Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Landgericht Aachen(Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Landgericht Aachenvan 14 juli 2014 (ref. 61 KLs 42/13), onherroepelijk geworden op 6 november 2015. In onderdeel F) van het EAB worden twee onderliggende vonnissen genoemd: een vonnis van het
Amtsgericht Aachenvan 10 oktober 2013 dat onherroepelijk is geworden op 5 november 2013 (ref. 441 Cs 509 Js 1093/13-439/13) en een vonnis van het
Amtsgericht Jülichvan 10 oktober 2013 dat onherroepelijk is geworden op 20 november 2013. Verder vermeldt onderdeel F) dat bij definitieve beslissing van het
Landgericht Bonnvan 25 mei 2018, die sinds 30 mei 2018 onherroepelijk is, de resterende gevangenisstraf na gedeeltelijke tenuitvoerlegging voorwaardelijk is opgeschort. Bij definitieve beslissing van het
Landgericht Bonnvan 25 september 2024
,onherroepelijk sinds 22 oktober 2034
[sic],is de voorwaardelijke straf met betrekking tot de resterende gevangenisstraf ingetrokken, zodat de resterende gevangenisstraf nu ten uitvoer moet worden gelegd.
Staatsanwaltschaft Aachende volgende aanvullende informatie verstrekt:
Amtsgericht Aachenvan 10 oktober 2013. De reden hiervoor is dat op basis van de verstrekte informatie niet beoordeeld kan worden of opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen ten aanzien van dat vonnis. Bij het samenvoegingsvonnis van het
Landgericht Aachenen het vonnis van het
Amtsgericht Jülichis artikel 12 OLW Pro niet aan de orde omdat de opgeëiste persoon aanwezig was bij het proces. Ten aanzien van de strafbeschikking van 4 augustus 2023 kan worden afgezien van de weigeringsgrond omdat deze beslissing naar het opgegeven adres van de opgeëiste persoon is verstuurd.
Amtsgericht Aachenvan 10 oktober 2013) een geldboete opgelegd en met het andere vonnis
(Amtsgericht Jülichvan 10 oktober 2013) een vrijheidsstraf. Dit brengt mee dat zowel het onderliggende vonnis waarmee de vrijheidsstraf is opgelegd als het verzamelvonnis moet worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro. Bij het betreffende onderliggende vonnis is namelijk onherroepelijk uitspraak gedaan over de schuld van de opgeëiste persoon en is hem op grond daarvan een vrijheidsstraf opgelegd.
opgelegde strafin het samenvoegingsvonnis van 14 juli 2014, en op welke wijze zijn de met de vonnissen van het
Amtsgericht Aachenen het
Amtsgericht Jülichvan 10 oktober 2013 opgelegde straffen hierin samengevoegd?
Amtsgericht Jülichvan 10 oktober 2013, (gedeeltelijk) tenuitvoergelegd bij het samenvoegingsvonnis van 14 juli 2014?
4.Strafbaarheid
5.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd.