie onder 2.2. genoemde betalingen zijn verricht met de ING betaalpas van [verzoeker] . Een transactie van meer dan € 1.500,00 is volgens [verzoeker] geweigerd, omdat hiervoor geen pincode maar Face ID nodig was. Op hiervan stelt de kantonrechter vast dat voor deze betalingen de pincode van [verzoeker] moest worden ingevoerd. Het invoeren van zijn pincode kan [verzoeker] alleen zelf hebben gedaan.
4.13.
De kantonrechter begrijpt de stelling van [verzoeker] zo dat hij meent dat Brugger Gastro misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden, namelijk dat hij dusdanig beneveld was dat hij niet langer zijn wil kon bepalen. [verzoeker] heeft die stelling echter niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd. Bovendien heeft Brugger Gastro dit ook gemotiveerd betwist, onder meer door videobeelden te tonen. Uit die videobeelden is niet af te leiden dat Brugger Gastro misbruik van omstandigheden heeft gemaakt. Hetzelfde geldt voor de stelling, zo begrijpt de kantonrechter [verzoeker] , dat Brugger Gastro onrechtmatig heeft gehandeld door hem op te lichten. Ook die stelling is betwist en heeft [verzoeker] onvoldoende onderbouwd en daarvan is niet gebleken.
4.14.
Het voorgaande betekent dat de vorderingen van [verzoeker] worden afgewezen.
Proceskosten
4.15.
[verzoeker] is in het ongelijk gesteld en daarom wordt aanleiding gezien hem te veroordelen om de proceskosten (inclusief nakosten) te betalen. De proceskosten van Brugger Gastro worden begroot op:
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
475,50

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [verzoeker] af,
5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 475,50, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis,
5.3.
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.F. Kuiken en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025.
33806